Lessen van Zhuge Liang

In 2006, toen hij zeven jaar was, verliet het Chinese schakertje Wei Yi zijn ouders en grootouders om in een andere stad bij het gezin van zijn schaakcoach te gaan wonen. Het was moeilijk en soms huilde hij, en misschien huilden zijn ouders ook wel, maar zijn vader had gezegd dat na de pijn de vreugde zoet zou zijn. Later verhuisde Wei naar nog sterkere trainers, en toen hij twaalf jaar was werd hij fulltime prof, met een salaris zoals andere ambtenaren. Toen hij vijftien was en bij de beste 50 van de wereld hoorde, werd hij gezien als een mogelijke uitdager van Magnus Carlsen.

In de jaren daarna steeg zijn rating niet, zoals verwacht was, maar daalde die licht. Er werd gedacht dat hij misschien een van die vele wonderkinderen kon zijn over wie gezegd werd dat ze een grote toekomst achter zich hadden.

De laatste jaren ging het weer opwaarts. In Wijk aan Zee scoorde hij dit jaar 7,5 uit 13 en hij deelde de derde plaats met Levon Aronian en de verrassende Indiase ster Baskaran Adhiban.

Deze week won Wei in de Chinese stad Danzhou zijn eerste toptoernooi. Het was een tienkamp met vijf Chinezen en vijf buitenlanders, waaronder Vasili Ivantsjoek en de voormalige wereldkampioen van de FIDE Roeslan Ponomariov. Wei, achttien jaar oud, staat na die overwinning veertiende op de live ratinglijst. Nog een eind verwijderd van Magnus Carlsen, maar hij nadert.

Zoals de tennisser Boris Becker door zijn harde service Boem boem Becker werd genoemd, zo was er ook sprake van Wham Wei, door het geweld van zijn aanvalspartijen. In Danzhou werd het duidelijk dat hij ook subtiel kan spelen.

In een interview in 2015 noemde Wei de politicus, uitvinder en militair strateeg Zhuge Liang (181-234, in het tijdperk van de Drie Koninkrijken) een van zijn helden uit het verleden. Eerst waren het de verhalen van Zhuge die hem geboeid hadden, later zijn gedachten en strategieën. Misschien is het een goede tip voor de Nederlandse jonge talenten.

Wei Yi - Xu Yinglun, Ho Chi Minh City 2017

1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 a6 6. Lg5 Pbd7 7. Lc4 Db6 8. 0-0 Dxb2 9. Pd5 Pxd5 10. Tb1 Dc3 11. Lxd5 Dc7 12. f4 Een raadsel waarom iemand met zwart deze variant kiest tegen de aanvalsspeler Wei. Zwart heeft een pion gewonnen, maar alle kanonnen staan op hem gericht. 12…e6 13. Te1 Pc5 Ook na 13…Pf6 14. Lxf6 gxf6 15. f5 heeft wit een gevaarlijke aanval, of zwart de aangeboden loper neemt of niet. 14. f5 Le7 Hierna gaat het mis, maar goede raad was duur. Als zwart de loper neemt, wint wit na 14…exd5 15. exd5+ Kd7 16. Dh5 op slag. 15. Lxe7 Dxe7 16. fxe6 fxe6 17. Pf5 Een mooi plaatje. Twee stukken staan in, maar mogen niet genomen worden. 17…Dc7

Zie diagram

18. Lc6+ Dxc6 Maar nu moet zwart het loperoffer wel aannemen. 19. Pxd6+ Ke7 20. Dg4 Pd7 Ook na 20…Kxd6 21. Ted1+ of 20…Ld7 21. Ted1 wint wit snel. Met 20…Dxd6 21. Dxg7+ Ke8 22. Dxh8+ Df8 kon zwart nog het langst volhouden. 21. e5 Een kalme slotzet. Zwart gaf op. Hij kan bijna geen zet meer doen. Na 21…Dc5+ 22. Kh1 Pxe5 23. Dxg7+ Kd6 24. Txe5 wint wit in de aanval.