Hezbollah begint offensief tegen IS en Al Qaeda - in Libanon

De Libanese shi’itische militie Hezbollah is bezig met een offensief tegen Al Qaeda en IS in het grensgebied tussen Libanon en Syrië. Syrische vluchtelingen daar zoeken nu veiligheid in Syrië.

Strijders van de shi’itische militie Hezbollah. Foto AFP

In Libanon is het al jaren relatief rustig, niettegenstaande de burgeroorlog in buurland Syrië. Maar in een kleine uithoek in het noordoosten van het land is het sinds vrijdag oorlog. De Libanees-shii’tische militie Hezbollah en de legers van Syrië en Libanon hebben in het stadje Arsal een gezamenlijk offensief ingezet tegen strijders van Al Qaeda en Islamitische Staat, die zich al jaren verschansen in de bergen aan beide kanten van de Syrisch-Libanese grens.

Vrijdag en zaterdag werden de extremisten met artillerie bestookt door het Libanese leger, en vanuit de lucht gebombardeerd door het Syrische leger, terwijl Hezbollah het grondoffensief op zich neemt. Zaterdag waren aan Hezbollah-kant al vijftien doden gevallen, en 48 bij Jabhat Fathah al-Sham, het Al Qaeda-filiaal dat tot vorig jaar bekend stond als Jabhat al-Nusra.

Abu Taha al-Assali kent ze allemaal: Abu al-Sous, de leider van Islamitische Staat, en Abu Malek al-Talli, de leider van Fatah al-Sham. “Ik heb hen leren kennen toen zij in 2014 Arsal onder de voet hebben gelopen”, zegt hij, gekleed in een traditionele dishdashah, een enkellang gewaad, in een huis in Laboueh, het laatste stadje voor Arsal – het leger staat niet toe dat journalisten Arsal zelf betreden.

Abu Taha is een zakenman uit het Syrische dorp Aasal al-Ward, vlak over de grens, die zich heeft opgeworpen als onderhandelaar.

Spilfiguur

Afgelopen maanden was hij een spilfiguur in de gesprekken over een veilige aftocht voor de strijders van Fatah al-Sham naar Idlib in Syrië. Die liepen naar verluidt stuk op de onredelijke eisen van hun leider, Abu Malek. Toen Hezbollah-leider Hassan Nasrallah daarop het ‘uur nul’ afkondigde voor het offensief trok dat ook een streep door Abu Taha’s andere project: het evacueren van de Syrische vluchtelingen in Arsal terug naar Syrië, waar het nu ironisch genoeg veiliger is dan in dit stukje Libanon.

“Het was mijn idee,” zegt Abu Taha. “Arsal was voor de Syriërs een open gevangenis geworden. Ze mogen van het Libanese leger niet buiten, en er zijn tekorten. Die mensen zijn ooit naar hier gevlucht voor de veiligheid maar die is hier niet meer. In Syrië is het beter.”

Arsal in Libanon.

Abu Taha ging in juni zelf mee met de eerste groep van 50 families naar Aasal al-Ward, het dorp in Syrië waar hij zelf vandaan komt. Vorige week keerde hij terug om een tweede groep van 150 families te evacueren. Met de hulp van het Libanese leger en Hezbollah. Nog eens 200 families stonden op het punt te vertrekken toen het offensief vrijdag begon. “Zij gaan voorlopig nergens naartoe,” zegt Abu Taha.

Slachtoffer

Hoe is het zover gekomen? “Arsal is slachtoffer van zijn geografische ligging”, zegt Rima Kroumbi, de vice-burgemeester van Arsal, in het laatste huis voor het checkpoint van het Libanese leger.

“Wij zijn een sunnitisch stadje, maar aan Libanese kant worden wij omringd door shi’itische dorpen die onder controle staan van Hezbollah. De mensen in Arsal hadden altijd al meer contact gehad met de sunnitische dorpen aan de Syrische kant van de grens. Er zijn familiebanden, wij spreken met hetzelfde accent, anders dan de shi’ieten hier in de buurt.”

Toen in 2011 eerst de revolutie en toen de burgeroorlog in Syrië losbarstte, koos Arsal resoluut de kant van de sunnitische rebellen, terwijl Hezbollah de kant koos van het Syrische regime. Arsal werd overspoeld door vluchtelingen: schattingen lopen uiteen van 70.000 tot 100.000 Syriërs op een autochtone bevolking van 10.000 tot 30.000. Veel van de dorpen in Syrië waar de vluchtelingen vandaan komen staan vandaag onder controle van Hezbollah.

