De wandelaar heeft geen haast

Lopen naar het werk

Lopen is geen voor de hand liggende keuze. Pak de auto of de fiets, en je bent stukken sneller op je werk. Toch levert dat wandelen een hoop op: „Het is een efficiënte manier van een moment voor jezelf nemen, door inefficiënt te reizen.”

Foto Niels Blekemolen

Anderhalve kilometer park, koffie bij de bakkerswinkel, en dan bij dat drukke kruispunt, húp, de stadsherrie weer in. Het is maar vijf kilometer, maar toch: „Dat voel je dus wel in je benen: ’s avonds sporten hoeft niet meer.” En dan moet de terugweg nog komen.

Sinds een paar weken loopt Freek van der Hulst (29) regelmatig samen met zijn vriendin naar het werk. Dat begon toen zij van haar werkgever Heineken een stappenteller kreeg, in het kader van een ‘fit challenge’. Hij, operationeel manager bij het Italiaanse kledingmerk Brandy Melville, besloot met haar mee te lopen. En dat beviel: „Als je fietst heb je eigenlijk geen seconde rust. Je bent continu alert op andere weggebruikers, lossende vrachtwagens, oponthoud, scooters … Ik kwam daardoor vaak gehaast op mijn werk aan. Lopen vond ik verbazingwekkend rustgevend.”

Inmiddels is het stel zo’n zeven keer van hun huis in Amsterdam-West naar de Leidsestraat (hij) en het Marie Heinekenplein (zij) in het centrum gelopen. Een tocht van een uur en een kwartier. Let wel: alleen bij mooi weer. „Als het regent gaan we gewoon op de fiets.”

Gewoon relaxed

Van alle mensen die in 2015 naar hun werk gingen, deed 58 procent dat met de auto. 27 procent ging op de fiets, 7 procent met het openbaar vervoer. Slechts een kleine 4 procent besloot te lopen, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek dit voorjaar. Dat wandelen is dan ook geen efficiënte keuze: zelfs over een paar kilometer doe je al gauw een half uur. Nee, de wandelaar heeft andere motieven.

Wat die motieven zijn? Vraag het verschillende wandelaars en meteen valt op: voor de wandelaar bestaan er geen regels. De een gedijt bij serene rust, de ander belt, whatsappt, of werkt tijdens de tocht een to-do-lijst af, een derde loopt nooit alleen. En de regels die er bestaan, worden uitsluitend bepaald door de wandelaar in kwestie. „Hoewel beslist niet alle wandelaars autisten zijn, noemen wij het universum van de wandelaar: het autistische universum”, schrijft Arnon Grunberg in het voorwoord van Aan de wandel, een bundeling van de columns die Joyce Roodnat jarenlang in NRC Handelsblad over haar wandeltochten schreef. „De wandelaar heerst over zijn universum, omdat hij, zo meent hij, dat universum zelf heeft ingericht, of op zijn minst omdat het gehoorzaamt aan zijn wetten.”

Het is misschien wel daarom dat mensen lopen, al is het maar een uurtje per dag, als rustgevend ervaren. Goed, bij het oversteken is het even opletten. En bij veel herrie is een koptelefoon ook geen slecht idee. Maar wie regelmatig wandelt weet hoe snel je toch gedachteloos door het verkeer laveert. „Als ik wandel zit ik in mijn eigen wereld”, legt Van der Hulst uit. „Op de fiets ben ik voortdurend met anderen bezig, te voet loopt niemand me in de weg. Er is geen afleiding, en dat zorgt voor een leeg hoofd.”

Maar vraag de wandelaar vervolgens wat er dan voor zorgt dat hij zo ‘opgeruimd’ op zijn bestemming aankomt, en het antwoord luidt steevast: „Oh, niks eigenlijk.” Of: „Het is gewoon relaxed.” Onderweg wordt bij stadsgenoten naar binnen gegluurd of eens haltgehouden op een terras. Wie wandelt blijkt vooral de tijd voor zichzelf te nemen. En wie wandelt naar het werk, neemt die tijd op een moment dat het relatief gemakkelijk is dat te doen. Van der Hulst: „Het is een efficiënte manier van een moment voor jezelf nemen, door inefficiënt te reizen.”

Een ‘leeg’ hoofd

Volgens Suzanne Dwinger (45), officemanager bij investeerder LSP, is het een van de redenen dat ze bijna een jaar geleden ‘verslaafd’ raakte aan het uur naar haar werk lopen: „Het duurt een half uur langer, maar voor mijn gevoel win ik er een uur mee.” Met drie kleine kinderen thuis komt ze eigenlijk altijd meteen weer in de chaos terecht. „Dan is het fijn om tussen werk en thuis een langer rustpunt te hebben.” Prettige bijkomstigheid: er wordt bewogen. „Dus mamma hoeft ’s avonds niet nog eens weg om te gaan sporten. Zo belast ik mijn gezin ook minder.”

Dat bewegen was dan ook oorspronkelijk de reden van het wandelen. Na een verhuizing naar Amstelveen gaf een opnieuw te maken keuze uit de tram, auto of fiets de doorslag. „Ik wilde graag gezonder leven, dus besloot te beginnen met wat meer lichaamsbeweging. Maar voor ik het wist plande ik het halen en brengen van de kinderen eromheen, en verzon ik in het weekend plekken om naartoe te lopen. Ik raakte geïrriteerd als het een keer niet lukte – het móét.”

