Zij wonen in een van de smerigste straten van Nederland

Luchtvervuiling De Stadhouderskade in Amsterdam heeft misschien wel de vuilste lucht van Nederland. Bewoners ademen gelaten door. Maar zorgelijk is de luchtkwaliteit wel. „Als alle slachtoffers op één dag sterven, zouden mensen pas beseffen dat er iets moet gebeuren.”

De Stadhouderskade in Amsterdam „Het stinkt hier. Dat komt door de uitlaatgassen van de auto’s.” Foto’s Olivier Middendorp

Hij heeft alle vervuiling doorstaan. Zijn complete leven woont Guus Oosterhuis (89) op dezelfde bovenwoning aan de Stadhouderskade in Amsterdam, misschien wel de smerigste straat van Nederland. „Dat ik deze leeftijd heb bereikt, zit in de familie. Het is geen verdienste. Een mens heeft geen verdienste.”

Oosterhuis, voormalig boekhouder, is gewend aan de herrie en de grote aantallen voertuigen die de hele dag langs denderen. „Het stinkt hier. Dat komt door de uitlaatgassen van de auto’s.” Klagen over de vieze lucht doet hij niet. Oosterhuis doet ’s avonds na tienen, als de drukte is geluwd, wel eens een raam aan de voorkant open. Aan de achterkant laat hij de ramen dicht. „Anders komen er katten binnen.” Het is vooral de onveiligheid die hem hindert. „Het is gevaarlijk. Auto’s keren om. Elektrische scooters hoor je niet aankomen.”

Oosterhuis is een van de ongeveer twintig bewoners van de Stadhouderskade die we de afgelopen weken hebben gesproken over wat je niet ziet, niet voelt en hooguit soms ruikt: de vervuilde lucht. De kade maakt deel uit van de Amsterdamse binnenring, een verkeersader langs de binnenstad. Zij biedt uitzicht op een brede gracht, met gezellige woonschepen, onder de schaduw van tientallen platanen en iepen, maar al jaren prijkt de straat bovenaan de lijstjes van meest vervuilde straten van Nederland. Te veel stikstofdioxide. Te veel fijnstof. Te veel roet. De woonbootbewoners hebben soms dubbel zo veel last; ze ademen niet alleen de lucht van het autoverkeer in, maar ook van de rondvaartboten. „Je moet ’s avonds het raam van je slaapkamer sluiten, want die boten keren hier, trekken op en dan waait er zomaar een dot zwarte rook naar binnen”, zegt theatertechnicus Pieter Roodbeen.

De emotie over de luchtkwaliteit wisselt sterk, maar de meeste bewoners zijn er enigszins gelaten onder: ze weten dat de lucht slecht is, maar meer dan een vage ongerustheid hebben ze er niet door ontwikkeld. Veel bewoners maken zich drukker om wat je wél kunt waarnemen: dat het erg druk is, en onveilig, dat er regelmatig dodelijke ongevallen gebeuren.

Nederland, Amsterdam, 20-07-2017.
Stadhouderskade in Amsterdam.
Foto: Olivier Middendorp

Toeterende auto’s

Waar ‘billiardfabriek Wilhelmina’ last van heeft? „Toeterende auto’s!” zegt Robert van Oosterhout, schavend en schurend in zijn werkplaats. Zijn broer Paul: „We zullen hier wel wat meer viezigheid naar binnen krijgen. Mensen met astma hebben eerder last. Maar het zal waarschijnlijk beter worden. Mensen gaan elektrisch rijden. Navigatiesystemen zouden bij hun routes meer rekening kunnen houden met het milieu.” Verder is de luchtkwaliteit niet iets om van wakker te liggen. Eerder iets om grappen over te maken. „Als ik u was”, lacht hij, „zou ik hier maar snel weggaan, want de lucht schijnt hier heel schadelijk te zijn.”

