Het nieuwe beertje Pippeloentje is onweerstaanbaar lief

Klassieker

Illustrator Fleur van der Weel maakte Pippeloentje, een prentenboek dat vrij is opgebouwd rond de klassieke versjes van Annie M.G. Schmidt. Het berenkind werd extreem schattig, zonder dat Van der Weel daar paardenmiddelen voor inzet.

Pippeloentje door Fleur van der Weel.

Lief en abstract – het werk van illustrator Fleur van der Weel (1974) balanceert telkens tussen die twee uitersten. Met beperkte middelen vangt zij lieve beelden, en met weinig uitdrukkelijke emoties – bij haar zul je geen cartooneske tranen of zweetdruppels aantreffen, bij haar geen overdreven grimassen. En toch weet Van der Weel een groot effect te bewerkstellingen.

Maar in Pippeloentje, een prentenboek dat vrij is opgebouwd rond de klassiek geworden berenversjes van Annie M.G. Schmidt, helt het werk van Van der Weel dan toch echt over naar de schattige kant. De beren zijn gedetailleerder en warmer dan de illustraties waarmee Van der Weel doorbrak, het hondje in een zwart Fiep Westendorp-achtig silhouet uit de kindergedichtenserie Superguppie. Pippeloentje en zijn ouders zijn bovendien realistischer, échter, dan de minimalistische muis uit Van der Weels serie Piep.

Die schattigheid betekent overigens niet dat Van der Weel concessies deed om lief gevonden te worden.

Ondernemende beervormige mens

Pippeloentje is een echte beer, maar tegelijk een overtuigende mensachtige kleuter, en nog altijd ondeugend in de geest van Schmidt. We volgen hem vanaf de wieg, als hij zich loswoelt uit een inbakerdoek en ook als hij ondeugend achter dieren aan zit. De versjes van Schmidt staan wat lukraak door het boek verspreid – de tekeningen bepalen het verloop van het verhaal en het is eigenlijk zinniger om de bekende versjes (‘Kijk, het beertje Pippeloentje / heeft geen sok en heeft geen schoentje’, enzovoorts) op te vatten als illustraties bij de tekeningen.

De tekeningen van Van der Weel bepalen het verhaal, méér dan andersom: als zij Pippeloentje tekent in een sloepje op een vijver, en daarbij het versje staat over diens bootreis naar Engeland – dan beklijft het beeld van een spelend jong berenkind (dat dus helemaal niet écht naar Engeland ging). Dat geeft Van der Weels interpretatie van Pippeloentje iets uitgesproken aards en toegankelijks – hij is iets meer een beer, en niet minder de ondernemende beervormige mens die eerdere illustratoren Wim Bijmoer en Jan Jutte eerder van hem maakten. (Bij Harrie Geelen, de laatste Pippeloentje-tekenaar, werd hij al meer een kleuter, maar zijn robuuste stijl wierp ook enige afstand op.)

Bekijk hier enkele pagina’s uit ‘Pippeloentje’, klik om ze te vergroten. De tekst gaat onder de beelden door.

Het speelse gele koordje

Zo werd dit, in de vele jaren dat Van der Weel eraan werkte, een onweerstaanbare nieuwe Pippeloentje, met een grote knusheid, dankzij rustige composities en een wereld die vrijwel stil lijkt te staan. Het zijn die sfeer én een grote optelsom van heel veel kleinigheidjes die dit boek zo hartveroverend maken: een schitterend voorschutblad waarop vader en moeder beer in een breed opgezette plaat op weg zijn naar het huis waar ze gaan wonen, het speelse gele koordje onderaan Pippeloentjes rode muts, de vrolijke tegenstellingen in de serie van vier beelden op één dubbele pagina waar Pippeloentje eerst nog knus onder een plaid op mama’s schoot zit en meteen ernaast alweer ondeugend op een hobbelpaard zit, met een kerstmuts op die hetzelfde motiefje heeft als zijn gewone muts.

Maar het knapst is nog wel al dat gevoel dat de beren uitstralen, zonder dat Van der Weel daar paardenmiddelen voor nodig had. Niks grimassen of overdreven gezichtsuitdrukkingen, en felheid ontbreekt in welke vorm dan ook, terwijl de beren ook niet overdreven aaibaar zijn. Daarin herken je Van der Weels liefde voor het niet ál te uitgesprokene. Dat heeft zij niet nodig om Pippeloentje heel erg lief te maken.