Zulk streng beleid, en toch drugsoverlast

Roosendaal kampt van alle gemeenten met de meeste overlast vanwege drugs. En dat terwijl de drugsoverlast juist leek af te nemen. Waarom is dit zo’n hardnekkig probleem?

Hennepplantjes in een bedrijfspand. Piroschka van de Wouw / ANP

Drugsoverlast is een echte woekeraar. Het dealen, het rondhangen op straat; je kunt het bestrijden met de zwaarste middelen, maar het schiet altijd wel weer ergens uit de grond. Soms, als je even niet oplet, op dezelfde plek. Dan weer elders, of in een andere vorm.

Meest hardnekkig woekert de drugsoverlast langs de landsgrens. Daar waar het voor de Fransman, Belg en de Duitser slechts een klein ommetje is om wiet van goeie kwaliteit te halen in een Nederlandse coffeeshop. In deze grensgemeenten bestaat de overlast vaak uit drukte rondom coffeeshops veroorzaakt door drugstoeristen. Files richting het centrum, dubbel geparkeerde auto’s, urineren tegen de voordeur van de buurman.

In sommige van die gemeentes zoals Sittard-Geleen en Maastricht zijn buitenlanders in de coffeeshops sinds het ‘Ingezetenen-criterium’ niet meer welkom. Dat wil zeggen dat alleen personen die in Nederland wonen softdrugs mogen kopen in coffeeshops. Daardoor bestaat de ervaren overlast vooral uit illegale straathandel.

Het vervelendste van de woekerende drugsoverlast is, behalve zijn hardnekkigheid, dat niet te voorspellen is onder welke tegel hij precies vandaan zal kruipen. Zo zijn het nu juist weer de bewoners van Roosendaal, waar de overlast de voorbije jaren juist sterk teruggedrongen leek, die van alle Nederlandse gemeenten de meeste drugsoverlast ervaren. In de Brabantse grensgemeente gaf volgens maandag gepubliceerde CBS-cijfers 13 procent van de inwoners van 15 jaar en ouder aan in 2016 veel overlast te hebben ervaren van drugsgebruik of drugshandel in de buurt. Bij de meting drie jaar eerder was dat nog 8 procent.

Geen verklaring

Een verklaring geeft het CBS niet voor schommelingen in ervaren drugsoverlast. De meting hoort bij een grotere Veiligheidsmonitor waarin de geënquêteerde alleen wordt gevraagd in hoeverre die ‘overlast’ van ‘drugsgebruik’ en ‘drugshandel’ ervaart. „Daar zit een bepaalde subjectiviteit in”, zegt de onderzoeker. „Drugsoverlast kan ook geluidsoverlast van coffeeshops zijn.”

„Het is een vrij summiere vraag”, zegt Bert Bieleman, directeur van onderzoeksbureau Intraval dat voor de overheid veel evaluatieonderzoek naar coffeeshopbeleid uitvoert. Er zijn vele soorten overlast, heeft hij gemerkt, en elke gemeente kent weer zijn eigen problemen. In sommige is dat rondhangen, geschreeuw op straat. „Horecaoverlast, in feite.” In andere gemeenten gaat het vooral om parkeerproblemen en in weer andere om drugshandel op straat. „Jongens met scootertjes die rondhangen en je aanspreken.”

In het algemeen geldt dat de ervaren drugsoverlast sterk is afgenomen ten opzichte van de jaren 80 en 90. Een goede vergelijking met de huidige CBS-cijfers is niet te maken, maar destijds was de overlast groter, zegt Bieleman. En dan vooral van drugsgebruikers. „De klassieke heroinejunk is uit het straatbeeld verdwenen, mede doordat er voor hem voorzieningen kwamen.” De overlast die nu wordt ervaren is er vooral van handelaren.

En toch is ook die door streng overheidsingrijpen de afgelopen jaren flink teruggedrongen. „Kijk naar Maastricht”, zegt Bieleman. „Als je daar tien, vijftien jaar geleden het station uitliep zag je een en al drugstoerisme, vooral bij de coffeeshopboten. Dat is nu veel minder.”

In Maastricht is het percentage inwoners dat overlast ervoer volgens het CBS tussen 2013 en 2016 zelfs gehalveerd. van 20 naar 10 procent. Volgens De Telegraaf is de overlast slechts verplaatst naar buurgemeente Sittard-Geleen, waar dealers hun handel nu vanuit de auto drijven. Maar daarvan heeft Bieleman geen signalen ontvangen toen hij er vorig jaar het gemeentelijk drugsbeleid evalueerde.

Drugstoeristen

Ook in Roosendaal leek de drugsoverlast de afgelopen jaren juist afgenomen. De toenmalige CDA-burgemeester werd er de voorbije jaren lokaal geprezen om zijn strenge drugsbeleid. Zo besloot hij per 2009 alle vier de coffeeshops te sluiten en was al veel eerder een groot handhavingsteam opgezet, dat streng toezag op drugshandel op straat en in panden. Uit evaluaties van de voorbije jaren bleek dat zijn beleid effect had: het aantal drugstoeristen – voorheen maandelijks net zoveel als het aantal inwoners – was flink afgenomen en de illegale straathandel was niet eens sterk toegenomen. Bieleman is daarom verbaasd te horen dat de ervaren overlast nu weer gestegen is. „Ik heb er geen verklaring voor.”

De gemeente Roosendaal zelf kan de toename ook niet helemaal duiden. Vorig jaar liet de gemeente zelf een onderzoek naar de drugsoverlast uitvoeren en toen bleek dat bewoners inderdaad meer problemen ervoeren, zegt een gemeentewoordvoerder. Op straat zagen bewoners de drugshandel weer toenemen.

De woordvoerder: „De gemeente heeft toen naar aanleiding van die signalen een apart drugsteam opgericht dat elke melding onderzocht. We zijn nu een half jaar bezig en zien dat een deel van die meldingen gaan over hangjongeren en auto’s die heen en weer rijden. Die meldingen blijken niets met drugs te maken te hebben, maar worden wel zo beleefd. Zo was er een man die telkens terug bleef komen naar plek. Dat bleek echter een Pokémon-jager.”