Jong Amerika bezwijkt aan de wanhoop

Zelfdoding De zoon van Denise Meine-Graham is een van de vele tientallen tieners in Ohio die de hand aan zichzelf sloegen. Het percentage zelfdodingen in de VS is sinds 1999 gestegen met een kwart.

Foto Joe Penney/Reuters

Er was die dag dat ze op de keukenvloer moest gaan liggen en niet meer overeind kon komen van het huilen. Denise Meine-Graham, een zakenvrouw uit Columbus in de staat Ohio, verloor haar enige zoon door zelfdoding. „Mijn man kwam naast me zitten. Hij begon voor me te bidden. Het duurde heel lang voordat ik mee kon doen en de kracht vond om weer overeind te komen.”

Drey, een coole 19-jarige die van auto’s hield, net geslaagd was voor zijn eindexamen en bijna naar college zou gaan, was niet de enige. In 2012 stierven 193 tieners en kinderen door zelfdoding in Ohio. Dit jaar zijn het er alleen in Franklin County, waarin Columbus ligt, al zeven, net zoveel als in heel vorig jaar. Ook Hamilton County, een andere van Ohio’s 88 county’s, verloor dit jaar al zeven kinderen onder de 18 aan zelfdoding en vorig jaar dertien, tegen gemiddeld vier eerder. Het jongste slachtoffer, Gabriel Taye uit Cincinnati, was pas acht jaar.

In de VS is het zelfdodingspercentage met 24 procent gestegen sinds 1999. Het is een van de oorzaken van de dalende levensverwachting onder witte, vooral laagopgeleide Amerikanen, blijkt uit onderzoek van Stanford-economen Anne Case en Angus Deaton, naast de opiatencrisis, alcohol en welvaartsziekten. De onderzoekers wijzen naar armoede en de economische crisis als dieper liggende oorzaken. Ze spreken van ‘deaths of despair’, wanhoopsdoden.

Wanhoop is niet voorbehouden aan mensen van middelbare leeftijd. De absolute aantallen zijn veel kleiner, maar ook onder de jeugd stijgt het zelfdodingscijfer - en ook vooral onder de witte jeugd. Tussen 1999 en 2014 steeg het aantal zelfdodingen bij meiden (15-24) van 3 naar 4,6 op 100.000, en bij jongens van 16,8 naar 18,2 op 100.000. Zelfdoding passeerde moord als tweede doodsoorzaak in deze leeftijdscategorie, na het verkeer.

Zelfdoding heeft zelden één eenduidige oorzaak. Drey Meine had een normale, prettige jeugd. Weliswaar scheidden zijn ouders toen hij één was, maar ze konden prima met elkaar en met hem overweg, zegt zijn moeder. Hij kon goed leren, was goed in voetbal. Op zijn vijftiende overviel hem zijn eerste depressie. Ze weet niet meer welk intuïtie haar dreef, zegt Denise Meine-Graham, maar ze vroeg Drey of hij weleens aan zelfdoding dacht. „Het antwoord was ja, en hij wist ook al hoe.” Denise en haar man zorgden razendsnel dat hun wapen uit huis verdween. Drey ging naar een psycholoog, en het leek veel beter te gaan. Zomer 2012 werd hij 19. Vier weken later werd hij door drie vrienden gevonden.

Ondraaglijke pijn

„Het is een vergissing te denken dat zelfdoding draait om doodgaan”, zegt John Ackerman, coördinator van het suïcidepreventiecentrum in Columbus’ Nationwide Children’s Hospital. „Het gaat voornamelijk over ontsnapping aan ondraaglijke pijn.” Het Amerikaanse zelfdodingspercentage ligt met 13,5 per 100.000 inwoners per jaar lang niet zo hoog als dat van landen in het voormalige Oostblok (soms wel meer dan 30 per 100.000), maar wel weer hoger dan dat in West-Europa. Case en Deaton wijten de Amerikaanse stijging vooral aan de economische crisis van na 2008, maar opmerkelijker is dat het cijfer niet omlaag gaat, ook al gaat het economisch beter.

Toch blijft suïcide in de VS een weinig onderkende volksgezondheidscrisis. „Twee eboladoden”, briest Ackerman, „en Washington legt bijna 2 miljard dollar op tafel. Voor onderzoek naar zelfdoding is niet meer dan 15 miljoen beschikbaar.”

Zelfdoding komt relatief veel voor onder ouderen en veteranen, onder native Americans en in dun bevolkte, rurale staten zoals Alaska, Montana en Wyoming. Ackerman: „Dit zijn plekken waar het economisch perspectief niet terugkeert. Daar kan het verlies van werk, een scheiding of een huisuitzetting vooral voor middelbare mannen een groot verlies van identiteit betekenen.”

In zijn werkkamer in het ziekenhuis somt Ackerman het amalgaam aan oorzaken op dat ertoe bijdraagt dat Amerikanen door eigen hand sterven: de alomtegenwoordigheid van vuurwapens, economische malaise, isolatie, gebrek aan zorg op het platteland, verslavingsproblematiek. En: een taboe op depressie en andere mentale stoornissen. „Je kunt hier heel open zijn over je hartkwaal of diabetes, maar nog steeds niet over je depressie of angstaanvallen.”

