Helaas kan iedereen surfen

Golfsurfen was in Nederland iets voor een kleine groep. Maar door surfscholen en weerapps is het veel drukker op de golven.

Leden van een surfschool in Hoek van Holland gaan de zee in. foto Jerry Lampe / ANP

Met zijn vingers tekent Niels Hoogenstrijd een ovale omtrek in het zand van het strand van Scheveningen. Hij richt zich tot drie jongens in surfpak uit groep 6 en 8 van een basisschool in de Haagse Schilderswijk.

„Welke surfmoves kennen jullie?” vraagt hij.

„Meester Niels! Dat is het vliegtuig!”

„Heel goed.” Hoogenstrijd gaat op zijn knieën in de omtrek zitten en strekt zijn armen. „Ga je naar links, dan gaat het board ook naar links.”

De jongens rennen enthousiast het water in. Vier andere klasjes golfsurfen, ieder met vijf tot acht kinderen, zijn al op het water. In de verte deinen de volwassen surfers, speurend naar een goede golf.

Als de surfers straks van het water komen, wacht hen bij drie surfclubs een omkleedruimte met douche, al dan niet met lauw water. Op hun smartphones kijken de surfers alvast waar morgen de juiste golven gaan landen, of volgende week.

Wat een verschil met een paar jaar geleden, toen je golfsurfen nog zelf moest aanleren, of via tips van andere surfers. Omkleden gebeurde op de parkeerplek, geen pretje in de wintermaanden. En de juiste plek vinden was met name voor beginnende surfers lastig. Wie het geluk had surfende vrienden te hebben, belde ’s ochtends in het rond om te horen waar de golven het best waren.

„Golfsurfen is in Nederland snel populair aan het worden”, zegt Niels Hoogenstrijd, instructeur en bestuurslid bij surfbond Holland Surfing Association (HSA). De HSA becijferde in 2010 dat er 10.000 golfsurfers in Nederland zijn. Stichting Surfpark stelde dat aantal zes jaar later in een marktonderzoek op 12.500 tot 15.000.

Nergens is het grote animo zo goed te zien als aan de klasjes, die overal aan de kust opduiken. Niet alleen kinderen liggen zo in de branding, ook volwassenen boeken regelmatig een les of gaan een paar dagen op surfkamp. De Nederlandse golven zijn misschien niet de fraaiste maar ze zijn wel compact, waardoor de Noordzee ideaal is om te leren surfen.

Foto Marcel Antonisse/ANP

Bovendien is de zeebodem van zand, wat veiliger is dan een rotsbodem, of messcherp koraal.

„Een paar jaar geleden begon in Nederland de vraag naar surfles toe te nemen, toen studenten naar surfkampen in Frankrijk gingen”, zegt Hoogenstrijd. „Die keken vervolgens wat in Nederland mogelijk was waardoor hier ook steeds meer surfscholen kwamen.” Inmiddels zijn negentien scholen bij de HSA aangesloten.

Hij wijst naar het strand van Scheveningen, waar alleen al drie scholen staan. „Hart Beach heeft honderd boards te leen, Aloha dertig tot veertig en The Shore ook zoiets. Op een goede dag kunnen zo bijna 150 leerlingen het water in.”

Perfecte golf

Een van de jochies uit Hoogenstrijds klas zoeft voorbij op zijn board. Op de buik, met zijn armen uitgestrekt. Na een paar tellen valt hij in het water. „Meester Niels, ik deed een vliegtuig!” roept hij. Hoogenstrijd geeft hem een shaka, het Hawaïaanse gebaar waarbij duim en pink worden gestrekt. Goede ride, betekent dat. Trots herhaalt het jongetje het gebaar.

De toegenomen populariteit van surfen is niet de enige verandering. Neem de zoektocht naar de perfecte golf, een complex samenspel tussen de getijden, wind, zandbanken en stormen die honderden kilometers verderop bij Schotland of Noorwegen razen. Dankzij sites als Magicseaweed en Windguru hoeven surfers geen halve studie meteorologie meer te volgen. Voor de Nederlandse surfer is er Surfweer.nl, waarmee abonnees alerts krijgen als er goede golven op onze kust zullen landen.

