De Thuiskok: Perentaartje

Wist u dat peren vroeger als delicatesse werden gezien? Men maakte ze alleen bij bijzonder bezoek. U kunt zich dus wel de problematiek voorstellen als men dit toetje had gemaakt, maar de gasten vervolgens niet opkwamen dagen. Vandaar de uitdrukking „met de gebakken peren zitten”.

Verwarm de oven voor tot 200 graden. Bekleed een bakplaat met bakpapier. Snijd de rol bladerdeeg doormidden. Leg 1 helft op het bakpapier. Snijd uit de andere helft het middenstuk 2 centimeter van de randen af. Zo ontstaat er een soort venster. Leg dit precies op het eerste stuk deeg en druk zachtjes aan. Hierdoor krijgt de taart tijdens het bakken een opstaande rand. Besprenkel de plakken peer met het citroensap. Verwarm de 5 eetlepels honing met de tahin en het vanille-extract in een klein pannetje en roer goed door elkaar. Smelt in een ander pannetje de roomboter met de 3 theelepels honing. Verdeel het honing-tahinmengsel over de bodem van het bladerdeeg. Let er op dat je de randen niet raakt. Leg de stukken peer erop. Zorg ervoor dat de plakken elkaar een klein beetje overlappen. Bestrijk de randen en de peer met het boterhoningmengsel. Bak de taart circa 20 minuten in het midden van de oven tot het bladerdag mooi bruin is. Extra lekker met gehakte pistachenoten.