Weg met al dat festivalafval

Festivals Van eco coins tot een clean-up rave, veel festivals zijn bezig met duurzaamheid. Hebben die initiatieven ook echt zin?

Illustratie Tjarko van der Pol

Op het tweedaagse muziekfestival DGTL, afgelopen april in Amsterdam, was een geheim podium. Alleen de organisatie, de artiesten en hun vrienden wisten hiervan. En VEP’s, very ecological persons: de bezoekers die zich het meest ‘duurzaam’ gedroegen.

Op het festival kon je eco coins verdienen, door een workshop te volgen waarmee je een bijdrage levert aan het milieu, zoals algen kweken met je eigen adem, of textiel verwerken tot een nieuw product. De eco coins werden op de chip aan de polsbandjes geladen – munten of cash zorgen voor meer afval. Hoe meer eco coins, hoe groter de beloning: een gratis ijsje, korting op een biertje of gratis kaarten voor DGTL 2018.

„De tijd van bewustwording is nu echt voorbij”, zegt Milan Meyberg, die zich fulltime met duurzaamheid bezighoudt voor evenementenorganisator Apenkooi, waaronder DGTL valt. „We willen mensen actie laten ondernemen.” Daarom besloot DGTL vorig jaar volledig vegetarisch te cateren, al liet eenderde van de bezoekers van tevoren weten liever een hamburger te eten. DGTL wil uiteindelijk het eerste afvalvrije festival van het land worden.

Daarin staat DGTL niet alleen. Vrijwel elk groot festival houdt zich op een of andere manier met duurzaamheid bezig. Lowlands roept bezoekers op met het openbaar vervoer te komen, Welcome to the Future plant nieuwe bomen rond het terrein, Into The Great Wide Open verscheept met een CO2-neutraal schip drank naar locatie Vlieland. In Parijs was dit jaar voor het eerst het ‘ecovriendelijke’ muziekfestival We love green en in Duitsland werd onlangs een ‘clean-up rave’ gehouden: al dansend met vuilniszak en grijpers in de hand ruimde een stoet verklede feestgangers de stad op.

Het zijn ludieke initiatieven die de festival-pr goed doen, maar daar blijft het niet bij. De grote Nederlandse organisatoren spraken twee jaar geleden met het ministerie van Infrastructuur en Milieu af om het afval (gemiddeld 2,33 kilo per bezoeker, volgens de organisatoren zelf) te beperken en beter te verwerken. Denk aan plastic, etensresten, peuken en poncho’s. In 2018 moet de hoeveelheid restafval vanaf één kilo per bezoeker met een kwart verminderd zijn ten opzichte van 2014.

Levend laboratorium

Waarom zijn juist festivals zo met duurzaamheid bezig? En hebben al die initiatieven zin?

„Een festival is eigenlijk een kleine stad”, zegt Carlijn Lindemulder, tot voor kort hoofd duurzaamheid bij ID&T en organisator van ADE Green, een conferentie over duurzaamheid op het Amsterdam Dance Event. „Als je iets organiseert voor 60.000 mensen moet je een hele infrastructuur bouwen: watertoevoer, afvalverwerking, catering. De tijdelijke omgeving van een festival kun je echt duurzaam inrichten.” Meyberg van DGTL ziet het festival daarom als levend laboratorium. Zo deden masterstudenten interaction design onderzoek naar de eco coin, die uiteindelijk een algemene duurzaamheidsvaluta moet worden. Met de eco coin zou je dan ook buiten het festival duurzame producten kunnen kopen. „Dit gaat verder dan hedonisme. Het gaat ons erom een constructieve bijdrage te leveren aan het groener worden van de maatschappij, door gedragsverandering te stimuleren.”

Festivalbezoekers zijn niet vies van een pil of een snuif, waarvan de productie zeer schadelijk is voor het milieu

De duurzaamheidsdrang van festivals heeft absoluut invloed op hoe bezoekers denken, zegt directeur Gertjan de Werk van het Centre for Sustainability van de Universiteit Leiden, TU Delft en Erasmus Universiteit Rotterdam. „Op festivals kun je duurzame innovaties op een laagdrempelige, spannende manier laten zien. Daar creëer je draagvlak mee. En door op reacties van bezoekers te letten kunnen start-ups hun uitvindingen testen. Dat is cruciaal voor vernieuwing.”