Het biljartparadijs ligt recht tegenover De Nederlandsche Bank, met op de stoep een peperbusvormig gebouwtje waaraan de GGD Amsterdam veel dure en geijkte meetapparatuur heeft hangen waarmee live concentraties worden gemeten. Daarnaast zijn over de hele straat buisjes opgehangen die het jaargemiddelde gehalte stikstofdioxide (NO2) meten. De metingen stemmen niet vrolijk. Hier, bij het kruispunt met de Van Woustraat, werd vorig jaar gemiddeld 47,5 microgram NO2 per kubieke meter gemeten. Dat was in 2003 nog 66 microgram, maar na een daling in 2010 tot 48 is de concentratie nauwelijks meer gedaald. En dus overschrijdt de hoeveelheid NO2 hier nog altijd ruimschoots de norm van 40 microgram die zowel de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) als de Europese Unie hanteren.

Ook de normen voor fijnstof, althans die van de WHO, worden fors overschreden. „Zorgelijk”, zegt Saskia van der Zee, adviseur milieu en gezondheid van de GGD Amsterdam.

Aan overgewicht kunnen veel mensen zelf iets doen. Dat geldt ook voor alcohol. Maar vieze lucht kun je niet anders dan inademen

De luchtkwaliteit is in 2016 niet verbeterd ten opzichte van 2015, zo blijkt uit een deze maand verschenen rapport van de GGD Amsterdam. Vermoedelijk door het weer; er was relatief weinig wind en die kwam ook nog eens minder vaak van zee. „Gemiddeld over een langere periode is er nog steeds sprake van een verbetering van de luchtkwaliteit”, aldus het rapport. Maar echt schoon kun je de lucht moeilijk noemen. De Europese normen worden meestal gehaald, maar de normen die de WHO hanteert, die over enkele jaren vermoedelijk ook nog eens worden verscherpt, blijven nogal eens buiten bereik in Amsterdam.

Luchtvervuiling is een niet te onderschatten bron van ziekte, stelt het rapport. „Hoewel vrijwel overal in Nederland – ook vrijwel overal in Amsterdam – aan de wettelijke grenswaarden wordt voldaan, is blootstelling aan luchtverontreiniging verantwoordelijk voor 4,5 procent van de totale ziektelast.” Dat is minder dan door roken (13,1 procent) en vergelijkbaar met overgewicht (5 procent).

Een direct, individueel verband met sterfte valt bij luchtvervuiling niet gemakkelijk te leggen, zegt Saskia van der Zee. „Maar er zijn honderden onderzoeken waaruit blijkt dat op groepsniveau de sterfte stijgt bij luchtvervuiling.” Voor fijnstof bestaat zelfs geen veilige ondergrens; elke extra microgram fijnstof leidt tot verhoogde sterfte. „Je zou het kunnen vergelijken met roken en longkanker; wie veel rookt, loopt een aanzienlijke kans op longkanker.”

Groene golf

Op de Stadhouderskade zijn genoeg bewoners te vinden die aandringen op maatregelen. Zoals projectontwikkelaar Roland Huizing, die beurtelings hier en in Manhattan woont. Hij is onaangenaam getroffen door een recente brief van de gemeente waarin hem werd aangezegd dat hij binnenkort niet meer met zijn scooter in de binnenstad mag rijden. Te vervuilend. „Fair enough”, zegt Huizing in zijn doodstille, uitstekend geïsoleerde woning. „Maar waarom doet de gemeente dan niets aan die duizenden auto’s? Die dragen toch veel meer bij aan de vieze lucht?”

Er is heus wel iets gedaan, riposteert de gemeente; zo zijn de rijbanen opnieuw ingericht en is er een groene golf van verkeerslichten zodat het autoverkeer vlotter doorstroomt en de gemiddelde snelheid is verhoogd van 15 naar 25 kilometer per uur. „Juist het optrekken en remmen veroorzaakt namelijk veel uitstoot”, stelt een woordvoerder.

