Advocaat Zegveld ondersteunt twee Iraakse slachtoffers

Juridische actie

Advocaat Liesbeth Zegveld heeft Nederland om informatie gevraagd over luchtaanvallen die Iraakse burgerslachtoffers maakten.

Een luchtfoto van de Iraakse stad Mosul. Foto Felipe Dana/AP

Mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld gaat twee Iraakse burgers vertegenwoordigen die mogelijk slachtoffer werden van een Nederlandse luchtaanval in 2015. Zij heeft donderdag namens Ebtehal Mohammed Yosef (26) en Mohammed Mohammed Ahmed (29) een brief gestuurd naar demissionair minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD).

Yosef en Ahmed maakten op 26 januari 2015 deel uit van een konvooi van burgertaxi’s dat op weg was van Mosul naar Bagdad om uit IS-gebied te ontkomen. Onderweg werden de taxi’s van Ahmed en Yosef geraakt door luchtaanvallen. Nederland neemt deel aan een internationale coalitie geleid door de VS, die sinds 2014 luchtaanvallen uitvoert tegen terreurbeweging IS in Irak en Syrië. In de week van het incident voerde Nederland volgens het ministerie van Defensie 27 bombardementen uit „boven verschillende provincies” in Irak. Dat is niet nader gespecificeerd.

Zegveld zegt in de eerste plaats de feiten te willen achterhalen. „Slachtoffers hebben er recht op te weten wie hun schade heeft berokkend”, zegt ze. Zelfs als Nederland zelf de bewuste bombardementen niet heeft uitgevoerd, draagt Nederland volgens haar als lid van de coalitie verantwoordelijkheid om de slachtoffers in staat te stellen hun recht te halen. Afhankelijk van de antwoorden van de minister neemt zij juridische vervolgstappen, zoals eventuele aansprakelijkheidstelling. Voor zover bekend is dit de eerste keer dat een advocaat in een van de staten actie onderneemt namens mogelijke burgerslachtoffers van de in 2014 begonnen operatie.

Geen van de Europese coalitiepartners heeft tot nu toe burgerslachtoffers toegegeven. Wel zijn in Nederland vier gevallen van mogelijke burgerslachtoffers door Nederlandse luchtaanvallen in onderzoek bij het OM, maar een woordvoerder wil niet zeggen of het geval van 26 januari 2015 erbij zit. Het ministerie van Defensie wil niet inhoudelijk reageren op de brief zolang die nog niet ontvangen is. In algemene zin verwijst het ministerie voor onderzoek naar meldingen van burgerslachtoffers door naar het hoofdkwartier van de coalitie. „Indien sprake is van mogelijke Nederlandse betrokkenheid, doet Defensie ook zelf onderzoek”, aldus een woordvoerder. Volgens de woordvoerder tracht Defensie „met inachtneming van de noodzakelijke (nationale en operationele) veiligheidsoverwegingen”, zo transparant mogelijk te zijn over de militaire inzet van Nederland.