‘Overal is geheime politie. Dat is toch barbaars?’

Riffijnse Nederlanders in Al-Hoceima

Strijdbare Riffijnen uit Nederland lieten zich donderdag niet door traangas of angst voor arrestatie weerhouden om mee te lopen in de demonstratie in Al-Hoceima. ‘Ik vind mijn broer heel dapper.’

De broers El-Mortada (links) en El-Yass Iamrachen Foto José Colón

Wassim Benamar was er helemaal klaar voor. Afgelopen donderdag zou de 23-jarige econoom meelopen in de verboden protestmars in Al-Hoceima aan de Marokkaanse kust, een van de belangrijkste plaatsen in het Rifgebied. Hij wilde zijn stem laten horen tegen de regering in Rabat. Behalve de roep om investeringen in onderwijs, gezondheidszorg en werkgelegenheid zou Benamar de vrijlating eisen van honderden gevangen genomen ‘broeders’. „Het Rifgebied is mijn land. Daar ben ik verliefd op,” zei hij. „Hier wil ik mijn leven opbouwen. Voorheen zag ik net als vele anderen Europa als mijn toekomst. Maar nu niet meer. Alle Riffijnen moeten het recht hebben hier behoorlijk te kunnen leven. Daar zal ik voor strijden.”

Het liep anders. In de nacht voor de demonstratie werd Benamar door de politie van zijn bed gelicht. De activist werd afgevoerd naar het zeshonderd kilometer verderop gelegen Casablanca, waar al meer dan vijftig van zijn lotgenoten vastzaten, onder wie zijn vriend Nasser Zafzafi, het gezicht van de Riffijnse volksbeweging. „Ik ben trots op Zafzafi” zei Benamar toen hij nog op vrije voeten was. „Hij is net als alle anderen gevangenen een held.”

In Al-Hoceima verloopt de zomer anders dan in voorgaande jaren. De havenstad in het noorden van Marokko is nog steeds een plek waar veel Marokkaanse Nederlanders, Belgen, Duitsers en Fransen hun vakantie doorbrengen, maar hun bezoek heeft een andere lading gekregen. In hoeverre tonen de Europese Riffijnen zich solidair met de inwoners van het Rifgebied? En in welke mate zijn ze bereid mee te doen met de strijd om betere leefomstandigheden? NRC verbleef een week in het onrustige, geïsoleerde gebied en peilde de stemming.

Vrijheid om te praten is hier niet.

Eén ding werd al snel duidelijk: veel van de circa drie miljoen Europese Riffijnen hebben besloten de vakantie naar Al-Hoceima een jaar over te slaan. Gezinnen die wel de jaarlijkse overtocht door België, Frankrijk en Spanje hebben gemaakt zijn onzeker en angstig over wat er te gebeuren staat, of om te worden opgepakt. Ze willen meestal niet met hun naam in de krant. „Het is beter om anoniem te blijven”, zegt het gezinshoofd van een familie uit Den Haag in café Mira Mar. „Vrijheid om te praten is hier niet.” Beneden op het Quemado-strand denkt een man uit Culemborg er net zo over. „Het is triest om Marokko zo weg te zien glijden. Als ik niet zo vroeg had geboekt, zou ik niet gegaan zijn. De toekomst van mijn kinderen ligt echt in Nederland.”

Weggepest

Maar er zijn ook veel strijdbare Riffijnen. Nadia El-Haddioui uit Den Haag is vastbesloten terug te keren naar haar roots om mee te doen aan het protest van afgelopen donderdag. Waarschuwingen van haar twee zoons om weg te blijven uit Al-Hoceima sloeg de 50-jarige in de wind. „Mijn ouders zijn in de jaren zestig net als honderdduizenden anderen weggepest uit het Rifgebied”, zegt El-Haddioui in de woonkamer van haar vakantiehuis nabij het strand van Calabonita. „Maar het bloed van de Amazigh [in Nederland ook wel Berbers genoemd] stroomt door mijn aderen. Het is verschrikkelijk dat wij onderdrukt worden door Arabieren, die ons uit naam van hun geloof dom en arm willen houden. We hebben daardoor niet alleen in Nederland problemen met onze identiteit, maar ook in Marokko.”

Lees ook het interview met de vader van de Rif-protestleider: ‘Nasser was altijd al een vechtertje’

El-Haddioui heeft groot respect voor de Riffijnen die sinds de dood van vishandelaar Moshin Fikri op 28 oktober 2016 al negen maanden geregeld de straat op gaan. „Ik heb alles vanuit Nederland gevolgd via Facebook en YouTube. Nasser Zafzafi komt uit dezelfde buurt als ik. Nu ik hier ben, voel ik de spanning. Ik ben al een paar keer gewaarschuwd dat ik zachtjes moet praten. Overal is er geheime politie die de mensen afluistert. Zelfs op een bankje in het park kan je niet zeggen wat je wilt. Dat is toch barbaars?”

El-Haddioui schroomde op donderdag niet om ondanks de enorme politiemacht te straat op te gaan. Ze moest vluchten voor de traangasgranaten. Maar ze had het er graag voor over. „Ik hoor Marokkanen soms ‘leve de koning’ roepen. Dan denk ik: ‘leve Willem-Alexander’. Die zorgt tenminste goed voor zijn volk. Hier worden we opgejaagd door de politie.

