Recensie

Klungelende generaals, 300.000 doden

Op 31 juli wordt de Slag bij Passendale herdacht. Politiek gekonkel en een zinloze tactiek zorgden ervoor dat die drie maanden duurde, zo blijkt uit een knappe reconstructie.

Passendale, de naam van dit kleine, rustige dorpje dat verstopt ligt in de Vlaamse Westhoek is voor eeuwig verbonden met een van de meest gruwelijke veldslagen uit de Eerste Wereldoorlog. Want in dit zo vriendelijk ogende groene landschap, stierven tussen 31 juli en 17 november 1917 ruim 300.000 soldaten een vaak verschrikkelijke dood en raakte een bijna even groot aantal gewond. Waar nu koeien grazen en plukjes bomen een lichte heuvelrand tooien stonden eind november 1917, toen de Engelsen hun poging om de Duitse linies te doorbreken definitief opgaven, nog slecht enkele kale stompjes overeind. Het dorp Passendale zelf was letterlijk gereduceerd tot stof. Zo ver het oog reikte restte hier slechts met giftige, groene modder gevulde kraters waarin de lijken van duizenden slachtoffers lagen weg te rotten.

De ruim drie maanden durende slag om Passendale was bedoeld om met één grote stoot de Duitsers linies die in boog om de stad Ieper heen lagen, te doorbreken en door te stoten naar Antwerpen. Maar politiek gekonkel, slechte communicatie tussen de verschillende legeronderdelen, een gebrek aan overzicht over het gevechtsterrein en het moedwillig vasthouden aan de eenmaal gekozen tactiek zorgden ervoor dat de geallieerden na maanden van aanhoudende bestorming van de Duitse linies nauwelijks terreinwinst hadden hadden weten te boeken. De slag om Passendale eindigde dan ook zoals hij begon: in een patstelling. Twee ingegraven legers op soms nog geen honderd meter van elkaar.

Precies honderd jaar na dato vertelt de Britse oorlogshistoricus Nick Lloyd dit verschrikkelijke verhaal van Passendale opnieuw. Aan de hand van persoonlijke verslagen, brieven, memoires en officiële rapporten brengt hij deze dramatische maanden tot leven. En dankzij zijn minutieuze onderzoek wordt de lezer als het ware bij elke bladzijde dieper in het moeras getrokken. De verschrikkelijke ellende, de erbarmelijke omstandigheden, ze worden bijna tastbaar.

Mijnen

Lloyd beperkt zich in zijn beschrijvingen niet tot het lot van de geallieerden. Ook dat van de Duitsers, dat in veel andere Engelstalige literatuur vaak is onderbelicht, komt uitgebreid aan de orde. Zo beschrijft Lloyd heel beeldend de gruwelijke effecten van de mijnen waarmee de Engelsen de bunkers bij Menen hadden opgeblazen.

Fascinerend zijn ook zijn beschrijvingen van de militaire hoofdpersonen. Dat Lloyd hen uitgebreid beschrijft, heeft een duidelijk doel: pas door te begrijpen wat hen motiveerde en waar zij mee worstelden kun je als lezer misschien begrijpen waarom het bij de slag om Passendale allemaal zo verschrikkelijk mis ging.

Deze beschrijvingen zijn ook bedoeld om te laten zien hoe weinig het had gescheeld of alles was heel anders gelopen. Zo blijkt dat de Duitse bevelhebber, kroonprins Rupert van Beieren, de Engelsen voor had willen zijn en op het punt heeft gestaan om hen in het voorjaar van 1917 beslissend te verslaan. Onvoorziene vertragingen in de aanvoer van materieel en manschappen deed hem op het laatste moment besluiten deze aanval uit te stellen.

Extra aandacht schenkt Lloyd aan de gang van zaken binnen de Britse legertop. De arrogante veldmaarschalk Douglas Haig, die tegen beter weten in volhield dat de oorlog hier in Vlaanderen gewonnen moest worden. De incompetente generaal Herbert Gough, die de aanval moest leiden. Deze ‘streber’ was een volgeling van Haig maar de rest van de legertop wantrouwde hem tot op het bot. En dan de man die toen Gough na ruim twee maanden van geploeter en verschrikkelijke verliezen het veld moest ruimen, diens positie overnam, generaal Herbert Plumer; je ziet ze bijna voor je en je voelt de spanningen die er tussen hen heersten.

Wat dit boek echt onmisbaar maakt voor iedereen die iets wil begrijpen van het hoe en waarom van deze, zeker achteraf, zo zinloos lijkende massaslachting is dat Lloyd laat zien dat deze slag om Passendale niet noodzakelijkerwijs het gevolg was van de al drie jaar voortslepende loopgravenoorlog. En dat als de Britten, zoals generaal Plumer keer op keer probeerde duidelijk te maken, er voor hadden gekozen om vanuit de loopgraven via korte gerichte aanvallen, de vijand uit te putten, de oorlog waarschijnlijk aanzienlijk eerder en met veel minder verlies van mensenlevens beëindigd had kunnen worden.

Deze tactiek had generaal Plumer overigens afgekeken van de Franse generaal Pétain. Die was, na de voor de Fransen zo verschrikkelijk verlopen slag bij de Chemin des Dames, tot de slotsom gekomen dat de Duitsers vooralsnog niet verslagen konden worden door middel van een grootscheepse aanval. Er was echter een alternatief. Dat bestond volgens Pétain uit welgekozen korte aanvallen die de Duitsers zodanig zouden uitputten dat die uiteindelijk vanzelf zouden bezwijken. Deze strategie was ook ingegeven doordat in de zomer van 1917 al duidelijk was dat het niet lang meer zou duren totdat de Amerikanen op grote schaal en met medebrenging van hun nieuwe tanks aan het westelijke front zouden verschijnen.

Massieve aanvallen

Deze ‘behoudende’ opstelling van Plumer en Pétain stond lijnrecht tegenover de door veldmaarschalk Haig gepropageerde ‘offensieve’ tactiek. Die bestond uit langdurige massale aanvallen over een breed front bedoeld om in een keer een beslissende doorbraak te forceren.

Lloyd: ‘Het alternatief – Pétains tactiek of ‘bite and hold’ – was echter de enige manier om wezenlijke vooruitgang te boeken in de heksenketel die het westelijke front op dat moment was, de enige haalbare kaart . Dat Haig het belang van een beperkte opmars en vuurkracht niet inzag – het ongeëvenaarde voordeel de vijand te kunnen aanvallen op een tijdstip en een terrein die je zelf hebt gekozen – zorgde ervoor dat zijn leger maanden lang voortploeterde zonder de vijand echt pijn te doen.’

Lloyd voert daarna nog wel een verzachtende omstandigheden aan: ‘Natuurlijk, de onophoudelijke regenval was een zware tegenslag’. Maar zijn eindoordeel over de hoogste Engelse legeraanvoerder is vernietigend. ‘Het was volledig aan Haig te wijten dat het Engelse leger niet optimaal werd benut.’