‘We schoten Laura H. te hulp toen twee IS’ers eraan kwamen’

Bahram Arif Yassin

Deze donderdag is er weer zitting in de zaak-Laura H. Een Koerdische generaal kreeg haar in het vizier, na haar vertrek uit IS-kalifaat.

Bahram Arif Yassin. Foto Azad Lashkari/Reuters

Het was een uur of zes, zeven in de ochtend toen de radio van de Koerdische generaal Bahram Arif Yassin begon te knetteren. „Er kwam een auto aan”, herinnert Yassin (43) zich, „afkomstig uit IS-gebied.” Met zijn verrekijker volgde de generaal het voertuig, vanaf zo’n 2,5 kilometer afstand. Zag hoe de auto stilhield bij een wegversperring, die destijds het betwiste grensgebied markeerde waar het territorium van Islamitische Staat ophield en dat van Iraaks-Koerdistan begon.

Op het radiokanaal ontstond discussie. „We overlegden over wat er moest gebeuren. Waren dit IS-strijders? Moesten we in actie komen?”

Op 12 juli 2016 dook de Nederlandse Laura H., destijds 20 jaar oud, op bij de grens van Iraaks-Koerdistan.

Ze zei gevlucht te zijn uit het kalifaat van IS, samen met haar kleine kinderen van één en vier, waar ze een jaar eerder met haar man Ibrahim naartoe was vertrokken. Drie weken verbleef ze in het hoofdkwartier van de peshmerga, de Koerdische strijdkrachten, in de Iraakse stad Erbil, voordat ze naar Nederland mocht.

Op Schiphol werd Laura H. meteen gearresteerd. Sindsdien verblijft ze in de gevangenis op verdenking van terrorisme. Deze donderdag vindt in de zwaarbeveiligde rechtbank in Rotterdam een nieuwe zittingsdag plaats in haar proces. Bij haar ontsnapping, en de intenties van haar vertrek bij IS, zet het Openbaar Ministerie zijn vraagtekens.

Lees ook het interview met de vader van Laura H., die haar hielp bij de ontsnapping: Hoe Laura H. terugkeerde uit het kalifaat

Generaal Bahram Arif Yassin (43) was getuige van Laura H.’s vlucht. Hij is gestationeerd in de Koerdische stad Erbil, en speelde een leidende rol in de bevrijding van Mosul uit handen van IS afgelopen maand. Inmiddels is hij ook gehoord door de Nederlandse politie. Telefonisch vertelt hij wat hij die dag heeft gezien.

Wat gebeurde er nadat u de auto in het vizier kreeg op 12 juli?

„We zagen een man en een vrouw uitstappen met twee kinderen. Ze konden niet verder rijden. Er zijn daar gaten in de grond gegraven zodat auto’s en tanks niet over de weg kunnen. Toen kwamen er twee mannen aangereden op de motor, ook uit IS-gebied. Die namen de twee onder schot. We besloten ze te hulp te schieten.”

Hoe?

„Wij hebben een mortier afgeschoten. Die kwam ergens terecht tussen de man en de twee IS-strijders. De man ging liggen, alsof hij gewond was geraakt, en de vrouw zette het met de kinderen op een lopen. Ze renden dat gat door en kwamen onze kant uit.”

En de IS-strijders?

„Eén was geraakt door de mortier, de ander reed snel weg. Maar hij kwam weer terug. Wij probeerden hem nog een keer te raken, maar dat mislukte. Hij heeft de andere IS’er meegenomen, de man uit de auto is achtergebleven.”

Hoe is Laura bij de peshmerga gekomen?

„Zij is heel hard gaan rennen, en wij zijn haar kant uitgerend. We hadden de angst dat ze een spion van IS was. We doorzochten haar op wapens, maar die had ze niet. Daarna hadden we snel door: ze is aan het vluchten en heeft hulp nodig. Ze is met de kinderen in een auto geladen, ze waren aan het huilen.”

Of echtgenoot Ibrahim nog leeft, is onduidelijk. Wat weet u?

„Hij lag er die avond nog. De volgende dag was hij verdwenen.”

Komen dit soort reddingsacties vaker voor aan de grens?

„Het is de enige keer dat wij op deze manier iemand hebben gered. Het ging hier echt om leven en dood.”