Cultuur

Interview

Interview

Foto´s Merlijn Doomernik

Zomergasten-presentator Janine Abbring zou zelf een slechte gast zijn

Lunchinterview Janine Abbring presenteert vanaf zondag VPRO Zomergasten. „De fragmenten zijn je reddingsboeien als het gaat kabbelen.”

Janine Abbring roert met een bleek gezicht in haar thee en bestelt met tegenzin bananenbrood. Maar aan het vintage schooltafeltje tegenover me zit geen vrouw die klaagt. Ze zegt alleen dat ze zich niet helemaal lekker voelt. Lois de hond, die altijd overal mee naartoe mag, vlijt zich tegen haar benen. We zijn in Hartje Oost, een koffiezaakje in de Amsterdamse Javastraat waar ook duurzaam geproduceerde kleren worden verkocht – haar keuze. Het is anderhalve week voor de eerste aflevering van VPRO Zomergasten. Ze is dit seizoen de presentator.

„Waarom Janine Abbring?” Ze stelt de vraag voordat ik hem stel. Het antwoord begint met een hoofdredacteur van de VPRO die graag een vrouw als interviewer wilde en in gesprek raakte met de mensen achter Zondag met Lubach, het succesnummer van de publieke omroep. Een van hen vroeg of hij wel eens aan Janine Abbring had gedacht.

Denkt u mee? Ze is de eindredacteur (bazin) van Zondag met Lubach. Ze presenteerde Vroege Vogels, op radio en televisie. Ze was een van De Jakhalzen in DWDD. Ze scoorde een hit met het liedje Jelle, samen met Arjen Lubach, een satire op Stan van Dido en Eminem. ‘Ik heb het koud, het is hier donker, mijn oogjes knijp ik dicht…’ Maar dat was in 2001, misschien telde dat niet meer mee. Dit wel: een filmpje van een interview van haar met Gerrit Zalm, live voor een zaal. „Een schnabbel”, zegt ze. „Die collega van ZML” – Zondag met Lubach – „had opeens een andere kant van mij gezien.”

De clip Jelle van Janine Abbring met Arjen Lubach

Ze werd uitgenodigd voor een screentest. Ze vroeg aan het kleine groepje vrienden met wie ze al jaren optrekt, onder wie Arjen Lubach, of het wat voor haar zou zijn. „De nadelen zijn evident”, zegt ze. „Er zijn altijd mensen die negatief zijn over de presentatie. Je bent zes weken de boksbal.” Dus vroeg ze zich af, zeg ik, of ze daar wel tegen kon. „Niet eens zozeer, want dat weet ik niet. Meer of het een reden was om het niet te doen. Maar als je zo gaat denken…” Kun je net zo goed in je graf gaan liggen. „Zeker.” En De Jakhalzen dan? Ze is toch wel wat gewend? „Jawel, jawel… ‘leuke filmpjes van die Janine, maar mag er een zak over haar hoofd’…” Ze lacht. „Dat was de enige keer dat het zo vals was.” Nee, mannen krijgen zulke reacties nooit.

De screentest was met iemand die al eerder zomergast was geweest. En ja, ze vond het meteen leuk.

Bij mij moet het altijd korter, sneller, snappy

Ze beweegt haar handen naar elkaar toe en klakt met haar tong. „Na de screentest zei de eindredacteur dat ik de gast meer ruimte had kunnen geven. Af en toe mijn mond houden. Dat is mijn valkuil. Bij mij moet het altijd korter, sneller, snappy.” Ze maakt weer dat gebaar met haar handen „Bij Zondag met Lubach staan ze het achter mijn rug wel eens na te doen. Ik ben gewend aan radio, hè. De Jakhalzen was helemaal korter dan kort. ”

Je mond houden is wel het moeilijkste, zeg ik. Voor je het weet wordt het saai. „Maar dan heb je de fragmenten. Dat zijn je reddingsboeien. Als het gaat kabbelen, kun je door naar het volgende fragment.” En ben je, zeg ik, in anderhalf uur klaar. „Ha!”, roept ze. „Zomergasten van drie naar anderhalf uur dankzij mij.” Maar dat meent ze natuurlijk niet.

Ze neemt een voorzichtige hap van het bananenbrood, het eerste wat ze eet vandaag, en vertelt hoe het kiezen van de gasten gaat. Daar is een redactie voor die, dit wil ze graag benadrukken, heel hard werkt en er voordat zij erbij kwam al lang mee bezig was. Diepgravende gesprekken, onderzoeken of iemand in beelden kan denken. Want dat is, zegt ze, niet iedereen gegeven. „Zelf kom ik niet verder dan Theo en Thea.” Alle zes gasten bij elkaar, dat moet ook min of meer kloppen. Man, vrouw, zwart, wit, oud, jong. En Janine Abbring mag een veto uitspreken. Heeft ze dat gedaan? „Nee. Er was wel iemand bij tegen wie ik opzag, uit de economische hoek. Monetair systeem, Brexit…” Jeroen Dijsselbloem? „Ik noem geen namen en het was ook niet zo dat ik hem niet wilde. Hij viel gewoon af.”