„We waren van plan hier over vijf jaar echt te komen wonen. Stel je voor dat de overheid de eisen echt serieus zou nemen en dat hier een universiteit zou komen en een behoorlijk ziekenhuis. En dat bedrijven zich hier vestigen. Dan zou het hier de hemel op aarde zijn, toch?”

Iedere avond eet El-Haddioui met haar man gebakken sardientjes met uitzicht over de Middellandse Zee. „We houden van dit land”, zegt El-Haddioui keer op keer. „Maar zoals de vrijheidsstrijder El-Khatabbi al zei: ‘Marokko wordt geregeerd door bandieten’. We geven onze zonen onze normen en waarden mee, maar hebben ze bewust heel Nederlands opgevoed. Het is belangrijk dat ze een eigen mening hebben en dat ze die in vrijheid kunnen uiten.”

Lees ook: ‘Europese Marokkanen steunen onze strijd’, zegt de protestleider van de Rif

Gelijke rechten

De broers Iamrachen hebben de meest bewogen weken van hun leven achter de rug: de jongste, El-Mortada, belandde in de cel en hun vader bezweek onder de druk. De 30-jarige imam El-Mortada Iamrachen mag al jaren niet meer preken in Al-Hoceima. Hij kwam op voor homoseksuelen en pleitte voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Begin vorige maand werd hij als ‘terrorist’ van straat gehaald en vastgezet in een speciale gevangenis.

Zijn oudere broer El-Yass Iamrachen (32) probeert op een terrasje aan het Place Mohammed VI zijn emoties onder controle te houden. „Ik vind het heel dapper hoe El-Mortada strijdt voor rechten van anderen. Ik denk er misschien wel precies zo over als hij, maar de prijs die hij betaalt vind ik te hoog. Ik zou het ook niet durven. We zijn allebei in Al-Hoceima opgegroeid. Maar we zijn een andere weg ingeslagen. Ik ben in 2007 naar Nederland vertrokken. Daar ben ik nu treinmachinist. Ik ben getrouwd en heb twee kinderen. Al-Hoceima is nu een plek waar ik vakantie vier.”

Van een rustige vakantie is het dit jaar echter niet gekomen. „Na de arrestatie van Nasser Zafzafi op 29 mei werd het opeens heel onrustig. Heel veel mannen werden opgepakt. Er ontstond een sfeertje van ‘als je niet gearresteerd bent, werk je voor de politie’. El-Mortada ging daar een beetje in mee. Hij werd wat radicaler dan normaal. Stond buitenlandse pers te woord en zette zijn adres op Facebook.”

Niet lang daarna werd de straat afgesloten door geheim agenten. „Vanuit Nederland spoorde ik hem aan zichzelf aan te geven. Zijn vrouw was hoogzwanger en je weet nooit wat er gebeurt als ze midden in de nacht komen”, zegt El-Yass Iamrachen. „ Ze beschuldigden hem uiteindelijk van terrorisme omdat hij op Facebook de moord op de Russische ambassadeur in Turkije zou hebben bejubeld. Wat hij aanwijsbaar niet gedaan heeft.”

Toen de vader van het gezin verhaal wilde halen bij de politie liep de situatie uit de hand. „Mijn vader was een gehandicapte man van 63 jaar. Hij werd heel agressief bejegend en uitgescholden. Waarom kan zo’n man niet normaal te woord worden gestaan? Hij kreeg een infectie in zijn hart en moest in coma worden gehouden. Vlak voor zijn dood kwam hij bij. Via gebaren heb ik nog met hem kunnen communiceren. El-Mortada kreeg in zijn cel te horen dat onze vader dood was. Middenin de nacht lieten ze hem vrij. Zijn proces volgt later.”

El-Mortada voegt zich bij ons. Hij krijgt het te kwaad als een vriend van zijn vader hem condoleert. Maar hij herneemt zich snel. „De strijd opgeven is geen optie. Bang om de gevangenis in te gaan ben ik niet. Ik zou mijn leven willen opofferen als dat voor anderen iets oplevert ,” zegt hij. „Kijk hoe Nederland begaan is met het lot van de voetballer Abdelhak Nouri. Iedereen leeft ongeacht zijn geloof of afkomst met hem mee. Zo hoort het toch?” Vol trots kijkt El-Yass naar zijn broer. „Ik zal hem overal en altijd steunen.”

Afgelopen donderdag stonden er opeens weer geheime agenten voor de deur bij de familie Iamrachen. Ze wilden voorkomen dat de twee broers zich bij de menigte zou voegen die luidkeels vrijspraak ging eisen voor alle gevangenen van de Rif, onder wie Nasser Zafzafi, Wassim Benamar en El-Mortada Iamrachen. Ze waren de agenten te slim af en gingen toch. Een paar uur later kwamen ze moe en voldaan met een zere keel van het traangas terug. Benamar werd vrijdag vrijgelaten. En de vrouw van El-Mortada beviel die dag van een meisje. Ze noemen haar Amal: hoop.