Opinie

Een ‘gouden sprinterskont’? Serieus?

Ook een positieve opmerking over het uiterlijk van een (sport)vrouw is seksistisch, vindt .

Het vrouwen estafette team. Foto: ANP / Olaf Kraak

‘Wat ben jij in vorm … prachtig!” zei Donald Trump tegen de Franse presidentsvrouw Brigitte Macron tijdens het staatsbezoek vorige week. Hij pakte haar bovenarm vast. Een paar seconden eerder had hij haar van top tot teen bekeken. In vergelijking met „grab them by the pussy„ lijkt dit misschien een onschuldige opmerking, maar niets is minder waar.

Sportkledingmerk Reebok reageerde scherp. Het plaatste een infografic op sociale media met in het midden de vraag: „When is it appropriate to say ‘You’re in such good shape … beautiful’?” Het antwoord: nooit – tenzij je een vergeten speelgoedfiguur terugvindt in de kelder van je ouders.

Twitter avatar Reebok Reebok In case you were wondering when it IS appropriate to say, “You’re in such good shape…beautiful,”… THIS: https://t.co/Z1cnnRD8Ut

Reeboks infographic ging viraal en riep ook discussies op. Waarom, vroeg een man in reactie op het bericht, is het erg om een vrouw te complimenteren met haar fitheid?

Als iemand ervaring heeft met ongepaste opmerkingen over uiterlijk, dan zijn het vrouwelijke sporters. In een verslag van de eerste wedstrijd van het Nederlandse vrouwenelftal op het EK-voetbal noemde de Volkskrant rechtsbuiten Shanice van de Sanden „een showgirl pur sang”.

Toen ik een jaar of zeven was, realiseerde ik me tijdens een wedstrijdje sprint op het schoolplein voor het eerst dat ik sterk was. Totaal onverwachts kwam ik, een van de kleinsten van de klas, als winnaar uit de bus. Zelfs Ruud, de snelste jongen, rende ik er met gemak uit. Ik was enorm trots op mijn sterke benen.

Dat gevoel sloeg om toen ik als tiener steeds vaker opmerkingen kreeg. Wildvreemde mannen en jongens riepen mij dingen toe als: „Nou nou, jij bent zeker topsporter…” of „Wow, wat een kuiten.” Je zou dit soort opmerkingen complimenten kunnen noemen, maar zo kwam het niet over. Elke keer dat iemand in het openbaar aandacht op mijn benen vestigde, voelde ik me iets kleiner worden. Jarenlang droeg ik geen rokjes uit angst dat iemand er iets van zou zeggen.

Alleen al in het observeren zit een duidelijke machtsverhouding.

Vrouwen horen niet gespierd te zijn, dacht ik. In hoe er over gespierde vrouwen werd gepraat, overheerste het negatieve. Benen als boomstammen, schouders als van een Oost-Europese kogelstootster. Zelfs in sportverslaggeving zijn vrouwen niet veilig voor dit soort beoordelingen; waar bij mannen de nadruk ligt op prestatie, gaat het bij vrouwen relatief vaak over uiterlijk en gezinssituatie. Dat maakt onzeker.

Cat calling vermomd als compliment

Onlangs gaf voormalig topzwemster Inge de Bruijn in een interview met Metro toe dat ze zichzelf op haar hoogtijdagen niet aantrekkelijk vond. Ze gruwelde van haar gespierde lichaam (‘ik won met armpje drukken van mannen’) en is blij dat ze zich nu meer vrouw voelt.

„Zo, jij bent gespierd!” Het zijn vooral mannen die mij dit na roepen. Niet zelden klinkt een afkeurend oordeel door. Het is ‘cat calling’ vermomd als compliment, en ik vermoed dat het voortkomt uit onzekerheid. Schamen deze mannen zich voor de eigen fysiek? Zijn ze inderdaad bang om met armpje drukken te verliezen? Wat de reden ook is, ze voelen blijkbaar de noodzaak zich te laten gelden.

Door een onbekende vrouw in het openbaar te becommentariëren, plaats je jezelf boven haar. Alleen al in het observeren zit een duidelijke machtsverhouding. Er is iemand die kijkt en iemand die – zonder dat ze dat doorheeft of daarvoor toestemming geeft – bekeken wordt.

Over het uiterlijk van de vorige first lady van Amerika is veel te doen geweest. Lang waren de gespierde armen van Michelle Obama onderwerp van de dag. Er gingen geruchten over haar geslacht, want vrouwen horen geen zichtbare spieren te hebben. Een sterke vrouw is intimiderend, daarom is het blijkbaar comfortabeler te geloven dat ze eigenlijk een man is. Maar wie is er bang voor sterke vrouwen? Dat zijn mensen die hun macht zien weg glippen, ‘angry white men’ bijvoorbeeld.

Toch klinkt er de laatste tijd ook een ander geluid. In actiefilms als Wonderwoman, Mad Max en de Hungergames-trilogie spelen sterke vrouwen de hoofdrol. De zoekterm ‘Michelle+Obama+arms’ geeft tegenwoordig naast sites met complottheorieën ook diverse fitnessregimes die je ‘first lady arms’ beloven. Toen Nederland vorig jaar in de ban was van sprintster Dafne Schippers werden haar sterke benen de hemel in geprezen.

Dit lijkt een mooie ontwikkeling; het schoonheidsideaal is bijgesteld, vrouwen hoeven niet meer zwak en passief te zijn. Helaas is uiterlijk niet minder belangrijk geworden. Over Daphne Schippers schreef de Volkskrant „het buurmeisje met de gouden sprinterskont”. En wanneer Trump tegen Brigitte Macron opmerkt dat ze „in vorm” is, zegt hij: ik kijk naar je, je lichaam kan mijn goedkeuring wegdragen. Met zo’n opmerking plaatst hij zich als man boven haar en reduceert hij haar tot lustobject. Daarom is ook een positieve opmerking over het uiterlijk van een (sport)vrouw een seksistische. Wanneer is dat gepast? Nooit.