Column

Maretak

Illustratie Martien ter Veen

‘Als je eronder staat moet je elkaar kussen”, vertelt Wijnbes grinnikend. „Maakt niet uit wanneer het is, als je eronder staat, dan mag ie. Dat maakt het zoenen extra speciaal.” Ik kijk omhoog en zie een stuk onkruid aan een elastiekje aan het plafond hangen. Ergens maakt de keuze voor zo’n maretakbosje aan het plafond de al zo mooi ingerichte keuken wel af. Toch snap ik niet waarom het er hangt. De mythe fascineert me wel.

De o zo mythische, nee, magische maretak, zou boze geesten kunnen verjagen. De meeste mensen zullen waarschijnlijk aan Kerst denken als je ze maretakken laat zien, bij mij is het nu anders.

Wijnbes breekt. En ik laat het hem niet zien maar ik breek ook, van binnen. Mijn vochtige ogen verraden mij. Hij doorziet dat. Hij is tenslotte een soort van oom van mij geworden. Ik kan het niet aan om hem zo stuk te zien gaan. Terwijl hij snikt, blijven de muren dik. Het is stil in huis. Alleen ik kan hem horen.

„Dit was het laatste voicemailbericht dat zij mij stuurde. Ik heb het maar opgeslagen.” Vooraf had ik niet kunnen weten dat 29 seconden zo hartverscheurend konden klinken. Ik weet namelijk hoe het af is gelopen. Dat wat ze achterliet op de muur is nu misschien wel weg, maar het kan onmogelijk uitgewist worden. Ze was erg vredelievend en vrolijk maar ook dominant. Je kon onmogelijk om haar heen. Een pure brok aanstekelijke energie. Bovendien had ze twee rechterhanden. Alles aan het huis, tot aan de tuin toe, heeft ze zelf gebouwd, met hulp van niemand. Nou, Wijnbes stond natuurlijk wel klaar om de ladder vast te houden als zij er even niet bij kon.

Ik had niet kunnen weten dat 29 seconden zo hartverscheurend konden klinken

Ik was met stomheid geslagen toen ik hoorde dat deze parel van een vrouw de hand aan zichzelf sloeg. Woorden schieten nog steeds tekort. Dat ze het niet alleen aankon, schreef ze op de muur. Dat het niet de schuld was van Wijnbes. Dat ze het gewoon niet alleen aankon.

Het leek allemaal zo goed, toen ik ze voor het laatst zag. De harde waarheid vertelt je dat niets is wat het lijkt. De immense leegte die achtergelaten wordt, die Wijnbes maar zou moeten opvullen met herinneringen. Dit wens je niemand toe. Hij snikt.

Lees ook het lunchinterview met Akwasi: ‘Ik eet en leef als een kampioen’

Ik ga een keer voor hem koken, als troost. Ik denk het. Ik zeg het niet. Dan zijn er geen verwachtingen. Terwijl hij een tweede kop koffie zet, kijk ik via het aanrecht weer naar boven. „Ze was zichzelf niet, als ik er was geweest, was het anders gegaan. Weet ik zeker.” Alsof ze bezeten was. Depressiviteit is echt, besef ik. De maretak heeft zijn werk niet gedaan. Maar wanneer ik mezelf afvraag hoe het dan was om met haar te kussen onder de maretak, kan ik het antwoord al bijna zelf bedenken of Wijnbes zegt gevat: „Verzoenend”. De maretak brengt ook rust. Ik hoop in ieder geval dat zij haar rust heeft gevonden. Opdat ik haar, Aalbes, nooit meer zal vergeten.

(@Antonkarel) vervangt in de zomer Georgina Verbaan.