Ik vraag of ze het meent dat ze niet verder zou komen dan Theo en Thea. Zij maakten tussen 1985 en 1989 kindersatire voor de VPRO. Janine Abbring was negen toen ze begonnen. „Ik bedoel het licht cynisch”, zegt ze. „Het is typisch voor iemand die in de jaren zeventig is geboren.” Kan ze echt niet bedenken wat ze nog meer zou laten zien als ze zelf zomergast was? „Ik zou”, zegt ze na een lange stilte, „sowieso geen goede gast zijn omdat ik te genuanceerd ben. Bij mij is het altijd een beetje dit en een beetje dat. En dan ook nog iets zinnigs zeggen over die fragmenten, meer dan: ‘Dit vond ik vroeger heel leuk, dat vond ik altijd heel mooi.’ Daar vul je geen drie uur mee.” Een zomergast zonder uitgesproken mening is dus geen goede zomergast? „Nee. Nee, echt niet.” Dan zit ze met Rosanne Hertzberger (zij is de eerste) goed. „Die is superbot, en rechts, en ze heeft een heel gaaf boek geschreven, ik had het al gelezen. Ik verheug me enorm op haar.”

Nog een kopje thee. Ze vertelt dat ze deze zomer – „dit klinkt enorm Happinez” – helemaal open had gelaten om te zien wat er op haar pad zou komen. En toen kwam dit dus, meant to be, haha, nee hoor, daar gelooft ze niet in. Geen vakantie? „Ik ben in het vroege voorjaar naar Ibiza geweest, met de hond, logeren bij een vriend die ook honden heeft.” Ik zeg dat ik ergens gelezen heb dat ze een Zweedse geliefde heeft. Ze sluit meteen de luiken en laat me alleen door het kleinste kiertje nog naar binnen kijken. Een Zweedse vriend met een Poolse moeder, sinds drie jaar. Hij woont in Amsterdam en is gids voor toeristen. Kent ze hem van haar vakantie naar Zweden met Arjen en zijn broer Joost? Daar heb ik ook over gelezen. „Nee, van Tinder.”

Het gesprek wordt ongemakkelijker als ik naar haar relatie vroeger met Arjen Lubach vraag. „Moeten we het daar echt over hebben? We worden zo moe van dat gelul over elkaar.” Stilte. „Ik haat interviews geven. Als het aan mij lag, deed ik het niet.” Dus ze doet het alleen…? „Ter promotie van het programma.” Wacht even, zij gaat zes weken lang mensen drie uur per avond live op televisie ondervragen in de hoop dat ze zichzelf blootgeven, terwijl ze omgekeerd… „Ja”, zegt ze. „Maar als ze ergens niet over willen praten, dan niet. Ook als jakhals – ik ben nooit te ver gegaan of onbeleefd geworden.”

Geitenwollesokkerig

Haar kleren dan maar. Wat ze aantrekt tijdens de uitzending. De VPRO wilde haar geld geven om zich zes keer in het nieuw te steken, maar dat wilde ze niet. „Ik probeer me aan een duurzame leefstijl te houden, dus ik gebruik het budget voor een styliste die kleding leent en weer terugbrengt.” Ze maakt een geluid alsof ze een slechte grap hoort. „Dit klinkt heel geitenwollensokkerig.” Is ze bang om een Gutmensch gevonden te worden? „Nee, het is meer eh… ‘al die nieuwe kleren, nee hoor, dat hoef ik niet’. Nogal decadent, hè. Enorm luxe om dat te kunnen zeggen.”

Het worden vooral jurken, zegt Janine Abbring. Niet te kort, want dan moet ze de hele tijd – ze trekt aan de zoom van een denkbeeldige rok – aan haar benen denken. En niet de poedertinten waar ze zelf van houdt, want op televisie maken die je flets. Eerder blauw, bordeaux. En haar haar? Mag ze dat laten zoals het is? „Dat zou je”, zegt ze, „aan een mannelijke presentator nooit vragen.” Niet aan Wilfried de Jong, nee. Verder moet ik haar gelijk geven.

De komende zes weken ziet het leven van Janine Abbring er als volgt uit. Op maandag begint ze zich in te lezen in de gast van de zondag erop. Ze spreekt een keer af om kennis te maken en ze kijkt naar de fragmenten die gekozen zijn. „Er is wel eens een presentator geweest voor wie dat niet hoefde, het moest spontaan zijn.” En? „Hij kwam er al snel op terug.” Voor de uitzending heeft ze het scenario van het gesprek helemaal in haar hoofd, waardoor ze tijdens de uitzending genoeg zelfvertrouwen zal hebben om het los te laten. Hoopt ze. Heeft ze voor elke gast een thema in gedachten? Bij Eberhard van der Laan zijn aanstaande dood? De woede die hij daar ongetwijfeld over voelt? „Niet drie uur lang”, zegt ze. „Ik praat liever over zijn leven. Ik hoor van de redactie dat hij heel veel te vertellen heeft.”

Lees ook: Dit zijn de komende zes weken de gasten van Janine Abbring

Dan laat ze me toch weer even naar binnen kijken. Haar moeder is kortgeleden overleden, ze zat rond haar zestigste al in een verzorgingshuis. Bij de uitvaart hadden ze vooral mooie herinneringen opgehaald, niet die aan het bittere einde – want wat heb je daaraan.

Aan het eind van het gesprek komt er, omdat ik ernaar vraag, toch een lijstje van waar ze graag naar kijkt. House of Cards. Game of Thrones. „Alle clichédingen.” Laatste film? „Get me Roger Stone. Dat is de man die ervoor gezorgd heeft dat Trump president werd. Fantastisch.” Haar favorieten verder: Moonrise Kingdom, Eternal Sunshine of the Spotless Mind, Being John Malkovich. Leest ze ook? „Jaaaaa.” Ze vertelt over het programma Meesterwerken van Paul Witteman waar ze in zat. Moest ze haar mooiste boek noemen. Hadden het er vijf mogen zijn, dan had Reve er zeker bij gezeten. En De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren. Maar één boek? En dat bén je dan? Ze lag er bijna van wakker. Je koos Jane Eyre, zeg ik. „Dat was het veiligst. En ik had er een goed verhaal bij.”