Hoe haar zoon zich het leven benam, houdt Meine-Graham liever voor zich. Maar ze wil wel vertellen hoe hij er in de laatste fase van zijn leven aan toe was. „Drey was gestopt bij zijn psycholoog. Alles leek oké, alleen dronk hij veel. En hij was prikkelbaar. Steeds boos. Ik kreeg moeilijk contact met hem. Maar het is moeilijk om als ouder te zien waar je mee te maken hebt: een chagrijnige puber of een puber die tekenen van ernstige depressie vertoont. Nu realiseer ik me hoe onzeker hij geweest moet zijn, hoe bang voor de toekomst en hoe depressief.”

Drey slikte medicijnen tegen acne, die als bijwerking depressieve gevoelens en suïcidale gedachten bleken te hebben. En een jaar eerder had een vriend van hem ook een einde aan zijn leven gemaakt – een zelfdoding in de omgeving is een grote risicofactor. „Dat had hem zeer geraakt. Een van zijn laatste berichten op Twitter was: RIP en dan zijn naam.”

Het snel veranderende tienerbrein is extra kwetsbaar, zegt John Ackerman. „Jonge mensen staan hier bloot aan enorme stress en prestatiedruk. Ze leven in complexe gezinssituaties, of hun ouders gaan gebukt onder de economische crisis. Ze krijgen structureel te weinig slaap, wat bijdraagt aan depressie. Er zijn drugs en alcohol in hun omgeving. En dan de sociale media; de wreedheid en vernederingen waaraan scholieren elkaar al decennialang blootstellen, worden nu met een factor duizend uitvergroot.”

Cyberpesten

Pesten en cyberpesten blijken regelmatig een rol te spelen bij de te vroege dood van kinderen en tieners. Op een bewakingsvideo van zijn school is te zien hoe de kleine Gabriel Taye in de wc door een groepje leeftijdsgenootjes wordt omringd. Onduidelijk is waarom hij, na iets wat eruit ziet als een handdruk, bewegingloos op de vloer eindigt. Volgens Gabriels moeder werd hij gepest, maar de school ontkent. Gabriel bleef na het incident een dagje thuis. De dag erop benam hij zich het leven.

De lijkschouwer zei in lokale media dat zij geen idee had dat een achtjarige het idee van zelfdoding kon bevatten. „Misschien had hij dat op internet gezien”, zei ze. De jongen werd begraven met zijn tablet.

Er moet veel meer aandacht komen voor de mentale gezondheid van Amerikaanse tieners, zegt Ackerman. „De levens van kinderen helemaal volroosteren en de constante overstimulatie waarin ze leven, lijken ongezond. We weten nog nauwelijks wat alle schermen met het jonge brein doen. Ook lijkt het of kinderen minder goed leren omgaan met negatieve emoties en emotionele pijn.”

Volgens de American Foundation for Suïcide Prevention hebben 25 staten sinds 2007 wetgeving die scholen verplicht docenten voor te lichten over het herkennen van depressie en gedachten over zelfdoding. Ook kinderen worden voorgelicht over hoe om te gaan met eigen en andermans suïcidale gedachten.

Met het voorlichten moet hij soms op eieren lopen, zegt Ackerman. Ruwweg de helft van de zelfdodingen in de VS gebeurt met een vuurwapen – en de staten waar suïcide het meest gebeurt, zijn ook de staten waar het wapenbezit het hoogst ligt. „Maar we kunnen ons niet richten op het terugdringen van vuurwapenbezit. Dan zouden we velen meteen tegen ons krijgen en zijn we niet meer effectief.”

Hulp bij geestelijke nood wordt in de VS vooral betaald uit Medicaid – het overheidsverzekeringsprogramma waar 40 procent van de kinderen onder valt, vooral uit de laagste inkomensgroepen. Al sneuvelde hun zorgwet, Republikeinen willen Medicaid nog steeds sterk terugschroeven, tot grote zorg van de Amerikaanse Psychiatrische Associatie.

Denise Meine-Graham nam na Drey’s dood ontslag – ze kon geen belangstelling meer opbrengen voor marketing, en voor het koekjesbedrijf waar ze altijd met plezier gewerkt had. Iets meer dan een jaar na zijn dood richtte ze de afdeling voor Columbus van LOSS op, een organisatie van vrijwilligers die een zelfdoding in hun omgeving hebben meegemaakt, die nieuwe lotgenoten hulp biedt. „Ik doe nu datgene waarbij ik zelf het meeste baat had. Dat iemand stil naast je zit, je hand vasthoudt, en blijft luisteren naar je niet aflatende ‘Waarom? Waarom? ’-vragen.”

Praten over zelfdoding kan bij hulp- en preventielijn ‘Zelfmoord? Praat erover’. Telefoonnummer 0900-0113 of www.113.nl.