Opinie

Baudet heeft een punt: hoog tijd dat nepotisme wordt afgestraft

Een legitiem landsbestuur moet voortdurend op zoek naar de instemming van de geregeerden, schrijft . Zeker tijdens de formatie. Maar in de praktijk zorgt het vooral goed voor politieke vrienden.

Thierry Baudet (FvD) tijdens een debat. Foto Jerry Lampen/ANP

Partijkartel, kaasstolp, regentenkliek: allemaal woorden om het onbehagen over politiek nepotisme uit te drukken. Vooral tijdens de formatie van een nieuw kabinet, als er weer geschoven wordt met ‘poppetjes’ en ‘prominenten’, wordt dit onbehagen gevoed. Voor vertrekkende apparatsjiks wordt goed gezorgd. Twee recente voorbeelden: PvdA-staatssecretaris Martijn van Dam werd benoemd in het bestuur van de Publieke Omroep en PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch wordt burgemeester van Arnhem. Het is de Haagse versie van Game of Thrones, de fantasyserie waarin een aantal families strijden om de macht. In dit geval een handvol gevestigde partijen. Het partijkartel, zoals Thierry Baudet van Forum voor Democratie dat noemt.

Heeft deze uitdager van het systeem een punt? Ondanks de bijval die hij oogst, kunnen we in Nederland enigszins gerust zijn: elders in de wereld, zeker ook in de westerse, tiert nepotisme weliger. Niet alleen in Zuid-Europese landen als Italië, maar ook in de Verenigde Staten, een land dat prat gaat op meritocratische waarden (geregeerd door hen die het verdienen), is nepotisme dominant. President Donald Trump benoemde zijn dochter Ivanka tot assistent. Zijn zoon, Donald Trump jr., vervulde een prominente en omstreden rol in de campagne. „Een familielid ontslaan is ondenkbaar voor de president”, noteerde NRC onlangs.

Dat veel Nederlanders zo allergisch zijn voor nepotisme heeft een lange geschiedenis. Het bestuur van de Nederlandse Republiek (1588-1795) werd gedomineerd door regentenfamilies. Daar werd de kiem gelegd voor verzet en latere democratisering. De orangistische revolutie maakte een einde aan het Tweede Stadhouderloze Tijdperk. Grote opstanden volgden, zoals het Pachtersoproer en de Doelistenbeweging, die met quasidemocratische hervormingen de oligarchische regenten wilden verdrijven. In alle opvolgende revoluties in het Westen, van de Amerikaanse Revolutie tot de politieke omwentelingen in 1848, was corruptie bij politieke benoemingen een prominente grief.

Het kan en moet eerlijker

Dankzij de continue kritiek op nepotisme, staat Nederland er heden ten dage dus niet slecht voor in vergelijking met andere landen. Maar het onbehagen over nepotisme is allerminst verdampt en wordt nu zichtbaar in de populariteit van Forum voor Democratie. De partij klimt in de peilingen: twee zetels bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart, zes in de laatste peiling van Maurice de Hond. Dat onbehagen vindt zijn oorsprong niet in corruptie, maar in legale doch onwenselijke gunsten.

Het is aan weinigen uit te leggen waarom Marcouch, een product van de Amsterdamse en nationale politiek, een geschikte kandidaat is voor het burgemeesterschap van Arnhem. Onwaarschijnlijk dat hij een sterk argument voor zijn kandidatuur had kunnen maken in een volksverkiezing: de PvdA behaalde in de hoofdstad van Gelderland slechts 6 procent van de stemmen in de landelijke verkiezingen. Hoewel Marcouch volgens de regels werd benoemd, is de redelijkheid en logica daarvan ver te zoeken. Zodra de morele legitimiteit van iemands positie ondergraven wordt door de manier waarop hij die positie verkreeg, klinkt de klacht over nepotisme. Dat schaadt het aanzien van de politiek.

Zodoende is de manier waarop het politieke proces gevoerd wordt, cruciaal voor de legitimiteit van het bestuur. Thomas Jefferson, de derde president van de VS, schreef het al in de Onafhankelijkheidsverklaring. Het gaat om „de instemming der geregeerden”. Instemming die in Arnhem ontbreekt. Daar ligt dus ook de sleutel voor het tegemoetkomen aan nepotismekritiek: het organiseren van instemming. Denk aan burgemeestersverkiezingen, maar ook aan transparantere benoemingen van ministers naar Amerikaans voorbeeld. Kandidaat-ministers zouden door het parlement, inclusief oppositiepartijen, doorgelicht moeten worden op competenties en geschiktheid.

Ook wetgevende referenda naar Zwitsers model kunnen de „instemming der geregeerden” vergroten. Als bestuurders voor ingrijpende plannen eerst het volk raadplegen, vergroot dat mogelijk niet alleen de legitimiteit van hun eigen positie, maar ook dat van het systeem als geheel. Je hoeft geen fan van Thierry Baudet te zijn om de redelijkheid en het nut in te zien van meer controle op en zeggenschap over politiek bestuur. De Haagse Game of Thrones kan en moet eerlijker gespeeld worden.