Voldoende is dat volgens de bewoners niet. „Laat ze hier eenrichtingsverkeer maken”, suggereert Ronald Huizing. Bewoners van straten in de omgeving zijn mogelijk nog strijdbaarder. Paul Busker woont aan de Valkenburgerstraat, even verderop. Een belangrijke autoroute tussen de IJtunnel en het stadhuis. Hij ademt „moeilijk” en is snel vermoeid. Sinds hij er negentien jaar geleden kwam wonen, is het verkeer alleen maar toegenomen. Hij heeft handhavingsverzoeken luchtkwaliteit bij de gemeente en het ministerie ingediend. Hij pleit voor fietsen door de IJtunnel en voor het invoeren van een dertigkilometerzone, zoals in omliggende straten. „Elders in de stad worden auto’s geweerd maar bij ons niet. Wij worden ongelijk behandeld.” Verhuizen heeft hij nooit overwogen. „Moet ik vertrekken omdat er geen oplossingen komen? Omdat er politieke spelletjes worden gespeeld?”

Janhuib Blans, een Amsterdammer met uitzicht op de niet zo frisse Nassaukade, aan de westkant van het centrum: „Toen ik hier kwam wonen, merkte ik dat mijn adem ‘scherper’ voelde, met licht piepen.” Oorzaak: het verkeer. Hij pleit voor borden langs de weg waarop real time concentraties van schadelijke stoffen te lezen zijn. „En als zich hoge concentraties voordoen, moet het verkeer tijdelijk kunnen worden omgeleid.”

De gemeente wil de luchtvervuiling onder meer reduceren door de meest vervuilende bestelauto’s, scooters, taxi’s en touringcars uit de binnenstad te weren. Er is een programma om elektrisch vervoer te stimuleren. Ook zijn er „realistische” doelstellingen om in 2025 roet met 30 procent te verminderen vergeleken met 2013, en stikstofdioxide met 35 procent te verminderen in tien jaar tot 2025.

Maatregelen zijn des te noodzakelijker, vinden GGD en ook Milieudefensie, omdat bewoners geen alternatief hebben. „Mensen hebben geen andere keus dan elke dag opnieuw in te ademen”, zegt Anne Knol, campagneleider mobiliteit van Milieudefensie. Saskia van der Zee van de GGD: „Aan overgewicht kunnen veel mensen zelf iets doen. Dat geldt ook voor alcohol. Maar vieze lucht kun je niet anders dan inademen.”

Niet tastbaar

Dat de urgentie niet door iedereen wordt gevoeld, komt doordat vervuiling niet „tastbaar” is, zegt Van der Zee. „Als iemand overlijdt na een aanrijding, is er een duidelijke toedracht. Bij vroegtijdige sterfte door vervuiling is dat die relatie niet gemakkelijk te leggen. Bovendien, we hebben met z’n allen de vervuiling veroorzaakt.”

„Soms denk ik: zouden alle slachtoffers van luchtvervuiling maar eens op één dag sterven”, Anne Knol van Milieudefensie. „Zoals bij een groot verkeersongeluk. Dan zouden meer mensen beseffen dat er iets moet gebeuren.”

Bewoner Janhuib Blans: „Als ik mensen hier zie joggen, of om half negen ’s ochtends hun kids naar school zie brengen, benijd ik hen omdat ze niet ongerust zijn over de kwaliteit van de lucht die ze inademen. Maar eigenlijk is het onverantwoordelijk dat een wethouder verkeer en een wethouder gezondheid niet de koppen bij elkaar steken om er iets aan te doen.”

We bellen aan bij Job Hubatka, die al twintig jaar op de Stadhouderskade woont, vlak bij het drukke kruispunt met de Van Woustraat. „Ik heb deze autoweg en de vervuiling die daarvan deel uitmaakt, geaccepteerd”, zegt hij. „De herrie hoort bij de groeiende overlast in het algemeen, zoals alle horeca, en het hotel zonder receptie waar ik naast woon, en waar de gasten de hele nacht op hun balkon zitten te blowen. Ik woon hier verder mooi. Iedereen wil hier in Amsterdam wonen, en ik bén er al. Pas de afgelopen twee jaar denk ik er wel eens anders over. Mensen die ergens anders wonen, hebben contacten in de buurt, met de buren, als ze naar buiten stappen, kunnen ze in alle rust een praatje maken. Ik kan hier in de deuropening niet blijven staan, want ik moet al meteen mijn stem verheffen om me verstaanbaar te kunnen maken. Als ik mijn voordeur open, ga ik meteen ergens naartoe. Eigenlijk ben ik alleen binnen veilig.”