Cultuur

Interview

Een vulmachine in de zuivelfabriek.

Foto Merlin Daleman

Daar boeren waar ook de grutto’s nog kunnen broeden

Klaas de Lange van Weerribben Zuivel overtuigde zijn vader in 1984 al een biologische melkveehouderij te starten.

Ja, dit is de gedroomde locatie voor biologisch gecertificeerde melk. De fabriek van Weerribben Zuivel, een kleine loods vol machines, opslagtanks en een koelcel, staat midden in Nationaal Park Weerribben-Wieden, met een oppervlakte van 100 vierkante kilometer het grootste laagveenmoeras van Noordwest-Europa. Zover het oog reikt rietvelden, graslanden en water. Afgezien van het zompige gesjok van de koeien, die door de modder de grote stal naast de fabriek vrij in en uit lopen, hoor je slechts windgeruis en vogelgetjilp.

De werkelijkheid overtreft voor een keer de idyllische natuurtaferelen op de verpakking van bioproducten. Hier, in de kop van Overijssel, maken Klaas de Lange en zijn mannen karnemelk, hangop en havermoutpap, terwijl ze omringd worden door otters, roerdompen en zeldzame vlinders.

Weerribben Zuivel is gevestigd in het buurtschap Nederland, negen huizen en 25 inwoners groot. Dertig jaar geleden werd Nederland bevolkt door keuterboeren die leefden van de rietteelt. De Lange is de laatst overgebleven boer in het gehucht. De anderen zijn gestopt of verkast, naar boerderijen in de Noordoostpolder, Denemarken of Canada.

Zijn overgrootvader, grootvader en vader boerden hier ook al, zegt Klaas de Lange (56). Toen hij in 1984 van school kwam, overtuigde hij zijn vader dat ze een biologische melkveehouderij moesten beginnen.

De natuur in De Weerribben werd steeds belangrijker gevonden, merkte De Lange. „Veel boeren zagen dat als een bedreiging voor hun bedrijfsvoering. Ik niet. Ik ben met Staatsbosbeheer gaan praten of ik niet kon helpen met het onderhouden van de natuur.”

Van 20 hectare grond is zijn bezit in de loop der jaren uitgegroeid tot 450 hectare, het meeste is natuurgrond die hij in conditie helpt houden.

Verdeeld over drie boerderijen heeft het bedrijf inmiddels in totaal 500 melkkoeien. Dat zouden er veel meer kunnen en mogen zijn, maar hij is „geen vol-gas-boer”, zegt De Lange. Hij zegt vaak ‘nee’ en zijn bedrijf is met de handrem erop gegroeid. Zorgen dat de kieviten en grutto’s op zijn weiden kunnen broeden en naar voedsel kunnen zoeken, is hem ook wat waard.

Gezond oud worden

Pas sinds 1992 verwerkt De Lange zijn melk zelf tot zuivel. Het leek hem een mogelijkheid om de consument meer bij zijn keuzes te betrekken. Het is zo belangrijk, zegt hij, om voorlichting over voedselproductie te geven. Met afschuw praat hij over de suiker die aan veel voedsel wordt toegevoegd. „Als je voldoende beweegt en bewust eet, word je vijf jaar ouder en hoef je pas veel later naar de medicijnman.”

Weerribben Zuivel maakte tien jaar lang alleen karnemelk. Dat leek De Lange een onderscheidend product. Want wat supermarkten als karnemelk aanbieden, is niet meer dan aangezuurde magere melk.

Hij kocht karntonnen en een afvulmachine en begon zijn melk op traditionele wijze te karnen. Een bereidingsproces waarbij de ‘zoetemelk’ in de tonnen wordt rondgeslingerd en dat resulteert in karnemelk en boter.

Tachtig melkboeren in de buurt vond hij bereid zijn product te verkopen. De vraag was groot, de bio-karnemelk gaf zijn zuivelbedrijf vleugels, zegt De Lange. Tot de melkboeren de deuren begonnen te sluiten, na het vertrek van de keuterboeren de tweede transitie die De Lange meemaakte.

