Column

Vuist

Toen donderdagavond bekend werd dat Chester Bennington, frontman van de Amerikaanse rockband Linkin Park, een einde aan zijn leven had gemaakt, belde ik meteen mijn zus. Bennington (41) kampte met depressies en angstaanvallen en schreef in zijn nummers zijn emoties van zich af. Die teksten sleepten mijn zus door een moeilijke periode. Ze nam niet op, maar ze stuurde wel meteen een appje. „Het is alsof er een stuk van mijn geest is afgebroken”, schreef ze. Onze tante zei hetzelfde na de dood van Leonard Cohen.

Sommige artiesten kunnen gevoelens zó in taal vatten dat je opeens zicht hebt op de donkere kant van je hoofd. Opeens weet je: ik ben niet alleen, een ander heeft het ook gevoeld, het is niet onopgemerkt gebleven. Liedteksten van Linkin Park boden mijn zus een manier om haar gevoelens onder woorden te brengen. Met verwoorden begint verwerken. Dat dácht ik althans, tot Bennington zelfmoord pleegde. Want hoe scherp hij ook over zijn pijn kon vertellen: het heeft niet mogen baten. De duisternis won. Blijkbaar is iets kunnen verwoorden, toch een van de stokpaardjes van de psychotherapie, niet altijd de remedie.

Ik herinner me een concert van Linkin Park waar mijn zus me naartoe had genomen. Op een zeker moment, tijdens hun hit ‘In the end’, zong Bennington het volgende: „I tried so hard, and got so far, but in the end, it doesn’t even matter.” De hele zaal brulde de tekst mee. Iedereen stak zijn rechtervuist op als teken van solidariteit. Ik vroeg me af wat Bennington toen zag. Een zaal vol steun? Vuisten boven hoofden waarbinnen het ook niet altijd feest is?

In een interview dat de zanger in februari gaf, zei hij dat de pijn altijd terugkomt. Hij beschreef zijn hoofd als een plek waar hij liever niet alleen wil zijn. Dat het soms onmogelijk is om het gepieker en de zelfhaat te stoppen, hoeveel mensen er ook van je houden.

Die uitspraak deed me toen denken aan het nummer ‘Your love alone is not enough’ van de Britse band Manic Street Preachers. De titel was ontleend aan de slotzin van een zelfmoordbrief van een goede vriend van de band. Je kan iemand wel willen redden, maar soms schiet zelfs liefde tekort. Erover praten of schrijven lost niet alle problemen op. Erover zingen ook niet, zelfs al was het voor een zaal vol mensen die van je houden, die zichzelf ook door de moerassen hadden gesleept en nu voor jou hun vuist opstaken, als een reddingsboei tijdens een storm op zee.

vervangt Marcel van Roosmalen, die vakantie heeft.

Praten over zelfdoding kan bij hulp- en preventielijn ‘Zelfmoord? Praat erover’. Telefoonnummer 0900-0113 of www.113.nl.