Rechters: liquidaties onderwereld moeten stoppen

Pjotr R. Het grove geweld dat bij onderwereldmoorden wordt gebruikt moet worden teruggedrongen, vindt de Amsterdamse rechtbank. „We moeten de maatschappij beschermen tegen mensen die optreden als moordcommando.”

Forensisch onderzoek in Diemen bij de auto waarin Peter R. gewond is geraakt toen hij onder vuur werd genomen. Foto Evert Elzinga/ANP

Beroepscriminelen van het ergste soort. Zo kwalificeerde de rechtbank in Amsterdam donderdagochtend de twee schutters achter de mislukte moordaanslag in Diemen eind 2015. Het beoogde slachtoffer, onderwereldfiguur Pjotr R., werd zeven keer geraakt maar overleefde op miraculeuze wijze de aanslag.

Volgens de rechtbank maakt dat „het meedogenloze handelen van de verdachten niet minder ernstig” en „de noodzaak tot bescherming van de maatschappij niet minder groot”. Het feit dat bij de hoofdverdachten ook nog twee kilo explosieven werd gevonden is voor de rechters een bevestiging van het beeld dat het gaat om „criminelen die zich niet bekommeren om mensenlevens en collateral damage”.

Liquidatiegolf

De straf voor de twee hoofdverdachten - 20 jaar cel - viel aanzienlijk hoger uit dan de eis van het Openbaar Ministerie (OM). Drie medeverdachten werden met celstraffen van 12,5, 14 en 16 jaar eveneens hoger gestraft dan het OM had geëist. „We moeten de maatschappij beschermen tegen mensen die optreden als moordcommando.”

De rechtbank ziet zich gedwongen om hoge straffen op te leggen gezien de aanhoudende liquidatiegolf in Amsterdam. „Mogelijk gaat daar een preventief effect vanuit zodat kan worden voorkomen dat steeds opnieuw mensenlevens worden verwoest en inwoners van Amsterdam met vuurwapengeweld in hun woonomgeving worden geconfronteerd.”

Harde woorden

De harde woorden van de rechtbank in Amsterdam passen in een trend waarmee het aanhoudende grove geweld waarmee criminelen elkaar te lijf gaan, wordt veroordeeld. Het Amsterdamse gerechtshof bezigde soortgelijke woorden in het grote liquidatieproces ‘Passage’ waarbij vier verdachten tot levenslang zijn veroordeeld. Eind vorig jaar stelde de rechtbank in een vonnis tegen een groep wapenhandelaren die werden verdacht van het voorbereiden van een liquidatie dat de maximale straf van 8 jaar cel eigenlijk ontoereikend was gezien de ernst van de strafbare feiten.

Voor het Openbaar Ministerie zijn die rechterlijke oordelen een steun in de rug bij een aantal onderzoeken naar moord en doodslag in de onderwereld. De meest in het oog lopende zaak hangt direct samen met de mislukte aanslag op Pjotr R. en draait om de vermoedelijke opdrachtgever van deze moordaanslag.

Volgens het OM is de Marokkaans-Nederlandse crimineel Naoufal F. de vermoedelijke organisator of opdrachtgever van de aanslag op Pjotr R. Dat leidt justitie af uit berichtenverkeer dat is verstuurd via pgp-telefoons, speciale apparaten die berichten versleutelen.

Misdaadredacteur Jan Meeus legt uit hoe Justitie informatie uit versleutelde PGP-telefoons gebruikt:

Het NFI is sinds eind 2014 in staat om berichten in individuele pgp-telefoons te ontsleutelen. Daarnaast zijn er miljoenen berichten gevonden en ontsleuteld op de computers van twee aanbieders van die speciale telefoons. Juist omdat criminelen zich onbespied waanden levert dat in sommige gevallen heel hard bewijs op. Dat blijkt ook weer in de zaak tegen de schutters van Pjotr R.

Onderwereldpuzzel

Die miljoenen berichten vormen in samenhang met andere informatie en bewijsmateriaal de basis van een ongekende onderwereldpuzzel. Daarmee kunnen verdenkingen over drugshandel, corruptie en liquidaties worden opgelost, maar krijgen justitie en politie mogelijk ook veelal onzichtbare opdrachtgevers van dit soort strafbare feiten in beeld.

De zaak tegen Naoufal F. is daarvan een voorbeeld en wordt een testcase. In die zaak zal moeten blijken of de informatie uit pgp-berichten rechtmatig is verkregen en wordt gebruikt. In dat licht is het onderzoek naar de opdrachtgever van de mislukte moord op Pjotr R. van cruciaal belang in de strijd tegen het grove geweld waar de Amsterdamse rechtbank zo hard over oordeelde.