NRC checkt: ‘De helft van alle Surinamers woont in Nederland’

Dat werd eerder deze maand gezegd op Radio 1.

De aanleiding

Suriname bezoeken is gemakkelijker geworden. Reisorganisatie TUI biedt nu drie vluchten per week aan tussen Nederland en Suriname. Voorzitter Mahin Jankie van de Vereniging Surinaamse Nederlanders zei op Radio 1 dat dit goed nieuws is. Vanwege de concurrentie zullen de prijzen dalen en kunnen meer Surinamers hun familie bezoeken. Hij zei ook: „De helft van de Surinaamse bevolking woont in Nederland.” Klopt dit?

Waar is het op gebaseerd?

Zijn uitspraak is anders bedoeld, zegt Jankie telefonisch. „De helft van de Surinamers woont in het buitenland, van wie de grootste groep in Nederland”, zegt hij. Hij benadrukt dat hij het niet als wetenschapper heeft gezegd. Wij checken de uitspraak: de helft van alle Surinamers woont in Nederland.

En, klopt het?

Wat zeggen de cijfers? Volgens het CBS telde Nederland 349.022 Surinaamse Nederlanders in 2016. 177.720 mensen behoren tot de eerste generatie, ze zijn in Suriname geboren en daarna naar Nederland gekomen, 171.302 mensen behoren tot de tweede generatie; ze zijn hier geboren. In Suriname zelf woonden, in juli 2016, 585.824 Surinamers. In totaal dus 934.846 Surinamers.

Als je alleen naar deze cijfers kijkt, kun je stellen dat de conclusie onwaar is, zegt Gert Oostindie, hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Want van de 934.846 Surinamers woont veel minder dan de helft in Nederland. „Maar dan ga je uit van de CBS-cijfers en daarin wordt geen rekening gehouden met de derde generatie Surinaamse-Nederlanders.” De derde generatie wordt bij het CBS niet meegeteld in het aantal Surinaamse Nederlanders. Maar ook deze groep kan zich net zo goed Surinaams voelen, zegt hij. En als je je Surinaams voelt, kun je eigenlijk ook worden meegeteld als Surinaamse Nederlander.

Een woordvoerder van het CBS bevestigt wat Oostindie zegt. „Vanuit het begrip migratie-achtergrond bekeken ben je als derde generatie- Surinamer geen Surinamer meer”, zegt hij. „De derde generatie betreft de kleinkinderen van de Surinamers die vooral in de jaren zeventig naar Nederland zijn gekomen.”

We vinden geen onderzoek over de mate waarin de derde generatie zich identificeert met Suriname. „Wij doen hier ook geen onderzoek naar”, zegt de woordvoerder van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis, Gordon Cruden, zelf tweede generatie Surinaamse Nederlander. „Maar we zien wel dat er een zekere Surinamisering gaande is in de gemeenschap”, zegt hij. „Er is steeds meer interesse in de familiegeschiedenis.”

We zien wel dat er een zekere Surinamisering gaande is in de gemeenschap

Cruden heeft zelf drie kinderen tussen de 16 en 32 jaar, de derde generatie dus. „Deze generatie is het hoogst opgeleid, het best geïntegreerd van alle generaties, en ze zijn het meest op de hoogte van hun rechten binnen de Nederlandse rechtsstaat”, zegt hij. „Omdat zij mondiger zijn en hun problemen met bijvoorbeeld Zwarte Piet benoemen, worden ze ook vaker gewezen op het feit dat ze een minderheid zijn. Hun Surinaamse roots worden steeds meer evident.”

Cijfers over de derde generatie Surinamers kunnen we niet vinden. „Die wordt niet geregistreerd als aparte groep omdat Surinamers geen ‘probleemgroep’ zijn”, zegt hoogleraar sociale cohesie aan de Tilburg University, Ruben Gowricharn. „We zijn de ideale schoonzoon en schoondochter geworden. Over de hele linie identificeert de derde generatie zich niet met Suriname zoals de eerste”, zegt hij. „Het is een ander sentiment. Suriname is het land van de grootouders en een beetje een vertrouwd vakantieland. Wat we daarnaast bij Hindoestaanse jongeren zien is dat ze zich steeds meer op India oriënteren”, zegt Gowricharn. Maar zelfs als je de hele derde generatie meeneemt, dan zal de totale groep Surinaamse Nederlanders nog niet de helft bedragen van alle Surinamers, zegt Gowricharn.

Conclusie

Woont de helft van alle Surinamers in Nederland? Nee, zeggen CBS-cijfers, maar die rekenen de derde generatie Surinaamse-Nederlanders, die zich ook nog Surinaams kunnen voelen, niet mee in hun berekeningen. Maar zelfs als we die wel zouden meenemen, zouden we de helft niet halen, zegt hoogleraar Ruben Gowricharn. Wij beoordelen deze stelling als onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt