Tonijnen gebruiken afweer ook om vinnen te sturen

Sommige tonijnsoorten hebben een hydralisch systeem om snelle vin-bewegingen te maken – bijvoorbeeld om voedsel te kunnen pakken.

Sommige tonijn-soorten hebben een een bio-hydraulisch systeem, waarmee ze hun vinnen kunnen stellen. Monterey Bay Aquarium

Het lymfevatenstelsel speelt bij gewervelde dieren vooral een rol in de afweer tegen ziekteverwekkers, en het transport van bloedcellen door het lichaam. Maar een aantal tonijnsoorten zet het ook lokaal in als hydraulisch systeem, om de stand van een aantal vinnen te reguleren. Ze veranderen die stand als ze snelle draaibewegingen moeten maken, bijvoorbeeld als ze voedsel willen pakken.

Onderzoekers van Stanford University en de Monterey Bay Aquarium ontdekten het systeem en beschreven het vrijdag in Science. De kennis kan volgens de auteurs goed gebruikt worden om de manoeuvres van robotvissen verder te verbeteren.

De onderzoekers troffen het lymfesysteem aan aan de basis van de tweede rugvin en de anale vin (de achterste buikvin). Daar blijkt zich een reservoir te bevinden, gevuld met lymfevloeistof. Vanuit dat reservoir loopt een aantal kanaaltjes de vinnen in. Als spieren rondom het reservoir zich samenknijpen drukt dat de lymfevloeistof de kanaaltjes in, waardoor daar meer druk ontstaat en de vinstralen omhoog gaan staan.

Op video-opnames van twee soorten tonijn in aquaria, zagen de onderzoekers duidelijk hoe de twee vinnen werden opgericht net voordat de vissen snelle draaibewegingen gingen maken. Dat was bijvoorbeeld het geval als ze werden gevoerd.

Door het oprichten van de vin blijken de krachten van het langs stromende water op de vis te veranderen, zo achterhaalden de onderzoekers met hulp van een computerprogramma voor vloeistofdynamica. De verhouding tussen de lift (de kracht loodrecht op de stromingsrichting) en de weerstand (drag) verbeterde. Voor de vis wordt het dan makkelijker om te draaien.

Dat het ook echt om een deel van het lymfevatenstelsel gaat, toonden de onderzoekers aan door de cellen in het reservoir te onderzoeken. Die bestonden voor 20 procent uit witte bloedcellen, 35 procent rode bloedcellen, en 40 procent voorlopers van bloedcellen.

Op basis van de aanwezigheid van het hydraulisch systeem maakten ze ook nog een nieuwe stamboom van de makrelen, waartoe ook de tonijnen horen. Ze troffen het systeem bijvoorbeeld wel aan bij geelvintonijn en de gevlekte koningsmakreel, maar niet bij de Pacifische makreel.