Column

Vakantie

Marcel

Sinds ik kinderen heb, is mijn idee over vakantie veranderd. Het kan dus ook helemaal niet ontspannend zijn, ontdekte ik vorig jaar toen ik mijn gezinnetje de afgrond in sleepte. Naar een Center Parcs-huisje in het midden van Frankrijk, waar ze ons geestelijk en financieel helemaal leegtrokken. Dieptepunt was de afsluitende avond in de overdekte pizzeria, waarvoor we eerst in de rij moesten staan omdat alle plastic kinderstoelen bezet waren. We nipten van zure wijn uit plastic glazen in die volière, en hoefden elkaar niet aan te kijken om te weten wat de ander dacht. Zeven dagen rondhangen bij de aquadome en de kinderboerderij met die bijtende bok hadden erin gehakt.

Eigenlijk begon de vakantiepret pas achteraf, als we bezoek hadden en alle dieptepunten opsomden. Op zo’n avond, het moet rond Kerst zijn geweest, lieten we ons door vrienden de voordelen van een groepsvakantie aanpraten.

Zaterdagochtend vertrekken we naar een villa op een berg in Zuid-Frankrijk, waar drie volwassenen en nog twee kinderen op ons wachten. De voorbereidingen zijn in volle gang.

Af en toe proberen we ons te herinneren wat die voordelen ook al weer waren. „Weten ze eigenlijk wel dat we helemaal geen groepsmensen zijn?”, vroeg de vriendin terwijl ze een weekendtas volpropte met luiers, die in het grote Franse niets natuurlijk niet te krijgen zijn.

„Zijn ze zelf ook niet”, zei ik en ik mompelde er geruststellend bedoeld achteraan dat onze vrienden er ook als een berg tegen opzagen. „Het verwachtingspatroon is nul, dus het kan alleen maar meevallen.”

‘Zei je vorig jaar ook”, zei de vriendin, die mijn Arnhemse wijsheden inmiddels kende. Het laatste contact met een van onze vrienden was de mededeling dat hij beslist niet naar ‘marktjes in Franse dorpjes’ wilde en zijn vriendin wel. Zijn angst was dat ‘de vrouwen’ dat zouden willen en dat wij dan met z’n tweeën vijf kinderen zouden moeten amuseren.

„Alsof dat mag”, sms’te ik terug, want de vriendin had op foto’s gezien dat er ook een zwembad bij het lustoord hoorde en had al een paar keer gezegd dat iedereen continu waakzaam zou moeten zijn omdat ze zeker wist dat er anders kinderen verdronken.

Een boek lezen zat er dus niet in.

„We staan voor een sociaal experiment”, zei ik tegen mijn bejaarde moeder bij wie de tegenzin vroeger al op de eerste vakantiedag van het gezicht spatte. Ze probeerde het op haar manier te relativeren door over vroeger te beginnen. „Na drie weken Zwitserland kon je me opvegen, ik verheugde me zo erg op thuis dat ik er weer een jaar tegen kon.”

Ze voegde eraan toe dat ze sommige van haar vrienden die ons daar kwamen opzoeken daarna ook ‘heus nog wel eens’ had gezien.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.