Arsal was ook een uitvalsbasis voor het Vrije Syrische Leger. Deze krant interviewde in 2012 de toenmalige burgemeester van Arsal. In zijn kantoor zaten gewapende rebellen thee te drinken. Zoals elders in Syrië kregen de extremisten gaandeweg de bovenhand.

Lokale rebellen

In Arsal liep de situatie uit de hand toen in augustus 2014 Al Qaeda en IS – in feite lokale rebellen die zich bij de extremisten hadden aangesloten – het stadje onder de voet liepen. Het duurde een week vooraleer het Libanese leger het stadje kon heroveren. Tientallen Libanese soldaten en politiemannen werden ontvoerd. Een aantal werd onthoofd; anderen werden geruild voor jihadisten in Libanese gevangenissen, onder hen de ex-vrouw van IS-leider Abu Bakr al-Bahgdadi. Negen Libanese soldaten zijn nog altijd gegijzeld.

Deze foto werd vrijgegeven door Hezbollah van het offensief in Arsal. Foto AFP

Sindsdien staat Arsal in de rest van Libanon bekend als een nest van extremisten. Ten onrechte, zegt Rima Kroumbi. “De Libanese media hebben ons sinds 2014 voortdurend in beeld gebracht als terroristen. Als er een tv-ploeg kwam, zoomden ze in op iedereen met een baard.”

Kroumbi denkt dat dat beeld veranderd is. Dat zij als liberale vrouw zonder hoofddoek de meeste stemmen behaalde tijdens de gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar in Arsal speelde daarbij een rol. Maar in Beiroet zorgt Arsal opnieuw voor politieke spanningen.

Eind juni deed het Libanese leger een inval in de vluchtelingenkampen van Arsal, op zoek naar sympathisanten van Al Qaeda en IS - veel strijders hebben familie in de kampen. De soldaten werden geconfronteerd met vijf kamikazes; zeven soldaten raakten gewond, een Syrisch meisje van zeven werd gedood. Zo’n 350 mensen werden opgepakt.

Arrestanten

Vorige week doken foto’s op van vier van de arrestanten die in gevangenschap zijn overleden. Het Libanees leger had eerder gezegd dat de vier bestaande gezondheidsproblemen hadden, maar uit de foto’s is duidelijk dat de mannen gefolterd zijn.

De regering kondigde een betogingsverbod af nadat twee groepen hadden aangegeven op straat te willen komen: de ene uit solidariteit met de Syrische vluchtelingen, de andere uit solidariteit met het Libanese leger.

De Syrische man die op Facebook had opgeroepen tot de pro-vluchtelingenbetoging werd gearresteerd. Tegelijk werden verschillende Libanese mannen opgepakt die een video hadden verspreid waarin ze een Syrische vluchteling mishandelen. Via Whatsapp werd een oproep verspreid aan alle Libanezen om Syrische vluchtelingen aan te vallen. Op Twitter waarschuwde de Druzenleider Walid Jumblatt voor een herhaling van 1975, toen spanningen rond de Palestijnse vluchtelingen mede aanleiding waren voor vijftien jaar burgeroorlog in Libanon.

In Arsal probeert burgemeester Bassel Hujeiri deze dagen de gemoederen te bedaren. “We hebben de vluchtelingen gevraagd om vooral niet op straat te komen, en om zich koest te houden op sociale media. We mogen het leger geen excuus geven om opnieuw binnen te vallen in de kampen,” zegt hij aan de telefoon.

Abu Taha’s inspanningen voor de terugkeer van de Syrische vluchtelingen liggen voorlopig stil. Hij heeft doodsbedreigingen gekregen van Fatah al-Sham, en kan zich niet in Arsal vertonen. “Fatah al-Sham wil niet dat de mensen terugkeren naar Syrië want dan zijn zij hun bestaansreden hier kwijt.”

Abu Taha voorspelt dat nog veel meer mensen terug zullen willen naar Syrië wanneer de gevechten rond Arsal ophouden. “Dit is slechts het begin”, zegt hij.

Terugkeer

Die terugkeer is controversieel. Hezbollah promoot al enige tijd het idee dat de Syrische vluchtelingen in Libanon kunnen terugkeren naar ‘veilige zones’ in Syrië. De andere Libanese partijen zijn niet tegen de terugkeer van de vluchtelingen maar willen dat die via de Verenigde Naties verloopt. De positie van het VN-vluchtelingenagentschap (UNHCR) is dat de condities voor terugkeer naar Syrië niet zijn vervuld. Het UNHCR meldde vorige maand wel dat 31.000 Syriërs in 2017 vrijwillig zijn teruggekeerd uit de buurlanden. Bijna een half miljoen intern ontheemden zijn in dezelfde periode teruggekeerd naar regeringsgebied in Syrië.