Yankee komt van Jan-Kees

Zomerwoordhoek

geeft toptiens van taalfenomenen. Vandaag: uitgeleende woorden

Nogal wat lezers van NRC ergeren zich aan de grote hoeveelheid leenwoorden in het Nederlands. Vooral de toename van het Engels is velen een doorn in het oog, zo bleek uit de lijstjes die ik de afgelopen maanden kreeg toegestuurd. „‘While you were sleeping’, lees ik geregeld in jullie nieuwsbrief. Why! Wat is er mis met bijvoorbeeld: dit gebeurde er terwijl u sliep”,schreef een geërgerde abonnee.

Inderdaad heeft het Nederlands veel woorden overgenomen uit andere talen. Niet alleen uit het Engels – momenteel de grootste aanvoerbron – maar ook uit het Duits, Frans, Grieks en Latijn. Tegelijkertijd heeft het Nederlands de afgelopen eeuwen veel woorden uitgeleend aan andere talen, en dat is minder algemeen bekend.

Welke woorden dat zijn en door welke talen ze zijn geadopteerd, is het grondigst in kaart gebracht door de taalkundige Nicoline van der Sijs. Zij schreef hier sinds 1998 verschillende boeken over, met als voornaamste Nederlandse woorden wereldwijd, dat verscheen in 2010. „Dit is het boek van de grote getallen”, schreef Van der Sijs in de inleiding. „Het bevat 17.560 Nederlandse woorden, die aan 138 talen zijn uitgeleend; de Nederlandse woorden hebben geleid tot 46.310 nieuwe, geleende woorden in vreemde talen, wat inhoudt dat ieder Nederlands woord gemiddeld aan ruim tweeënhalve andere taal is uitgeleend.”

Lees ook de column van Japke-d. Bouma: Stop eens met dat Engels in reclames

Nederlandse woorden in het Amerikaans of Engels

De eerste Nederlanders arriveerden in 1609 in Amerika. Hoewel hun kolonie al in 1664 door de Engelsen werd overgenomen, heeft het Nederlands het in de Verenigde Staten verrassend lang standgehouden, vooral aan de oostkust: tot in de 19de eeuw werd daar Low Dutch gesproken. Gevolg van dit taalcontact: het Amerikaans-Engels telt ongeveer 250 Nederlandse leenwoorden die niet, of pas later, in het Brits-Engels zijn opgenomen. Hier tien voorbeelden.

1. Bluff , van bluffen. Kwam via het Engels onder meer terecht in het Deens, Noors en Zweeds.

2. Boss, van baas. Dit woord is nauw verbonden met de Nederlandse slavenhandel en is het succesvolste Nederlandse uitleenwoord ooit.

3. Brandy, van brandewijn, dat in 37 talen terecht is gekomen. Gin gaat terug op het Nederlandse jenever, dat aan 40 talen is uitgeleend.

4. Candy, van kandij. Samen met cookie (van koekje), waffle (wafel) en snoop (van snoepen).

5. Coleslaw, ontleend aan koolsla.

6. Dollar, van daalder.

7. Dope, gaat terug op doop, dat in het Nederlands lang is gebruikt voor ‘stof waarin men iets doopt’.

8. Knapsack, van knapzak.

9. Starboard, van stuurboord. Samen met o.m. skipper (schipper) en keelhaul (kielhalen).

10. Yankee, van de Nederlandse voornaam Jan-Kees.

Nederlandse woorden in het Japans

In 1609 kregen de Nederlanders een handelspost in Japan. Tot 1854 waren zij de enige westerlingen die met Japan contact hadden. Via de Nederlanders maakten de Japanners niet alleen kennis met allerlei gebruiksvoorwerpen en voedingsmiddelen, maar ook met begrippen uit de wetenschap.

1. Bīru, van bier. In totaal is het Nederlandse woord bier aan 28 talen uitgeleend.

2. Dansu, van dans.

3. Gasu, van gas.

4. Inku, inki, van inkt.

5. Kokku, van kok.

6. Mararia, van malaria.

7. Otenba (‘wilde meid’), mogelijk van het Nederlandse woord ontembaar.

8. Porudā, van polder.

9. Randoseru, van ransel.

10. Yōdo, van jodium.