Eerst gas, toen TNT: politie en plofkrakers spelen kat en muis

Criminaliteit

Het aantal plofkraken daalde in een halfjaar met bijna de helft, blijkt uit nieuwe cijfers. Maar het aantal plofkrakers steeg. „In Vinkel in Brabant is het pand boven de pinautomaat nog steeds onbewoonbaar”, zegt politiechef Garssen.

Bij een plofkraak in een filiaal van de Rabobank in het Brabantse Vinkel stortte in maart een deel van het pand in. Foto Rob Engelaar/ANP

In november 2015 had Aart Garssen, commandant ram- en plofkraken van de Nationale Politie, „een hoera-moment”. Door nieuwe maatregelen lukte het criminelen niet langer om gas in de pinautomaten van banken te laten lopen en die tot ontploffing te brengen. Geldcassettes bleven gespaard. En het aantal plofkraken daalde. Garssen dacht: „Yes, het is gelukt: ik kan het landelijk team plofkraken opheffen.”

Amper een paar maanden later was het weer raak. De criminelen kwamen terug met zwaarder geschut – TNT. En er was een toename van plofkraken in Duitsland. Dinsdag maakte de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) bekend dat het afgelopen half jaar het aantal plofkraken met veertig procent daalde ten opzichte van de tweede helft van 2016: van 62 naar 38. En begin juli verijdelde de politie in Amsterdam nog een plofkraak bij een pinautomaat in IJburg – vier verdachten werden aangehouden. Eén van hen werd door de recherche al maanden in de gaten gehouden. Succesjes. Maar het is ook tekenend voor het kat- en muisspel waarin plofkrakers en politie verwikkeld zijn. Het aantal plofkraken schommelt al jaren.

Wie zijn de plofkrakers?

„Het zijn vaak ongeschoolde mannen, van achttien tot eind dertig , uit de regio Utrecht en Amsterdam. Veel zijn – met een mooi woord – van Noord Afrikaanse herkomst en geboren in Nederland.”

Hoe groot is de groep?

„Toen ik begon – drie jaar geleden – waren het er een stuk of 150, die groep is gegroeid tot ongeveer 300.”

Is het één grote bende zoals vaak gesuggereerd wordt?

„Nee. Ze werken in fluïde samenwerkingsverbanden en niet in dezelfde samenstelling. In die groepjes heeft ieder zijn eigen rol. Eén regelt de explosieven – vaak online gekocht via het anonieme web. De ander zorgt voor het vervoer: scooter of auto. En een derde is alleen actief tijdens de plofkraak. Ze vertellen elkaar over methodes die goed en minder goed werken.”

In hoeveel gevallen slaagt een plofkraak?

„De meeste slagen niet. Twee à drie op de tien keer lukt het. In 2016 was de totale buit 8 tot 9 ton.”

Wat doen de plofkrakers met het geld?

„Wij hebben geen goed zicht op waar het geld blijft. We denken dat ze het fors er doorheen jagen. Bij huiszoekingen treffen we nooit grote geldbedragen aan.”

Ze stoppen het natuurlijk niet in een sok onder hun bed. Misschien investeren ze het.

„Het zou kunnen dat ze prettige vakanties boeken, maar wij komen geen verdachten met grote villa’s of hele dure auto’s tegen.”

Wat doen jullie om deze criminelen op te sporen?

„We hebben zeventig rechercheurs die fulltime met dit onderwerp bezig zijn. Op piekmomenten zijn nog veel meer observatie- en arrestatieteams actief. We werken nauw samen met het Openbaar Ministerie en de banken, die constant nieuwe veiligheidsmaatregelen nemen. Er is een regiegroep waarin we elke twee weken overleggen. Daarin praten we over nieuwe technieken om de pinautomaten nog beter te beveiligen. Slimmere detectieapparatuur. We onderzoeken nu of het mogelijk is een computer te gebruiken die normaal pingedrag onderscheidt van iemand die een plofkraak plant. Als iemand zich verdacht gedraagt, krijgt de meldkamer een signaal.

„Alle twaalf politie eenheden in Nederland hebben de namen van de 300 mensen – we kennen ze bijna allemaal bij naam en toenaam – die ik verdenk van betrokkenheid bij ram- en plofkraken. De eenheden heb ik gevraagd: kijk eens goed naar deze jongens.”

Wat bedoelt u?

„Bij sommige verdachten is maar één vorm van preventie mogelijk: repressie – arrestatie dus. Maar er zijn ook jongens waarbij we nog kans maken. Dan vraag je het lokale politieteam en de gemeente om aandacht te hebben voor de betrokkene en zijn familie.”

Zit de familie van deze criminelen daar op te wachten?

„Sommige familieleden zijn wanhopig, ongerust en in paniek. Ze kloppen bij ons aan en vragen zich af hoe hun zoon in het gareel te houden.”

Beter beveiligde pinautomaten, extra beveiliging, niks lijkt te helpen. Het aantal criminelen dat zich bezighoudt met deze criminaliteit steeg, hun explosieven werden gevaarlijker. Hoe stopt u dit?

„Bij een plofkraak maart dit jaar in Vinkel (Brabant) gebruikten ze hele zware explosieven, het pand boven de pinautomaat is nog steeds onbewoonbaar. En in Enschede – anderhalf jaar geleden - vloog na een ontploffing de deksel van de pinautomaat door de gevel aan de overkant. De straat was zestien meter breed.

„Vanuit politieperspectief zou ik graag willen dat alle geldautomaten verdwijnen, maar ik snap ook wel dat banken een verantwoordelijkheid hebben naar hun klanten.”

Dat lijkt niet realistisch voor de korte termijn.

„Je kunt tegenwoordig steeds meer met je pinpas, daar zit – denk ik – een belangrijk deel van de oplossing. Het punt aan de horizon is: een wereld waarin contant geld een kleinere rol heeft. Want – heel plat – daar gaat het ze om: contant geld.”