Zwemsters toch weer op het podium

WK zwemmen De Nederlandse vrouwen halen bij de WK langebaan in Boedapest brons op de estafette. De Zweedse Sarah Sjöström verrast met een wereldrecord 100 vrij.

Kim Busch, Femke Heemskerk en Maud van der Meer vieren de derde plaats na de 4x100 meter vrije slag. Foto Martin Bureau/AFP

De verbazing was bijna net zo groot als de blijdschap, toen Ranomi Kromowidjojo zondagavond namens de Nederlandse vrouwenploeg als derde aantikte op de 4×100 meter vrije slag. Met alweer een nieuwe samenstelling, een jaar na de teleurstellende vierde plek op de Spelen in Rio, betekende het brons een uitstekende start van de WK langebaan (50 meter) in Boedapest.

Het goud was voor de Amerikaanse ploeg (3.31,72), het zilver voor Australië (3.32,01). Nederland, met debutante Kim Busch, Femke Heemskerk, Maud van der Meer en Kromowidjojo, finishte in 3.32,64. Daarmee was het kwartet ruim een seconde sneller dan een jaar geleden in Rio de Janeiro.

De meeste indruk maakte echter Sarah Sjöström, de sublieme startzwemster van de Zweedse ploeg. Zij verpulverde tijdens de estafette het wereldrecord op de 100 meter vrije slag: 51,71 seconden. De Zweedse werd de eerste vrouw die het koninginnenummer van het zwemmen onder de 52 seconden weet af te leggen. Het oude record stond op naam van de Australische Cate Campbell (52,06), vorig jaar gezwommen in Brisbane. De fenomenale splittijd van Sjöström bracht het Zweedse viertal overigens niet verder dan de vijfde plaats. Een wereldrecord gezwommen tijdens de estafette geldt als officieel individueel record als de tijd door de startzwemmer is neergezet.

Sterk debuut Busch

De Nederlandse zwemsters reageerden uitgelaten op de podiumplaats. Met name de prestatie van debutante Busch, de nieuwe startzwemster, zette het viertal op het goede spoor. „Heel gaaf”, sprak Busch na afloop voor de camera van de NOS, „Zo’n debuut had ik nooit durven dromen.”

Het was voor de zesde achtereenvolgende keer dat de Nederlandse vrouwen op een WK langebaan op het podium eindigden op dit nummer. Heemskerk en Kromowidjojo maakten alle medailles vanaf Melbourne 2007 mee. „Als je zes WK’s achter elkaar medailles haalt op de 4×100 estafette, dan ben je wel echte echte wereldklasse”, twitterde Kromowidjojo’s coach Patrick Pearson zondagavond.

De medaille voor Nederland was zondagavond in de Hongaarse hoofdstad voor een groot deel te danken aan drievoudig olympisch kampioene Kromowidjojo. De slotzwemster dook als vijfde het water in en schoof gaandeweg op naar de derde plaats. De geboren Groningse noteerde een splittijd van 51,98 seconden, en was daarmee nog rapper dan in de ochtend in de series (52,03). Eén keer eerder had ze zo’n snelle splittijd gezwommen.

De estafette was jarenlang een belangrijk jachtterrein voor de Nederlandse sprintsters. Het gouden tijdperk begon tijdens de Spelen van Beijing (2008), waar Marleen Veldhuis, Inge Dekker, Heemskerk en Kromowidjojo olympisch goud behaalden, gevolgd door wereldtitels langebaan in Rome (2009) en Shanghai (2011). Bij de Spelen in Londen zakte Nederland een plaatsje, achter Australië, en in Rio beleefden de Golden Girls voorlopig een eindpunt, naast het podium.

De Nederlander Mathys Goosen, van Zuid-Afrikaanse afkomst, slaagde er zondag niet in de finale van de 50 meter vlinderslag te halen. De 21-jarige Goosen zwom met 23,52 seconden de twaalfde tijd in de halve finales. Dat betekende wel een evenaring van het Nederlands record dat hij in de ochtenduren tijdens de series had gezwommen. Het oude record stond op naam van Joeri Verlinden (23,63 in 2014).

De Amerikaanse topzwemster Katie Ledecky won, zoals verwacht, de 400 meter vrije slag en werd daarmee de tweede vrouw met meer dan tien wereldtitels. Door haar gouden medaille op de 4×100 meter, met de Amerikaanse ploeg, kwam ze langszij bij haar landgenote Missy Franklin, die ook op elf gouden medailles staat tijdens WK’s langebaan. Ledecky is pas twintig jaar oud en lijkt ook in Boedapest nog lang niet klaar met haar goldrush.