Zijn bof was dat supermarktketen C1000, die een aantal van de melkboeren had overgenomen, zijn karnemelk in het assortiment wilde opnemen. Plotseling was zijn karnemelk landelijk te koop. Al snel kwam daarna de vraag of hij niet ook yoghurt en vanillevla kon maken.

Inmiddels bestaat het assortiment uit honderd zuivelproducten, waarvan alleen de koffiemelk en de kaas elders worden gemaakt. Tot de vaste afnemers behoren vele horecagelegenheden en duurzame supermarktketens als EKO-plaza, Marqt en Landmarkt. Vier vrachtwagens van het bedrijf rijden dagelijks door het land om de zuivel te bezorgen.

Weerribben Zuivel maakt ook zuivelproducten voor Albert Heijn. Maar niet onder de eigen merknaam, legt De Lange uit. „Als ik dat zou doen, maak ik de speciaalzaken kapot. En dat zijn de klanten waarbij ik me het meeste thuis voel.”

Van meer naar beter

Als regionaal bestuurder van branche-organisatie LTO is De Lange een warm pleitbezorger van minder intensieve landbouw en veeteelt. „Nederland heeft de beste boeren van de wereld”, zegt hij, „maar onze agenda moet veranderen. De focus moet niet langer liggen op ‘meer’ en ‘goedkoper’, maar op ‘beter’.”

Veel boeren zijn in een fuik gezwommen en zien zich gedwongen steeds goedkoper en steeds meer te produceren. Dat proces loopt vast, zegt De Lange. Als voorbeeld noemt hij de meest intensieve sectoren, die van de varkens- en de kippenhouderijen. Door nieuwe wet- en regelgeving, bestemmingsplannen en veranderende acceptatienormen in de samenleving zijn varkens- en kippenboeren gestuit op de grenzen van hun productiecapaciteit.

Weerribben Zuivel heeft in totaal 500 koeien, verdeeld over drie locaties.
Foto Merlin Daleman
Een vulmachine in de zuivelfabriek.
Foto Merlin Daleman

De Lange: „We moeten niet langer scherp boeren op kostprijs, maar de beste boeren worden met het mooiste verhaal.”

Zo’n omslag leidt tot betere, maar ook duurdere producten. Die ruimte is er, zegt De Lange. „Nederlanders geven slechts 11,2 procent van hun bruto-inkomen uit aan voedsel. Vergeleken met andere landen in West-Europa is dat waanzinnig weinig.”

Maar vanzelf zal het niet gaan, benadrukt hij. Zijn advies aan collega’s die nu nog heel intensief boeren is om de bedrijfsvoering transparant te maken, om consumenten zo inzicht te geven in wat ze doen. „En betrek de jeugd bij het groen en leer ze dat melk niet als cola in een fabriek wordt gemaakt, maar uit een koe komt.”

Weerribben Zuivel heeft in september Boerderij Buitengewoon overgenomen, een biologische zorgboerderij op de Veluwe. Mensen met een zorg- of integratievraagstuk leren daar met de natuur omgaan: ze mogen helpen met kalfjes opfokken, hooien, vogelkastjes timmeren enzovoorts. „Het kwam op onze weg”, zegt De Lange, „en het past in onze bedrijfsfilosofie”.

Midden in zijn enthousiaste verhaal stapt zijn vrouw de kantine binnen om te waarschuwen dat de volgende afspraak is gearriveerd. Klaas de Lange ruimt snel de plastic slagroomverpakkingen op waarin hij koffie heeft geserveerd, en schiet weer in zijn rubberlaarzen. Buiten wijst hij naar de rietlanden. „Het is een voorrecht om hier te mogen wonen en werken”, zegt hij. En dan holt hij op drafje naar zijn bezoek.