Recensie

Uiterste verkoopdatum nadert voor de Pet Shop Boys

De Pet Shop Boys stelden dinsdagavond teleur in Carré. De ooit zo ontwapenende ironie werd opgeofferd aan discobeat en laserlicht.

Concert van Pet Shop Boys in Carré. Foto Andreas Terlaak

Dertig jaar lang wist het Engelse duo Pet Shop Boys zich te handhaven als een popfenomeen dat net iets intelligenter, theatraler en dieper gelaagd was dan de concurrentie. Terwijl andere synthesizerduo’s met wortels in de jaren tachtig (Soft Cell, Yazoo) het loodje legden, hielden de Pet Shop Boys stand, met een ereplek bij de openingsceremonie van de Olympische Spelen in 2012.

Zanger Neil Tennant bewoog zich met zijn opvallende, nasale stem als een aristocratische buitenstaander in de popwereld. Zijn fijnzinnige ironie onderscheidde hem van de rest. Op het recente album Super ondergaan Tennant (63) en toetsenman Chris Lowe (57) hun zoveelste verjongingskuur. ‘We are the pop kids’, laten ze hun publiek zonder ironie meezingen. Daar is een stroefheid in gekropen die zich vertaalt naar het live-optreden.

In Carré regen ze oude en nieuwe nummers aaneen tot één grote discoshow, die zich moeizaam verhield tot het pluche van de concertzaal. Het publiek kwam wel uit de stoelen bij oude krakers als ‘Opportunities’ en ‘West End Girls’, maar voor de popveteranen was het al te duidelijk een dinsdagavond waarop ze zonder veel vreugde hun kunstje afdraaiden.

Geïnspireerd door Daft Punk verschenen Tennant en Lowe met groteske robothelmen. De invloed van Kraftwerk liet zich gelden in de grafische achtergrondprojecties. Muzikaal zat er geen nieuw élan in de roboteske show, met drie jonge muzikanten die er vooral ter decoratie bij stonden. Tussen elektronische discodeunen als het nieuwe ‘Burn’ en het oude ‘It’s a Sin’ hebben de Pet Shop Boys nog altijd bevlogen momenten, zoals de betoverende soundscape van ‘Love is a Bourgeois Construct’ en de vervreemdende waanzinaria ‘The Dictator Decides’, met Tennant in de rol van stramme paradegeneraal.

Die kleine subtiliteiten gingen al te gemakkelijk op in de doffe dreun van het discoritme, later vervangen door een botte housebeat. Neil Tennant bewoog zich er ongemakkelijk tussen in een potsierlijk gouden jasje, alsof hij zelf een discobol was geworden.

Waar visueel spektakel en theatrale diversiteit altijd hun handelsmerk waren, stelden de Pet Shop Boys nu teleur door het tamme verloop van hun show. De ooit zo spitse covers van The Village People’s ‘Go West’ en het door Willie Nelson bekend gemaakte ‘Always on my Mind’ misten hun angel. Wat restte was heel veel laserlicht in alle kleuren van de regenboog. Dat is drie minuten leuk en daarna te saai voor woorden. Jammer, maar de uiterste verkoopdatum nadert.