Niet twijfelen, maar liefhebben

Lessen van mijn moeder Deze week vertellen auteurs wat zij van hun moeder leerden. Vandaag: schrijver en theatermaker Anousha Nzume. „Alles is shit behalve pis.”

1970

Van mijn moeder heb ik geleerd dat je mannen, vooral heteromannen, altijd kort moet houden. Dat je ze nooit moet vertrouwen omdat zij onterecht een hogere machtspositie hebben ten opzichte van ons, vrouwen. „Nooit vergeten dat.” Ze zei het toen ik 14 was en ze zegt het nog steeds.

Minstens twee keer per week seks, desnoods maak je maar zin.

Van mijn moeder heb ik geleerd dat je altijd je mond open moet doen als dat kan en veilig is en dat je, zo mogelijk, altijd moet opkomen voor hen die geen stem hebben. Van mijn moeder heb ik geleerd dat het lichaam maar een tijdelijk omhulsel is en dat je erin mag laten snijden, knippen en plakken wat jij wilt. „Is jouw feestje? Is ook jouw slingers.” Dat je geen hagelslag maar chocoladerepen op je (altijd verse) brood moet doen. Van mijn moeder heb ik geleerd dat beantwoorde liefde, van wie dan ook, het mooiste is dat het verder pijnlijke leven te bieden heeft. Dat je minstens twee keer per week seks moet hebben, desnoods maak je maar zin. „Zin? Wat is zin? Is onzin!”

Voor alle duidelijkheid; ik heb een Russische moeder.

Laatst lag mijn 14-jarige dochter bij me op de bank. Dat gebeurt niet vaak meer, dus ik genoot van haar lange, warme lichaam tegen me aan. Ze vroeg hoe ik zou reageren als zij, of haar broertje of zusje, LHBTQI zou zijn.

Ik vertelde haar dat ik alleen maar wil dat zij, haar broertje en haar zusje zichzelf kunnen zijn, gelukkig zijn met hun lichaam en met een eventuele partner. Dat dat helaas nog niet vanzelfsprekend is, en dat dat oneerlijk is. Dat er nog zo veel geweld, vaak ongestraft, tegen vrouwen, tegen mensen van kleur, tegen de LHBTQI-gemeenschap is. Dat ik me daar wél zorgen om zou maken. Niet omdat mijn kind ‘anders’ zou zijn, maar omdat overal in de wereld oneerlijke wetten, schijnheilige normen en waarden en oneerlijke machtsstructuren zijn.

Terwijl ik dat zei, hoorde ik de stem van mijn moeder. Wat zij antwoordde toen ik haar op m’n veertiende vroeg waarom twee mannelijke vrienden van haar, een koppel, nooit hand in hand liepen op straat, terwijl mijn moeder en stiefvader dat wel deden: „Maar het leven is ook volstrekt oneerlijk. Alles is shit behalve pis. Het enige wat we daartegen kunnen doen, is blijven bevragen, bevechten, bestuderen en hopen dat we iemand zullen vinden die al die shit samen met ons wil doorstaan. En als je zo iemand vindt, wil ik nooit dat je je daarover ‘anders’ voelt. Als jij iemand ontmoet van wie je houdt en diegene houdt ook van jou – vier dat! Fuck de wereld en ga ervoor. Niet twijfelen, maar liefhebben. Wie het ook is. En degenen die daar iets van vinden, zijn een zielloos radartje in een verziekt patriarchaal, kapitalistisch en imperialistisch shitsysteem. Fuck dat shit-systeem.” Die laatste paar zinnen zei ik niet tegen mijn dochter. Ze voelt het al aan, ze weet het eigenlijk al.

Ze lijkt op m’n moeder.