Bekijk ook deze spectaculaire fotoserie over een surfschool in het noorden van Noorwegen

„Ik rij nu even naar Petten”, zegt oprichter Tobias van Tellingen aan de telefoon. „De zeewering is daar net versterkt en dat zal gevolgen hebben voor de golven. Dat is het leuke aan Nederland, wij moeten hier continu inspelen op klimaatverandering en de stijgende zeespiegel. Elke zandkorrel die je verschuift heeft een bepaalde impact.”

De alerts en voorspellingen van Surfweer zijn de standaard geworden in de surfwereld. Sinds 2009 kan Van Tellingen er zelfs van leven. „Zo bijzonder is dat niet”, relativeert hij. „Ik doe wat iedere surfer na vijf, tien jaar doet: naar de zee gaan en kijken. Zo zijn er miljoenen over de hele wereld.”

Niet eerder was golfsurfen door deze ontwikkelingen zo laagdrempelig. Het leidt tot optimisme bij veel surfers en de HSA, maar op het water klinkt ook gemor. Op auto’s op de parkeerplekken langs de kust zie je soms stickers met Surfing Sucks, een site waar ‘we, the original surfers’ hun frustraties uiten over de toenemende populariteit van het surfen in Nederland.

Bedrijven promoten misschien het surfen, maar nog meer de lifestyle. Dat doet pijn

Belangrijkste grief is dat het karakter van de sport verandert doordat de commercie erop is gedoken. Die promoot misschien het surfen, maar nog meer de lifestyle. Dat doet pijn, voor wie jaren geleden zijn of haar leven plande rond de grilligheid van de Noordzee, samen met het toen nog kleine groepje andere Nedersurfers. Hou het daarom stil, aldus de zelfverklaarde originals. Deel geen Instagramfoto’s meer onder #beachlife. Sterker nog: maak het surfen uncool.

Waar het volgens hen vooral misgaat, is de drukte op het water. Te veel surfers op dezelfde plekken, alsof je incheckt in een hotel terwijl alle kamers reeds vol zijn en er nog steeds nieuwe boekingen bijkomen. Van een natuurlijke selectie onder golfsurfers is zo geen sprake meer en te veel mooie golven worden verspild aan kooks, surfers die niet kunnen surfen. En het kan ook leiden tot gevaarlijke situaties.

Olympische status

„Het lijkt een chaos”, reageert Niels Hoogenstrijd wijzend naar de zee. „Maar kijk eens wat beter naar het water: de beginners blijven netjes in de branding, de ervaren surfers gaan een stuk verder de zee op. Daarbij: loop je op het strand een stukje door, dan kun je je eigen plekje vinden.”

„Er zijn maar vier, vijf plekken in Nederland waar het écht druk kan zijn”, zegt Tobias van Tellingen. „Bij Bloemendaal wil iedereen net bij die ene strandtent in het water liggen. Hetzelfde geldt voor Domburg, waar het vooral bij de surfschool en de parkeerplaats druk is. De overige vier kilometer zijn rustig.”

Ook zijn alerts kunnen rekenen op kritiek. Iedereen wordt zo naar dezelfde plek geleid, waardoor de zee volligt met wetsuits. Van Tellingen: „Ik denk dat als ik zou stoppen met mijn alerts, dat slechts voor 10 tot 20 procent impact heeft. Voor de surfer die liever alleen in zee ligt, maakt het niet uit of er tachtig of negentig mensen op het water liggen. Het doet evenveel pijn.”

Zin in vakantie gekregen? Ga dan eens op de bonnefooi op reis

Voorlopig lijkt het erop dat de populariteit van de sport blijft toenemen: over drie jaar debuteert golfsurfen op de Spelen van Tokio als een olympische discipline. Toen windsurfen in 1984 werd geïntroduceerd tijdens de Spelen van Los Angeles en Stephan van den Berg goud won, lagen de Friese meren vervolgens vol met driehoekszeiltjes. „Die olympische status gaat de sport een boost geven”, voorspelt Hoogenstrijd. „We hebben bij de HSA nu dertig kinderen die iedere week intensief worden getraind. En dat versterkt het enthousiasme onder andere kinderen: als je kids van 11 de meest krankzinnige golven ziet pakken, wil je dat zelf ook.”

Hij roept de jongens bij zich, de les loopt onderhand ten einde. Uitgeput lopen ze het strand op. De boards vallen met een doffe klap in het zand.