Column

De Lolitaliefde van eenzame Japanners

Zap

De ongemakkelijke documentaire ‘Tokyo Idols’ toont de bloeiende cultuur van de Japanse idols; zingende en dansende meisjes in zuurstokkleurige outfits. De fans zijn volwassen mannen.

2Doc: Tokyo Idols (EO)

In zuurstokkleurige kinderjurkjes doet de Japanse meidengroep haar dansje. Denk aan K3 of Ariana Grande. Met één groot verschil: in de zaal geen gillende meisjes, maar volwassen mannen, tien tot veertig jaar ouder dan hun idolen. Met zware stemmen scanderen ze mee en zwaaien met glowsticks. Voor zo’n 35 euro mogen ze na afloop een praatje maken met de kinderen. Nee, niet aanraken. Ze krijgen alleen een hand. Die laten ze niet snel los.

Op de Japanse Lolita-liefde is een hele amusements- industrie gebouwd, zo zagen we laatst al in een BBC-documentaire van Stacey Dooley. In de zeer ongemakkelijke documentaire Tokyo Idols (NPO 2) bekijkt de Japans-Britse regisseuse Kyoko Miyake de bloeiende cultuur van de Idols (aidoru); jonge sterren die zingen en dansen, maar die vooral een imago verkopen van schattigheid en onschuld.

Net als verwante genres uit de Japanse popcultuur, als manga en anime, ziet het er fascinerend uit: de merkwaardig kleding, sexy én schattig bedoeld, de prachtige, onbewogen Japanse gezichtjes. Miyake volgt een wat oudere idol, de negentienjarige Rio, die dankzij kleding en haarstijl toch nog voor minderjarig door kan gaan. Ze werkt hard aan haar fanbase, ze maakt een make-up-vlog en fietst door Japan om zichzelf te promoten. Op het einde viert ze haar 21ste verjaardag, tijd voor haar pensioen. Ze wil een doorstart maken als volwassen artiest, maar zullen de fans haar wel volgen?

Dat jonge meisjes hard werken aan hun droom om popster te worden, is niet zo bijzonder. Al snel richt Miyake daarom haar camera op de mannen in de zaal. Wat doen die hier? Zijn dit allemaal pedo’s? Ze gedragen zich als tieners, met hun kamer vol posters. Trots laten ze boekjes zien met polaroids van zichzelf met hun idool. „Dit is geen rage, dit is religie”, zegt er een. Ze noemen zichzelf otaku, nerds. Type stripverzamelaar. Maar waarom staan ze te juichen voor kleine meisjes, en niet voor Mister Children, Japanse rockers van hun eigen leeftijd?

Een kritische journaliste verwerpt in de film de idolcultuur als pervers voorbeeld van het heersende seksisme. De mannen willen volgens haar geen volwaardige relatie met iemand van hun eigen leeftijd, maar liever een makkelijk, onderdanig meisje. Volgens haar is de Japanse norm: „De vrouw heeft de taak om altijd te lachen en de mannen op te beuren.”

Schutterige mannen

Maar als je naar de ontmoetingen van de mannen met de idols kijkt, zie je geen mannelijke overheersing. Je ziet de ongelijkheid van fan en idool. De mannen gedragen zich schutterig verlegen, de meisjes leiden. De mannen zijn hier juist onderdanig, behoeftig.

Ze blijken vaak eenzaam te zijn. Het gevoel van eigenwaarde van de Japanse man is laag, betoogt de film. Een artikel in The Economist over de Lolita-obsessie biedt meer socio-economische achtergrond: Japanse mannen hebben moeite om aan de vrouw te komen. Meer dan de helft van de Japanse twintigers is nog nooit met een meisje uit geweest. Mannen en vrouwen leven gescheiden. En aangezien de vrouw geacht wordt huismoeder te worden, krijgen veel mannen ook niet genoeg salaris om een één-inkomen-gezin te onderhouden.

Volgens een idol-uitbater in de film zijn de fans zelf een beetje kinderlijk: „Hoe kinderlijker het gesprek, des te meer ze zich op hun gemak voelen. Ze willen weer jong en puur zijn.” Ze verlangen terug naar hun eigen kinderparadijs, toen ze nog niet van alles moesten, maar de hele dag strips lagen te lezen voor de kachel. Een fan zegt over zijn idol: „Ze is een spiegel, een dure spiegel”.