Freek van der Hulst en Els Morssinkhof.
Foto’s Niels Blekemolen

Wat is het toch aan lopen dat mensen als helend ervaren? Die vraag stelde Ineke Albers, theoloog en neurowetenschapper, in haar proefschrift over lopen tijdens religieuze rituelen. Haar antwoord: „Wat eigenlijk voor alle gecoördineerde bewegingen geldt, geldt ook voor wandelen. Lopen laat de ruis naar de achtergrond verdwijnen. Het malen in je hoofd houdt op, je bent meer in je omgeving en het nu.” Dat schept bijvoorbeeld ruimte voor het opmerken van nieuwe dingen. Zo vertelt Van der Hulst hoe hij bij het lopen eens niet overal langs ‘sjeest’. „Dan denk ik: hé, dat is een leuk restaurant, dat zat er nog niet. Of ik zie de huizen ineens goed.” Dwinger kijkt het liefst overal naar binnen: „Ik verbaas me dan over de rotzooi binnen.”

Is dat waarom de wandelaar een ‘leeg’ hoofd ervaart? Erik Scherder, hoogleraar klinische neuropsychologie, moet lachen wanneer hij die term voorgelegd krijgt. „Als mensen zeggen dat hun hoofd leeg is, denk ik: ‘Kom jij maar even bij mij in de hersenscanner liggen.’ Dat kan dus niet.” Wel snapt hij waar het idee vandaan komt: „Bewegen zorgt voor een betere doorbloeding van het brein, waar met name de frontale cortex, het deel van ons brein waar het remmende vermogen huist, van profiteert.”

Dat remmende vermogen is een soort filtersysteem, legt Scherder uit. Het gooit bijzaken weg, en behoudt de dingen die echt belangrijk zijn. Wie beweegt, filtert beter en kan ‘ruis’ naar de achtergrond doen verdwijnen. Scherder: „Het directe gevolg daarvan is een betere focus en concentratie.” Daarnaast heeft lopen een gunstig effect op de neutrofines in ons brein, die de voedingsbodem voor neurotransmitters (overbrengers van zogenoemde ‘zenuwprikkels’) vormen. „Bewegen zorgt er daarom voor dat de hersens weer geprikkeld worden. Je wordt wakker, en daarmee productiever.” Dat proces vindt overigens ter plekke plaats. Vooral bij aankomst op het werk zou je er dus profijt van moeten hebben.

Maar je kunt dat idee ook nog verder doortrekken, stelt Scherder. Lopen naar het werk heeft volgens hem niet alleen een gunstig effect, lopen tijdens het werk evenzeer. „Tijdens het werken of studeren zijn we veelal cognitief bezig en krijgt het brein eigenlijk zelden de kans tot rust te komen. Daardoor staat ons default mode network, het deel van ons brein dat activeert bij mentale rust, veel vaker uit dan we zouden willen.” En dat terwijl dit netwerk ervoor zorgt dat je op nieuwe, creatieve ideeën komt.

Foto’s Niels Blekemolen

Vrij van laptops en telefoons

„Het klinkt paradoxaal, maar juist wanneer je even helemaal nergens aan denkt, krijg je ineens die ingeving”, zegt Scherder. Niels Taatgen, hoogleraar kunstmatige intelligentie, wil bij dat idee nog wel enige kanttekeningen plaatsen. Echt helemaal nergens aan denken doen we vrijwel nooit, zegt hij. Er zijn altijd afleidende gedachten. „Maar het in de zak stoppen van je smartphone of het uitbannen van zoveel mogelijk afleidingen, dat kan een creatief denkproces inderdaad wel helpen.”

Merkt Van der Hulst hier iets van wanneer hij aankomt op zijn werk? Niet per se. Wel ontdekte hij dat wandelen – vrij van laptops en telefoons – niet alleen zorgt voor meer rust, maar ook voor goede gesprekken met zijn vriendin. „Waar je thuis toch al snel iets anders gaan doen, heb je tijdens het lopen simpelweg geen andere keuze. Ben je met zijn tweeën, dan zorgt dat voor echte aandacht voor elkaar.”

Maar wacht even, samen lopen? Gaat het hele idee van mentale rust dan wel op? „Nee”, zegt Erik Scherder. „Daar zul je toch echt alleen voor moeten zijn.” Hetzelfde geldt volgens hem voor bellen tijdens de tocht. Maar die alertheid en productiviteit, daar kun je wel met zijn allen van profiteren. Niet voor niets hield oud-president Obama walking meetings: „Hij vergaderde het liefst lopend door de tuinen van het Witte Huis.” Overdrijf het alleen niet, waarschuwt Scherder. Want wie zichzelf moe loopt, put óók het brein uit. „De gunstige effecten van wandelen treden al op bij zo’n 30 tot 45 minuten stevig doorstappen.”

Van der Hulst moet lachen wanneer hij vaststelt nooit te hebben nagedacht over de invulling van een tocht. „We bespreken gewoon de dag.” Laten we een ding ook niet vergeten: in het universum van de wandelaar, heersen de regels van de wandelaar.