Recensie

Een stom ding, maar vooruit, een leuk stom ding

Bas van Putten vraagt maar niet naar het bestaansrecht van de BMW X2. Hij is fleurig en hij rijdt goed en snel.

De BMW X2 bij Ekris in Utrecht Foto Merlijn Doomernik

Die eeuwige herhaling van hetzelfde. Zelfs evolutie is een cirkelgang. Zie de geschiedenis van de crossover. Een genre dat geen genre is maar een kruising van soorten. Lees: van bastaarden die op hun beurt met elkaar het bed deelden, maar na een lange inteeltestafette terugveranderden in min of meer gewone auto’s.

Scheppen wij orde. Eerst fuseerde de verburgerlijkte terreinwagen met de MPV, die van zichzelf al een busjesachtige verbastering van de stationwagen was. Uit dat huwelijk werd de SUV geboren, die vervolgens de liefde bedreef met de coupé en zelfs de cabriolet. Als één bedrijfstak rijp is voor identiteitspolitiek, dan deze.

In de crossover-stamboom zien we gaandeweg twee hoofdstromen elkaar ontmoeten. Stamvader van bloedlijn één is de terreinwagen of SUV, bloedlijn twee heeft er twee: de hatchback en de stationcar. Ze werden hoger op de wielen gezet, bumpers en wielkasten kregen ruige matzwarte beschermplaten, soms kregen ze vierwielaandrijving voor het echte.

Toen gebeurde het onvoorstelbare: het vuilnisbakkenras werd terug naar af gekruist. Nieuwe tussentrends braken af wat aan herkenbaarheid was opgebouwd. Het SUV-dak moest voor het indrukwekkende eerst hoger, toen voor de coupé-look weer een stukje lager. De steeds schuinere achterruit ont-SUV’de de daklijn.

En wat vinden we aan het einde van die copulatieregenboog? De BMW X2. Hoewel officieel een crossover – X staat bij BMW voor SUV – zou hij de opvolger kunnen zijn van de andere BMW die formeel een hatchback is, de 1-serie. Zijn SUV-gehalte is gedaald tot iets boven het nulpunt. Vierwielaandrijving? Bijbetalen.

Gezegende leeftijd

De X2 heeft vijf deuren, valt qua lengte en breedte ruwweg in het C-segment van de Golfjes en Focussen, heeft een vergelijkbare binnenruimte en rijdt als een normale personenwagen in zijn klasse: goed en snel. De prestaties van de tweeliter benzinemotor gaan de grenzen van het utilitaire, ‘u’ van SUV, verre te buiten. Voor een topsnelheid van 227 km/u koop je geen SUV.

Ook zonder 4×4 is hij factor 2 duurder dan zijn soortgenoten. Een betaalbare BMW, dat gelooft niemand. Voor het perspectief: bij Volkswagen koop je iets vergelijkbaars inclusief vierwielaandrijving en 190 pk voor 37 mille, de T-Roc 2.0 TSI 4Motion Sport. Mijn voorwielaangedreven BMW-smurf – hardblauw met rood leer – komt met alle opties op ruim 65. Een bevriende BMW-rijder zag er bij de dealer een voor tachtig. As we speak allang verkocht aan iemand van de gezegende leeftijd waar ze bij het brainstormseminar over de doelgroep eindelijk van af hoopten te wezen. Terwijl iedereen weet, zie de Toyota C-HR: hoe puberaler je die auto’s uitdost, des te grijzer de doelgroep. Zestig is het nieuwe dertig. Ik wil vaak gillen, maar het lukt niet meer.

Ga niet naar zijn bestaansrecht vragen. Dat doe je in de rationele sferen die de auto-industrie met groot commercieel succes de rug heeft toegekeerd. Ik kan niet elke keer de zure achterkant van dat gelijk gaan opgraven. Hij is er nu eenmaal. Laten we uitzoeken wat zijn klanten, met gevoelens die we van onszelf niet kennen, in hem zou kunnen aantrekken.

De hoge instap. En verdomd: een beetje fleurigheid. De BMW X2 is een stom ding, maar een leuk stom ding, de enige X die op zichzelf lijkt. Waar de X’en met de oneven getallen 1, 3 en 5 humorloze bonken zijn gebleven, kan hem enige lichtvoetigheid niet worden ontzegd. De kleuren knallen, het ouderwetse BMW-logo op de flanken is een stompzinnig leuk detail, de BMW-nieren in zijn mopsneus knallen uit hun voegen. X1- en X3-rijders kunnen zo instappen: binnen is alles hetzelfde. Hij rijdt alleen veel beter.

Maar wat zegt het volk op straat? Hee, de nieuwe Volvo V40! Exact, dat had ook gekund. Volvo heeft eenzelfde tint knalblauw. Maar de gelijkenis gaat verder.

Merken kruisbestuiven ook elkaar. BMW heeft zich te schikken naar een dictatoriaal genivelleerde smaak die eist dat iedereen dezelfde auto’s bouwt. De mode is een epidemische karaktermoord. Terwijl alle onderscheidingsmogelijkheden zijn uitgeput, blijven de fabrikanten in een leeggeviste designvijver krampachtig naar het authentieke hengelen.

Dat de X2 een BMW werd is puur toeval. De ontwerper had bij Volvo kunnen werken, en het is verre van ondenkbaar dat hij de volgende V40 tekent. Voor die jongens is het tegenwoordig om het even wie ze dienen. Die nieren zijn vast niet voor niets zo groot. Ze zijn de laatste BMW-strohalm in een gelijkgeschakeld autolandschap.