Column

De Europese ‘eenheidsworst’

schrijft wekelijks over politiek en Europa

Volgens de Volkskrant kunnen Fransen en Nederlanders bij Air France-KLM niet langer door één deur. De cultuurverschillen zijn te groot. De desillusie zou, aldus een intern rapport, aan beide kanten „een schokkend niveau” hebben bereikt. Haal je de koekoek: dit is Europa. Sinds dag één van de fusie botert het al niet. Mensen zeggen weleens dat de Europese eenwording de ‘culturele eigenheid’ van de lidstaten vernietigt, en dat Brussel er eenheidsworst van maakt. Maar het verhaal van Air France en KLM toont aan wat voor karikatuur dat is. Zelfs al zou de EU uit zijn op de vernietiging van nationale of lokale culturen en tradities, en stoppen met het sponsoren van buurttoneel en folkloregroepen – dan nog zou het niet lukken. Je kunt in elke straat een Zara of Starbucks neerzetten, maar typisch nationale trekjes en (on)hebbelijkheden roei je nooit uit.

In 2000 organiseerden Nederland en België samen het Europees kampioenschap voetbal. Ter voorbereiding vergaderden ambtenaren uit beide hoofdsteden elke maand, over zaken als protocol en politiesamenwerking. De eerste bespreking was in Den Haag. Ze lunchten in de kantine, met broodjes. Een Belg die een biertje vroeg, kreeg tot zijn afgrijzen te horen dat er alleen water en melk was. Toen de Belgen de Nederlanders ontvingen, besloten ze het goede voorbeeld te geven. Ze begonnen met foie gras en daarna volgden nog vier gangen, met wijn uiteraard. In Den Haag begrepen ze de hint. De volgende keer kregen de Belgen een kroket.

In Brussel, waar alle Europese culturen samenleven, struikel je elke dag over zulke schijnbaar triviale dingen. Als een Deen je om acht uur ’s avonds uitnodigt, moet je van tevoren gegeten hebben – je krijgt alleen koffie. Als de gastheer een Spanjaard is, dan juist niet: op zijn vroegst om tien uur wordt het voorgerecht opgediend. Nederlandse mannen herken je aan lichtbruine puntschoenen onder een krap blauw pak. Wat hun kledingstijl ook is, Nederlanders zorgen altijd voor een ludieke dissonant: kek brilletje, asymmetrisch haar, cartoon-knopen.

De Noren (die bijna overal aan meedoen in de EU) worden woest als ze iemand die nog moet rijden één glaasje zien drinken. In Duitsland is het onbeschoft om in een restaurant een fooi op tafel te leggen. Ook zijn Duitsers, net als Oostenrijkers, geobsedeerd door titels en formele omgangsvormen. Zwitsers bellen meteen de politie als de buren na acht uur ’s avonds het gras maaien, of na tien uur de wc doortrekken. Een Spanjaard zou dat even over de heg of overloop regelen. En dan is er het delicate issue van slapen met het raam open of dicht: noorderlingen hebben het zelfs ’s winters open, zuiderlingen houden het zelfs ’s zomers potdicht. Zet een paar gemengde stellen aan tafel en ze kunnen hier, zelfs na jaren samenwonen, avonden over bomen. En dan heb je het onderwerp ‘harde of zachte hoofdkussens’ nog zorgvuldig vermeden.

Dit zijn maar een paar voorbeelden. Iedereen die weleens door Europa reist, weet: elk land ‘voelt’ meteen anders. Gebruiken, gevoeligheden en taboes verschillen overal. Vaak kun je de vinger er nauwelijks op leggen, zo subtiel is het. Oostenrijkers zijn agressief in het verkeer, maar ánders agressief dan Belgen. Het permanente gesneer van de Noren over de Zweden heeft niet dezelfde lading als dat van Portugezen over Spanjaarden.

Dit zal nooit verdwijnen – al lenen we nog meer Engelse woorden, verbieden we sommige lokale productiemethodes die de volksgezondheid in gevaar brengen en fuseren we nog zoveel luchtvaartmaatschappijen. Europa is geen eenheidsworst, en zal dat gelukkig ook nooit worden.