Amnesty: Kameroen martelt vermeende aanhangers van terreurgroep Boko Haram

Volgens Amnesty International vallen er regelmatig dodelijke slachtoffers bij martelingen door Kameroense veiligheidsdiensten van vermeende Boko Haram-aanhangers. Ondanks eerdere kritiek zouden de martelingen nu wijdverbreid zijn geworden.

Een Nigeriaanse soldaat patrouilleert in de stad Banki in noordoost Nigeria. Foto Florian Plaucheur/AFP

Amnesty International heeft opnieuw scherpe beschuldigingen geuit aan het adres van Kameroense veiligheidsdiensten over geheime opsluiting en marteling van vermeende aanhangers van de terreurgroep Boko Haram – niet zelden met fatale afloop. In haar jongste rapport, dat donderdag werd gepubliceerd, heeft zij de behandeling gedocumenteerd van 101 burgers die tussen maart 2013 en maart 2017 werden gemarteld in kampen en op bases van het leger en inlichtingendiensten. Van hen vertelden er 32 aan Amnesty dat zij hadden gezien hoe medegevangenen stierven nadat ze waren gemarteld.

De regering in Yaoundé verwerpt de bevindingen. Een woordvoerder van het ministerie van Defensie zegt dat Amnesty „te kwader trouw” handelt en probeert om „moordenaars af te schilderen als slachtoffers”. „Ons leger is gedisciplineerd en professioneel. Het heeft betere dingen te doen dan zijn tijd te verdoen met zich te verdedigen tegen mensen die vooropgezette meningen hebben.”

Armen en benen gebonden

Amnesty spreekt over „systematische” mensenrechtenschendingen, en over „angstaanjagende” martelmethoden die worden toegepast. Een wordt „de geit” genoemd: de armen en benen van de gevangene worden achter de rug vastgebonden en liggend op de grond wordt hij geslagen. Een variant is „de schommel”: ook met de handen en benen achter de rug vastgebonden, wordt het slachtoffer aan een stang opgetild en in die positie geslagen. Ook nepverdrinkingen, het gedwongen drinken van urine, toediening van elektrische schokken en het onthouden van voedsel behoren tot het arsenaal.

De meeste slachtoffers waren mannen tussen de 18 en 45 jaar. Maar ook minderjarigen, gehandicapten en geesteszieken werden opgesloten en gemarteld. In de meeste gevallen waren ze opgepakt door soldaten van het reguliere leger, door leden van de elite-eenheid Rapid Intervention Battalion of door niet-geïdentificeerde mannen in burger. Ze werden aangehouden zonder dat er een officieel arrestatiebevel werd overhandigd; slechts in een enkel geval kregen ze te horen op grond van welke verdenking ze werden opgepakt.

Satellietbeelden van de Salak BIR basis. Foto Amnesty International

Wijdverspreid en routinematig

In 2015 en 2016 beschuldigde de organisatie Kameroen ook al van mensenrechtschendingen, waaronder willekeurige arrestaties, geheime opsluitingen, verdwijningen, marteling en het ter dood brengen van burgers in gevangenschap. Deze praktijken zijn inmiddels „wijdverspreid en routinematig” geworden. Ze worden „straffeloos” uitgevoerd, stelt Amnesty nu.

Kameroen werd vanaf 2013 steeds meer frontlijnstaat in de strijd tegen Boko Haram, de islamitische terreurgroep die van oudsher opereert in het noordoosten van buurland Nigeria. Strijders van Boko Haram wijken ook uit naar de grensregio’s van Kameroen, Tsjaad en Niger. In de hele regio zijn de afgelopen jaren meer dan 20.000 doden gevallen door toedoen van Boko Haram; 2,7 miljoen mensen zijn van huis en haard verdreven.

Drie jaar geleden stuurde Kameroen voor het eerst versterkingen naar het uiterste noorden van het land om uitbreiding van het geweld op zijn grondgebied tegen te gaan. In het noorden van Kameroen zijn sinds 2014 meer dan 1.500 burgers gedood door Boko Haram, los van het ontvoeren van vrouwen en meisjes en het op grote schaal plunderen en vernielen van huizen en winkels, aldus Amnesty. Tussen juli 2016 en juni dit jaar voerde Boko Haram zeker nog 120 aanvallen uit, waaronder 23 zelfmoordaanslagen, waarbij ruim 150 burgers het leven lieten.

Amerikanen en Fransen

Gezien die gruwelijkheden heeft de regering van Kameroen volgens Amnesty het volste recht en de plicht om haar burgers te beschermen tegen deze aanvallen. Maar, voegt ze eraan toe, dat moet wel gebeuren met inachtneming van de mensenrechten.

Een groot aantal van de gedocumenteerde martelingen gebeurde op bases in Kameroen, waar ook Amerikaanse en Franse militairen aanwezig zijn. Zij helpen in de strijd door inlichtingen te verzamelen en soldaten van de alliantie tegen Boko Haram en andere terreurgroepen te trainen. De Amerikaanse ambassadeur in Yaoundé, Michael S. Hoza, liet Amnesty weten dat de VS op geen enkele manier betrokken zijn bij de martelpraktijken en daar ook niet van op de hoogte zijn. De Franse autoriteiten reageerden niet op vragen van Amnesty.