Column

Onze kinderen zijn niet uniek

Wederom heerlijk denkvoer van Rutger Bregman die – ook al ben ik het voortdurend met hem oneens – wel de prettige neiging heeft om telkens boeiende vragen te stellen. Waarom werken we in vredesnaam zo hard in onze bullshitbanen? Waarom zijn we – ook in het onderwijs – zo gericht op hoger en harder en beter?

In het stuk dat deze week verscheen in De Correspondent maakt hij zich vooral zorgen over de teloorgang van vrije speeltijd voor onze kinderen. De jeugd is volgens hem te gestructureerd en te strak ingericht. Scholen, speelgoed en speeltuinen zijn een soort invuloefeningen in plaats van vrijplaatsen. Hij sluit zich daarmee aan bij het aller-allerpopulairste Ted-filmpje aller tijden: Ken Robinson die uitlegt hoe scholen de creativiteit doden. Ieder kind is een uniek sneeuwvlokje, een bloempje vol potentie, vol belofte, je hoeft het alleen te voeden om het tot bloei te laten komen zodat het zijn unieke talenten kan etaleren.

In het stuk speelt de ‘Agora’-school een belangrijke rol. Daar hebben kinderen regie over hun eigen traject en bepalen ze zelf wat ze willen leren. Iedereen is tenslotte anders, is het devies. „Heb je duizend kinderen op school? Dan heb je duizend leerroutes.” Er schijnt een hele bibliotheek aan wetenschap te zijn die dit soort concepten ondersteunt. Bregman is duidelijk gecharmeerd van deze nieuwe stijl. Hij treft er kinderen die Koreaans leren, of programmeren of alles over de atoombom weten.

Misschien zit er wat in, misschien niet. Maar als ik dat soort sneeuwvlokjeswijsheden hoor, gaan bij mij de alarmbellen rinkelen. Niet alleen omdat het idee van individuele leerstijlen ontzettend achterhaald is, maar ook omdat het allemaal wel verdacht modieus is. Ik heb het sterke vermoeden dat dit soort onderwijs objectief gezien helemaal niet beter is, en ook niet evidence-based, maar dat het vooral beter aansluit bij onze nieuwe collectieve overtuiging: dat het individu het allerbelangrijkste is op aarde, en dat we vooral moeten benadrukken wat ons van elkaar onderscheidt in plaats van wat we met elkaar delen.

Ook in ons oude gangbare onderwijs, waar leerlingen vooral zitten en luisteren en toetsen en huiswerk maken, zie je onze huidige maar snel verouderende waarden weerspiegeld. In onze huidige samenleving zijn noeste arbeid en lange werkdagen een statussymbool. Het zijn vooral de notabelen van de samenleving (artsen, advocaten, bankiers, academici, succesvolle ondernemers) die zich een slag in de rondte werken. Achteroverleunen en luieren aan het strand is niet langer een teken van succes. Een werkweek van 60 uur, doorwerken tot je tachtigste en zelden vakantie opnemen, dat is een teken van succes. Die waarden hebben we op de jeugd geprojecteerd. Zo richten we het onderwijs in. Wie het hardste werkt krijgt een pluim.

Maar de tijdgeest is in hoog tempo aan het veranderen, want hard werken maakt ons steeds vaker ongelukkig en ziek. Daarbij is er iets nieuws in de mode: het unieke van elke leerling. Het sneeuwvlokje moet niet te veel onder druk worden gezet, het moet lekker grasduinen, ronddwalen in de proeftuin van het leven. De allerbelangrijkste lessen zijn de lessen waarin je meer leert over jezelf, over jouw unieke lichaam en geest, je krachten en je zwaktes, en bovenal jouw oh zo bijzondere talenten waar de wereld om zit te springen. We fabuleren dat elk kind hartstikke uniek is, in plaats van gewoon weer een exemplaar van het hopeloos uniforme kuddedier Homo sapiens.

Waarom geloven we dat onze kinderen zo uniek zijn? Waarom praten we ze dat aan? Omdat wij ouders onszelf zo uniek vinden. Om daar uiting aan te geven kladderen we onze lichamen vol met hyperpersoonlijke tatoeages, behangen we het met hyperindividuele juwelen en kleding en tassen, en kiezen onze eigen hyperpersoonlijke vakantiebestemming. Het resultaat van het liedje? Dat we allemaal een zwaluw op onze enkel hebben, een kettinkje met een snor dragen, een Herschel-rugtas dragen en elkaar allemaal (oh gruwel) gewoon tegenkomen in hetzelfde backpackershostel in Vietnam. We lezen dezelfde boeken, en liken allemaal datzelfde TED-filmpje dat het de school is die onze creativiteit heeft gedood. De grootste leugen van onze tijd. Arme wij. Arme sneeuwvlokjes.

Ik vind het allemaal hartstikke gaaf die nieuwe onderwijsvormen. Er is vast een boel onderzoek uit zijn verband te trekken die de nieuwe leerstijlen ondersteunt. Maar geef ook vooral toe dat dit nieuwe onderwijs mode is, dat we er enthousiast van worden omdat het past bij onze nieuwe dogma’s en probeer niet te bewijzen dat het betere kindjes oplevert. Want dat loopt ongetwijfeld op een grote teleurstelling uit.