Drie banen maar toch een vakantie in eigen land

Egyptische middenklasse Sinds de devaluatie van het pond is het leven in het statusbewuste Egypte duurder geworden. De middenklasse doet er alles aan om geen gezichtsverlies te lijden.

Een resort aan de Rode Zee. In Egypte wordt sinds de devaluatie van het pond veel geïnvesteerd in luxe vastgoed. Foto Mohamed Abd El Ghany / Reuters

Omar Arafa en zijn vrouw zitten wat onwennig in de kleedkamers van SkiEgypt. Logisch: het is de eerste keer dat ze gaan skiën. „Sinds de devaluatie van het Egyptische pond is het praktisch onmogelijk geworden om in het buitenland op vakantie te gaan”, zegt Arafa, arts van beroep. „Dus dit is een mooi alternatief.”

SkiEgypt is „de eerste indoor-skipiste in Afrika en de tweede in het Midden-Oosten, na Dubai”, zegt pr-dame Rakia Mahmoud. De skipiste is onderdeel van de gigantische nieuwe Mall of Egypt in 6 Oktober-stad, een buitenwijk van Kairo. De Majid Al Futaim-groep, een vastgoed- en detailhandelconglomeraat uit Dubai, investeerde 700 miljoen dollar (600 miljoen euro) en heeft plannen voor nog zo’n luxueus winkelcentrum in Kairo.

Los van de ecologische impact van een skipiste in de woestijn, lijkt het waanzin om zulke luxueuze investeringen te doen in Egypte op een moment dat het water de meeste Egyptenaren aan de lippen staat. Nadat het Egyptische pond eind vorig jaar werd losgekoppeld van de dollar is het de helft in waarde gedaald. Dat wil zeggen dat de lonen gehalveerd zijn in dollarwaarden, terwijl de prijzen van vooral geïmporteerde goederen zijn verdubbeld, of meer.

Volgens pr-dame Mahmoud is SkiEgypt niet bedoeld voor de rijken. „De 1 procent is rijk genoeg om in Zwitserland te gaan skiën. Dat is niet onze doelgroep. Wij mikken echt op iedereen.”

Nu ja, iedereen: het ‘North Pole Experience’-ticket (entree, introductieles, ski-uitrusting en een kastje) kost 480 pond, of 27 dollar per persoon. Dat is bijna exact het bedrag van de nationale armoedegrens (482 pond per maand) waar 27,8 procent van de Egyptenaren onder leeft. De kans is groot dat dit percentage dit jaar naar de 35 procent stijgt.

Dit kan leiden tot een crash zoals in de Verenigde Staten in 2008.

Dat wil niet zeggen dat er geen geld is in Egypte. Het volstaat naar de reclameborden te kijken langs de weg die naar de Mall of Egypt voert. ‘I’m from the hills’, schreeuwt een (Engelstalige) reclame voor Palm Hills, een van de vele privécompounds (omheinde wooncomplexen) die rond Kairo uit de grond schieten. Deze belooft een golfterrein, een fitness-centrum, zwembaden en verkeersvrije straten waar het fijn fietsen is.

„De agressieve verkooptechnieken doen vermoeden dat ontwikkelaars hun huizen steeds moeilijker verkocht krijgen”, zegt Suzan Nada, een advocaat verbonden aan de Brood en Gerechtigheidspartij rond de gewezen, linkse presidentskandidaat Khaled Ali. „Dit kan leiden tot een crash zoals in de Verenigde Staten in 2008.”

Vastgoedbubbel

Marco-econoom Noaman Khalid waarschuwde al in juli 2016 voor een Egyptische vastgoedbubbel en een mogelijke crash. „We naderen het punt waarop eigenaars in het luxesegment hun huis moeten verkopen. Niet om winst te maken, maar om hun persoonlijke uitgaven te bekostigen die alsmaar hoger worden”, schreef Khalid op LinkedIn.

Vastgoed is door de politieke en economische instabiliteit al jaren de investering van keuze voor veel Egyptenaren. Iedereen wist dat de devaluatie van het pond eraan zat te komen: het was een voorwaarde voor het krijgen van een IMF-lening van 12 miljard dollar. En de Egyptische overheid heeft er de laatste jaren alles aan gedaan om een vlucht in de dollar onmogelijk te maken.

Mijn inkomen plaatst mij boven de problemen waar veel landgenoten mee kampen.

