Recensie

Netflix smijt vrouw terug in de tijd

Naomi Watts

Als je de nieuwe Netflix-serie Gypsy kijkt, lijkt het alsof alle tragische vrouwelijke helden voor niks hebben gestreden.

Een perfect huwelijk? Niet echt. Jean Holloway (Naomi Watts) is een moderne Madame Bovary.

Hoe vrij is de vrouw? Totaal niet, als we de Netflix-serie Gypsy moeten geloven. De laatste jaren zijn er tal van tv-series en films verschenen waarin een onafhankelijke, sterke vrouw centraal staat. Van Claire Underwood in House of Cards tot Sophia in Girlboss tot de heldhaftige Diana in Wonder Woman. Toch komt Netflix ineens met een tv-serie die de vrouw minstens een eeuw terugwerpt.

Gypsy – in de gelijknamige titelsong bezingt Fleetwood Mac-zangeres Stevie Nicks de teloorgang van de vrijgevochten vrouw – vertelt het verhaal van Jean Holloway (Naomi Watts), een sexy veertiger met een ogenschijnlijk perfect leven. Ze werkt als therapeut in Manhattan, woont met man en 9-jarige dochter in een voorstad in Connecticut en heeft genoeg geld om zich te hullen in smaakvolle jurkjes.

Toch is het niet genoeg. Om te ontsnappen aan de dagelijkse sleur, doet Jean iets bizars: ze mengt zich in het leven van haar patiënten. Zo legt ze stiekem contact met de dochter van één van haar cliënten en begint ze een affaire met Sidney, de vrijgevochten ex-vriendin van een van haar patiënten. Kortom, Jean liegt, manipuleert en doet dingen om haar ‘innerlijke zigeunerin’ de ruimte te geven.

De reden voor dit hopeloze gedrag wordt aan het begin van de serie gegeven. „Ik geloofde altijd dat mensen hun eigen leven bepalen”, horen we Jean zeggen. „Dat we zelf onze toekomst afdwingen. Toch is er iets krachtiger dan vrije wil. Ons onderbewuste.” Jean is blijven hangen in het Freudiaanse tijdperk en beschouwt zichzelf als een hopeloze speelbal van haar eigen duistere verlangens.

Wat moet de kijker met deze treurige boodschap? Niet alleen verloopt Gypsy bijzonder traag en werken de semi-erotische lesbische vrijscènes (de eerste afleveringen werden gefilmd door Fifty Shades of Grey-maker Sam Taylor-Johson) niet, in feite verschilt Jean nauwelijks van al die tragische heldinnen uit het verleden die al even ongelukkig zijn. Neem Emma, de provinciale doktersvrouw uit Madame Bovary (1856) van Gustave Flaubert. Wegkwijnend in een inspiratieloze omgeving stort ze zich in een aantal vreugdeloze affaires. Of Christine Mannon, het treurige personage uit het toneelstuk Rouw siert Electra (1931) van Eugene O ’Neill. Gevangen in een huwelijk met een brute generaal kiest ook zij voor een minnaar en droomt van een vrijgevochten bestaan, ergens ver weg. Net als Jean liegt en bedriegt ze de boel bij elkaar, bang om haar ware gevoelens te uiten, en doodt ze nog liever haar man dan eerlijk te zeggen waar het op staat. Wat Christine tot een tragisch figuur maakt is dat zij – gevangen in een puriteins milieu vlak na de Amerikaanse Burgeroorlog – zich niet eens kan voorstellen ooit ‘vrij’ te zijn. Hetzelfde geldt voor Emma Bovary, ook zij laat zich in het gareel houden door sociale conventies en gelooft niet in de optie werkelijk los te breken.

Maar Jean is een moderne vrouw in een vrije samenleving. Waarom komt zij in conflict met haar innerlijke zelf? Het antwoord is simpel: Jean is een lafbek. En Gypsy een belediging voor de moderne vrouw. Tegenwoordig kunnen vrouwen wel degelijk achterhalen wat hun werkelijke wensen zijn én deze nastreven. Jean is simpelweg te bescheten om écht te kiezen en de consequenties van haar keuzes te aanvaarden. In tegenstelling tot Emma Bovary, hoeft ze geen arsenicum te slikken om het aardse bestaan vaarwel te zeggen. Ze moet gewoon een beetje ballen tonen. Wil ze een ruige, rockchick zijn? Dan moet ze breken met het stabiele gezinsleven. Wil ze liever geborgenheid? Tja, dan zal haar leven soms saai zijn.

Keuzes maken doet pijn, maar blijkbaar vinden de makers van Gypsy dat geen belangrijke boodschap. Integendeel. Een vrouw moet nog steeds gekweld door het leven gaan. Dan hebben we toch meer aan Claire Underwood: die gaat over lijken, maar weet tenminste wat ze wil.