Opinie

Vraag het ouderen en het tehuis is zo terug

Beleidsmakers draaiden het verzorgingshuis de nek om, omdat ze zelf niet in een ‘bejaardengetto’ willen wonen, schrijft . Veel ouderen denken daar anders over.
Illustratie Hajo

Ooit was er in ons land het verzorgingshuis. Voor jonge lezers: daar woonden mensen van gemiddeld 85 jaar. Helemaal zelfstandig wonen zat er voor de meeste bewoners niet meer in: ze hadden lichamelijk en/of geestelijk veel ondersteuning nodig. Ze waren niet dement, maar vaak wel dusdanig vergeetachtig dat een oogje in het zeil gehouden moest worden.

Inmiddels is het verzorgingshuis hier verdwenen. Wat rest is een diep gat. Ik zie de gevolgen van nabij. Ouderen die na een operatie moeten revalideren, kunnen terecht in een gespecialiseerde revalidatiekliniek. Een operatie op hoge leeftijd heeft niet zelden verwardheid als bijverschijnsel: niet weten waar je bent, dingen zien die er niet zijn, herinneringen hebben aan iets wat niet gebeurd is. Vaak gaat dat geleidelijk over, maar niet altijd, of niet altijd helemaal. Als zo iemand dan wel lichamelijk maar niet geestelijk is hersteld, is er een probleem. Er is dan maar één permanente oplossing: naar een psychogeriatrisch verpleeghuis. Dat betekent opname in een gesloten afdeling.

Wanneer iemand niet meer helemaal scherp is en ondersteuning gewenst is, is dat absurd. Je mag dan wel vergeten zijn welke dag en welke maand het is en moeite hebben met de afstandsbediening en mobiele telefoons, maar verder is er niet veel aan de hand. Er is geen enkele reden om te gaan inwonen bij mensen in een gevorderd stadium van dementie, die alleen nog uit het raam staren.

Maar iets anders is er niet. Alleen een tijdelijk verblijf in een kamer elders. Maar als je niet in je eigen omgeving bent, verergeren de klachten van vergeetachtigheid. Het gaat dan vaak rap bergafwaarts.

Hoe is het toch mogelijk dat besloten werd het verzorgingshuis op te doeken? Wie hebben dat besluit genomen? En vooral: op grond waarvan? Het lijkt een typisch geval van group think, een groepsproces waarin het collectieve blikveld zich steeds meer vernauwt. Dat is een ernstige vorm van bijziendheid. Er is geen ruimte meer voor alternatieve zienswijzen. Wie kritisch is, gaat af door de zijdeur.

Ooit was ik betrokken bij een onderzoek naar woningen voor ouderen, waarbij we verschillende varianten vergeleken: wonen onder het dak van een grotere zorgorganisatie, wonen in de zeer nabije omgeving daarvan of wonen in gewone woonwijken. De voorkeur van beleidsbeslissers was duidelijk: men ging ervan uit dat ouderen ‘in de wijk’ wilden wonen. Dan bleven ze immers deel uitmaken van de maatschappij. Want „wie wil er nu in zo’n bejaardengetto wonen, waar iedere dag de lijkwagen komt voorrijden?” Dat was natuurlijk een retorische vraag.

We letten in ons onderzoek ook op wat mensen belangrijk vonden aan wonen. Daarbij scoorden veiligheid, gezelschap en gezelligheid hoog. Gezelschap betekende vergelijkbare mensen in vergelijkbare omstandigheden in de directe omgeving. Gezelligheid betekende voldoende mogelijkheden tot ontspanning met bijvoorbeeld een winkel, een kapper en een horecagelegenheid in de directe omgeving. Veiligheid betekende snelle medische hulp als je die nodig hebt. En fysieke veiligheid: in een woonwijk ben je als oudere kwetsbaar. Wat kun je als iemand met slechte bedoelingen aan de deur komt?

Uiteindelijk koos slechts tien procent voor wonen in de wijk, tussen mensen van alle leeftijden. Maar liefst negentig procent gaf de voorkeur aan wonen in de directe omgeving van een grote zorginstelling of onder het dak van zo’n organisatie.

Wat de beleidsbeslissers over het hoofd zagen, is de kloof tussen hun eigen situatie en die van de meeste ouderen. Ze dachten te weten wat de doelgroep wil en wat niet. Daarbij baseerden ze zich op wat ze zelf zouden willen: zelfstandig wonen in de wijk en niet in een bejaardengetto. Maar wat ze zich niet realiseerden, is dat zij zelf in staat waren om op hoge leeftijd in een prettige buurt te blijven wonen. Ze hebben het financieel goed. En hun ouders meestal ook. Daarbij verliezen ze een heel grote groep uit het oog die niet beschikt over die financiële mogelijkheden. En die niet wil blijven wonen in een wijk die helemaal niet zo gezellig is voor ouderen.

Kortom: ga eerst langs de opticien voor je belangrijke beslissingen over ouderen neemt. Het zijn niet alleen ouderen die bijziend zijn.