Voor Egyptenaren is wonen in een compound echter meer dan een investering: het betekent ook maatschappelijk aanzien. „De compound is de droom van elke ‘nouveau riche’. Zodra ze het zich kunnen veroorloven rennen ze naar de bank”, zegt Ahmed Foda, een 32-jarige boekhouder.

Foda kijkt neer op de compoundbewoners, zegt hij. Zijn vriend Hisham Hussein, een 35-jarige software-ingenieur, zette tien jaar geleden wel de stap. „Ik geniet van een zekere levenskwaliteit”, vertelt hij. „Mijn inkomen plaatst mij boven de problemen waar veel landgenoten mee kampen.”

Advocate Nada omschrijft types als Hussein als ‘de mensen die je niet meer op straat ziet’. „Ze hebben hun eigen winkels, scholen en ziekenhuizen. Ze hoeven niet meer in aanraking te komen met de lagere sociale klassen.”

Sociaal aanzien

Maar precies deze Egyptische middenklasse – zo’n 15 procent van de bevolking – is bang voor de toekomst. „Stel dat ik morgen mijn baan verlies”, zegt Hussein, „ga ik mijn levensstijl dan nog kunnen handhaven? Veel collega’s zijn al in de Golfstaten gaan werken omdat dat meer stabiliteit geeft. Wij zijn allemaal als de dood dat we uit onze sociale klassen gaan vallen.”

Het gaat om meer dan alleen de angst om zijn huis te verliezen. Waar je woont, in welke auto je rijdt, van welke sociëteit je lid bent, hoe goed je Engels is… Het zijn in Egypte allemaal factoren die je sociale aanzien bepalen. „Het bepaalt hoe hoog je salaris is”, zegt boekhouder Foda.

Het is de reden waarom Hussein het nog net redt met zijn ene salaris terwijl zijn vriend Foda nu drie banen heeft om rond te komen. „Toen ik pas begon te werken, verdiende ik 900 pond per maand”, vertelt Foda. „Dat was toen het equivalent van 300 dollar. Ik woonde nog bij mijn ouders: het was genoeg. Nu verdien ik met mijn drie banen samen in totaal 8.000 pond, maar die zijn nog slechts 443 dollar waard. En ik heb nu een vrouw en een dochter.”

Nochtans behoort ook Foda naar Egyptische normen tot de middenklasse. „Dat is dankzij mijn vader”, zegt hij. Zo kreeg hij zijn auto cadeau van zijn vader, een gepensioneerd hoger legerofficier. Die familieconnectie zorgt er ook voor dat zijn lidmaatschapsgeld bij de sociëteit eentiende bedraagt van de normale prijs. Rustig is hij er niet onder: „Ik lig ’s nachts wakker van het idee dat ik uit die klasse zou kunnen vallen. Het is daarom dat ik 70 uur per week werk en amper tijd kan doorbrengen met mijn dochter.”

Foto Mohamed Abd El Ghany/Reuters

Advocate Nada ziet hoe iedereen behalve de rijken zaken moeten opgeven om hun positie te handhaven. „De middenmoot ziet zich verplicht om de privéschool, de privégezondheidszorg, de jaarlijkse vakantie op te geven. Wie vroeger bij Carrefour ging winkelen zoekt nu goedkopere alternatieven. En de lagere middenklasse – de dokters en de advocaten – die flirt met de armoedelijn.”

Staatsbrood met subsidie

Ironisch genoeg zijn de laagste klassen deze keer het minst getroffen, zegt Nada. „De armen passen zich makkelijker aan en de regering zorgt voor pijnstillers.” Dat wil zeggen: wie afhankelijk is van gesubsidieerd staatsbrood om te overleven kan niet veel dieper vallen. Wel moeten de armen wennen aan een nieuw subsidiesysteem met bankkaarten.

De hervorming van het subsidiesysteem was een andere eis van het IMF, naast de devaluatie van de munt. Onder het oude systeem, waarbij bijvoorbeeld benzine zwaar werd gesubsidieerd, kwam veel geld terecht bij mensen die het niet nodig hadden. Ook werd er veel gesjoemeld met gesubsidieerde levensmiddelen, zodat die onnodig duur bij de consument terechtkwamen.

Nu krijgen de bijna 70 miljoen Egyptenaren die recht hebben op subsidies een betaalkaart waar elke maand 21 pond op wordt gestort. Dat is 1,03 euro per maand. Gezien de prijsstijgingen sinds de devaluatie wordt overwogen om dat bedrag op te trekken naar 27 pond, of 1,32 euro per maand.