Recht & Onrecht

Een strafvonnis dat lekker leest, het gaat gebeuren

Ook rechters begrijpen niet steeds alle uitspraken van hun collega’s. Maar dat wordt anders – in de Rechtspraak ‘bloeien nu duizend bloemen’, schrijft rechter Jacco Janssen in de togacolumn.

Remko de Waal / ANP

Begin dit jaar wraakten een 8-jarig meisje en een 11-jarige jongen, die zonder juridische bijstand zaten, zelfstandig een kinderrechter van de rechtbank Rotterdam. De rechters die moesten beslissen of deze  kinderrechter de zaak mocht blijven behandelen kozen daarom in de uitspraak voor de taal van de minderjarigen. Daarmee maakten deze drie rechters alle andere rechters in één keer kansloos voor de ‘Klare Taal Bokaal 2017’. Deze prijs is in 2016 ingesteld voor de uitspraak die het meest in begrijpelijk Nederlands is geschreven.

Zonder afbreuk te doen aan hun eigen gezag, autoriteit of geloofwaardigheid, legden de rechters aan de minderjarigen de beslissing uit. Dat deden zij zo helder en duidelijk dat ík de uitspraak direct begreep. Nou denkt u: ‘dat een collega-rechter een uitspraak begrijpt, is helemaal niet maatgevend’. En dat is juist: het gaat niet om mij of mijn collega’s, maar om de minderjarigen, hun ouders, juristen, journalisten en alle andere geïnteresseerde Nederlanders.

Ontoegankelijk

Toch is het feit dat (ook) ik de uitspraak direct begreep, wel van betekenis. Dat is namelijk niet altijd zo geweest. Sterker nog, wij rechters waren meesters in het schrijven van ontoegankelijke uitspraken. Ik kies hier bewust voor de verleden tijd. Het lijkt er namelijk sterk op dat wij rechters het goede spoor hebben gevonden. In de Nederlandse rechtspraktijk en in bijna alle rechtsgebieden bloeien op dit moment duizend bloemen.

Bijna in iedere rechtbank, gerechtshof en ja, zelfs bij de Hoge Raad, zijn projecten gestart die gericht zijn op meer begrijpelijke rechtspraak. Al deze projecten zijn erop gericht om los te komen van de factoren die maken dat onze uitspraken niet lekker lezen. Dat zijn o.a: gewoonte, cultuur, status, sociale druk, denkend schrijven, onzekerheid en gemakzucht, zoals beschreven in het magazine Rechtspraak (editie 4, december 2016).

Geen licht

In 2018 gaan de strafrechters van Nederland met de begrijpelijkheid van de strafmotivering aan de slag.  De motivering moet het verhaal over de straf vertellen en dat moet in begrijpelijk Nederlands. Uiteraard  moet de strafmotivering ook voldoen aan de eisen die de wet en de jurisprudentie  stellen. Deze laatste voorwaarde is voor rechters gesneden koek, maar verdient óók doorlopend onderhoud. Het vertellen van het verhaal van de straf in duidelijke taal - dáár zit de uitdaging. De redenering waarom de rechter tot de straf is gekomen, moet door degenen die het lezen of horen, kunnen worden gevolgd. Tussen de gegeven boodschap en de begrepen boodschap mag geen licht zitten.

Maatwerk

Geen gemakkelijke opgave als daarbij wordt bedacht dat de ontvangers van de boodschap niet steeds dezelfde personen zijn. De strafmotivering kent immers veel ontvangers: verdachten, slachtoffers, advocaten, officieren van justitie, media en/of publiek. Bij sommige vonnissen allemaal tegelijk, bij andere slechts één of een paar van deze ontvangers. Op dit moment worden handvatten voor de strafmotivering ontwikkeld waarmee de rechters en griffiers een steuntje in de rug krijgen. Het is de bedoeling dat die kunnen worden gebruikt om voor alle ontvangers een toegespitste strafmotivering te schrijven. Dat zal maatwerk blijven. Niet iedere zaak is van gelijk gewicht en de mensen en middelen zijn in de Rechtspraak verre van onuitputtelijk. Maar ik denk dat iedere zaak zonder noemenswaardige extra inspanning de strafmotivering kan krijgen die in alle opzichten op de zaak is toegesneden.

Vanaf 2018 gaan mijn collega’s en ik dus voor beter begrijpelijke en nog meer op de zaak gerichte, juridisch puike strafmotivering. Dat u denkt: ‘éérst zien dan geloven’ begrijp ik!

De Togacolumn verschijnt onregelmatig in de zomer en wordt geschreven door een advocaat, een rechter of een officier van justitie. Deze week Jacco Janssen, senior (straf)rechter A in de rechtbank Rotterdam.