Column

Poetin: jullie internationale rechtsorde is de mijne niet

Rusland is een opportunistische meelifter, die internationale verdragen alleen onderschrijft als ze Moskou van pas komen, schrijft Hubert Smeets.

Het actieschip van Greenpeace werd in 2013 door de Russische kustwacht geënterd. Foto Efrem Lukatsky/AP

Is Rusland een wereldmacht die zijn eigen mondiale ordening opeist? Of een spelbreker die zich, als het even kan, tegen de orde van de andere grootmachten keert?

Het antwoord is ingewikkeld. Deze week is dat weer aan het licht gekomen met de zoveelste veroordeling van Rusland in de zaak rond de Arctic Sunrise. Dit actieschip van Greenpeace, dat onder Nederlandse vlag vaart, werd in september 2013 door de Russische kustwacht geënterd, waarna de bemanning ruim twee maanden gevangen werd gezet. Het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag stelde woensdag vast dat Moskou een schadevergoeding van 5,4 miljoen euro moet betalen. De Russische regering heeft vier jaar geleden namelijk in strijd met het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties gehandeld, aldus het hof.

Het is niet de eerste keer dat Rusland wordt veroordeeld. Moskou beet al in november 2013 bij het Internationaal Zeerechttribunaal in Hamburg in het zand. De Arctic Sunrise voer niet in Russische wateren, aldus dit tribunaal, en maakte zich evenmin schuldig aan ‘piraterij’, zoals Rusland stelde, noch aan ‘slavenhandel’ of ‘radio-uitzendingen’, de uitzonderingsgevallen die een kuststaat het recht geven om wél verder uit de kust op te treden. De Haagse arbitrage borduurt daar op voort.

Rusland heeft het Zeerechtverdrag ondertekend. Het zou de uitspraken van tribunaal en hof dus moeten respecteren. Maar nee. In Hamburg kwam de staat gewoon niet opdagen. De arbiters in Den Haag hadden volgens Moskou evenmin recht van spreken. Althans… in deze specifieke zaak niet. En ook niet toen het Permanente Hof van Arbitrage de Russische staat in 2014 veroordeelde tot een schadevergoeding van 50 miljard dollar voor de sluikse confiscatie van het olieconcern Yukos van de oppositionele oligarch Michail Chodorkovski. Een lagere rechter in Den Haag, die Moskou een jaar geleden een beetje tegemoetkwam in een tussenvonnis in deze mammoetzaak, had het volgens Rusland wel weer bij het rechte eind.

Deze ambivalentie – ‘dubbele standaard’, om het te zeggen in het Russische jargon dat in stelling wordt gebracht tegen het ‘hypocriete’ Westen – is staand beleid. Kijk bijvoorbeeld naar de omgang met het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Keer op keer verliest Moskou zaken bij dit instituut van de Raad van Europa, waarbij Rusland zich in 1996 vrijwillig heeft aangesloten. Onlangs tikte Straatsburg de Russische regering op de vingers wegens de aanpak van een door Tsjetsjeense terroristen gegijzelde school in Beslan in 2004 en ook voor het wettelijk verbod op ‘propaganda voor niet-traditionele relaties’. Eerder won Chodorkovski een zaak bij het Europees hof.

Al die uitspraken in Den Haag en Straatsburg laten Moskou koud. Al is die 50 miljard dollar ook voor de Russische regering veel geld. Zeker als het internationale Hof van Arbitrage straks eveneens stevige financiële claims toewijst aan Oekraïense bedrijven, die hun vermogen zijn kwijtgeraakt door de annexatie van de Krim en de naasting daarna van hun eigendommen. Maar in dat geval wacht Rusland gewoon op de dagvaardingen en poeiert het de deurwaarders af.

Rusland blijft intussen lid van de Raad van Europa. Het trekt zich ook niet terug uit het VN-zeerechtverdrag. Rusland voelt zich het best in de rol als opportunistische meelifter, die verdragen alleen onderschrijft als ze Moskou van pas komen. Wie a zegt, hoeft helemaal geen b te zeggen.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.