Volgens De Werk kunnen festivals op twee manieren aan duurzaamheid doen. De eerste is zo duurzaam mogelijk opereren: biologische productie, recyclen en zo min mogelijk energie verspillen. „Dat is wat de meeste festivals doen. Er is een probleem, zoals CO2-uitstoot, en er wordt geprobeerd dat zo klein mogelijk te maken. Zo besloot DGTL vleesvrij te cateren. Vrij radicaal. Zij kunnen dat afdwingen omdat ze zo’n grote massa hebben.”

De andere manier gaat een stap verder: hoe kun je het probleem voorkomen? „Dat betekent een radicaal ander festival. Je kiest dan bijvoorbeeld alleen voor voedsel uit de regio, verbiedt bezoekers met de auto te komen, doet leveranciers die geen afbreekbare bekers leveren in de ban. Je zoekt innovaties voor een maatschappij die nog niet bestaat. Je probeert je voor te stellen hoe de toekomst eruit zou kunnen zien.”

Een voorbeeld daarvan is volgens De Werk het programmaonderdeel ‘Dorp’ op muziekfestival Welcome to the Village in Leeuwarden, waarvan hij mede-initiatiefnemer is. Zo’n honderd ondernemers, kunstenaars en studenten werken daar aan oplossingen voor duurzaamheidsproblemen en testen die direct bij bezoekers van het festival. Zo gaat een jonge ondernemer aan de slag met zijn bio-afbreekbare plastic waarmee hij tenten wil bouwen en zoeken anderen een manier om het pad naar de camping te verlichten zonder fossiele energie.

De kennis over ‘groen organiseren’ is de afgelopen jaren enorm toegenomen, vertelt Carlijn Lindemulder. „Toen ik net begon bij ID&T, in 2009, was er nauwelijks informatie beschikbaar. Er waren wel kleine initiatieven, zoals een generator die op slaolie draaide op een undergroundfeest. Nu denken veel festivals na over duurzaamheid. Er is een ecosysteem van leveranciers en producenten die kunnen helpen te verduurzamen. .”

Nachtclubs lopen hopeloos achter

Terwijl vrijwel alle festivals milieubewust bezig zijn, lopen nachtclubs (het hele jaar door open) hopeloos achter, zegt Mirik Milan. Milan is voorzitter van de stichting N8BM A’DAM, die steden adviseert over hun nachtlevenbeleid, en tevens nachtburgemeester van Amsterdam. „Behalve afval scheiden wordt in clubs niets tot nauwelijks iets aan duurzaamheid gedaan. Het enige waar ik van heb gehoord, is een dansvloer die energie opwekt.”

En wat vinden bezoekers? Een 31-jarige tandarts, die haar naam niet wil geven, heeft niet veel meegekregen van de duurzame initiatieven op DGTL, vertelde ze na afloop. „De biologische eettentjes vielen me op. En dat je bier moest halen met zo’n armband in plaats van met muntjes. Superonhandig want als je voor de groep haalt, is direct die hele armband leeg.” Maar toch: dat je als bezoeker gewezen wordt op je afvalproductie, vindt ze goed. „Laatst stond ik op een festival op een berg plastic bekers te dansen. Niet fijn en zo’n verspilling.”

Los van de verantwoordelijkheid die festivals nemen, lijkt er onder bezoekers nog veel te winnen. Zij komen – zo lijkt het – voor de muziek en sfeer, niet zelden in een nieuw afgeschafte outfit van een budgetketen en soms met de auto. En ze zijn volgens de cijfers niet vies van een pil of een snuif, waarvan de productie zeer schadelijk is voor het milieu. Maar dat betekent, zegt de tandarts, niet dat festivalbezoekers duurzaamheid niet belangrijk vinden: „Als je écht milieubewust wilt leven in onze maatschappij, ben je overgeleverd aan een geitenwollensokken-bestaan.”

Maar volgens Meyberg van DGTL moet je niet onderschatten wat de impact is van de duurzame uitstraling van een druk bezocht festival. „Het is winst als tienduizenden mensen zien dat duurzaam leven ook op een ontspannen en leuke manier kan. Zonder dat wijzende vingertje.”