In Utrecht speelt top van wereldwijde blaasorkesten samen

„Harmonieorkesten leggen basis voor top blazers,” zegt trombonist Jörgen van Rijen tijdens de internationale blaasorkestenconferentie WASBE in Utrecht.

Trombonist Jörgen van Rijen en koninklijke militaire kapel Johan Willem Friso, (dirigent T. Botma) dinsdag op WASBE. Foto Bas van Tilborg

Je kunt een doorgewinterde concertganger zijn en nooit van je leven een blaasorkest horen. Dat is eigenlijk vreemd, want Nederland is een grootmacht in de wereld van HaFaBra – harmonie, fanfare en brassband. In flinke delen van vooral Zuid-Nederland bezit ieder dorp van oudsher zo’n muziekvereniging. Die verenigingen bestrijden elkaar fel in concoursen, zoals in de film Fanfare van Bert Haanstra. En ze vormen een unieke kweekvijver voor talent, waarvan ook concertgangers die nooit blaasorkesten horen de vruchten plukken.

Neem Jörgen van Rijen (1975), die vier was toen hij besloot dat hij trombone wilde spelen. Zijn vader was voorzitter van de lokale muziekvereniging in Dordrecht en het sprak vanzelf dat Jörgen zou toetreden tot de harmonie. De trombone bleek een gelukkige keuze: Van Rijen toonde aanleg, ging naar het conservatorium, kreeg een baan als solotrombonist van het Koninklijk Concertgebouworkest en geldt al jaren als een van de allerbesten in zijn vak.

Dinsdagavond 18 juli trad Van Rijen op tijdens de opening van de tweejaarlijkse conferentie van de WASBE (World Association for Symphonic Bands and Ensembles), die dit jaar in Utrecht wordt georganiseerd. Parallel aan de conferentie is er een uitgebreid concertprogramma met de fine fleur van internationale blaasorkesten. Van Rijen speelde met de Koninklijke Militaire Kapel Johan Willem Friso het Tromboneconcert van de Amerikaanse componist Steven Bryant, een spectaculair huzarenstukje dat alle uithoeken van het instrument verkent.

Goed samenspelen

Het verhaal van Van Rijen staat niet op zichzelf: het leeuwendeel van de Nederlandse blazers in symfonieorkesten komt voort uit HaFaBra. „Je leert er goed spelen, en vooral goed samenspelen,” zegt Van Rijen voorafgaand aan het concert. „Je wordt er handig. Als je bent groot geworden in een harmonieorkest kijk je niet meer op van de complexe ritmiek in Stravinsky’s Sacre du printemps.”

De sleutel van het succes is volgens Van Rijen de unieke combinatie van verenigingsleven en oefening. HaFaBra is een goede leerschool én een gezellige plek, waar je samen lol hebt en na afloop met elkaar de kroeg in gaat. Dat heeft te maken met de wortels in de dorpscultuur, waar sociale klassen door elkaar bewegen en met carnaval gezamenlijk de straat opgaan. Op je kamertje toonladders oefenen is saai. De harmonie is feest.

Het is tekenend dat Van Rijen nog altijd lid is van zijn Dordtse vereniging – „Erelid zelfs, sinds een halfjaar,” zegt hij. „Waar ik dat aan verdiend heb weet ik ook niet.”

Twee trombones-concert

Desondanks staat de HaFaBra-wereld onder druk, zegt de Belgische dirigent en trombonist Ivan Meylemans (1971), vriend en oud-collega van Van Rijen uit het Concertgebouworkest. Zelfs in epicentrum Noord-Limburg hebben verenigingen moeite om nieuwe leden te werven – jongeren zijn druk met andere dingen.

Donderdagavond 20 juli leidt Meylemans een uitvoering van het Two-Bone Concerto van Johan de Meij, met Van Rijen als solist, een weerzien waarop beiden zich verheugen.

Maar Meylemans geeft komend weekend óók twee gratis concerten met het WASBE 2017 Project-orkest. Dit gezelschap is samengesteld uit lokale verenigingen die normaliter zelden optreden. Na afloop van een repetitie in Theater ZIMIHC betoogt Meylemans hoe belangrijk zo’n initiatief is, juist omdat het amateurs uit de regio bij het festival betrekt en een bijzondere ervaring biedt. Het staat bovendien niet op zichzelf, want Utrecht gaat blaasmuziek komende jaren structureel ondersteunen.

Paradoxaal genoeg ziet Meylemans aan de HaFaBra-top juist een kwalitatieve sprong: „In een harmonie spelen was altijd traditie, je ouders zaten erbij, dus jij ook. Die dorpsbinding verdwijnt. Kleine verenigingen gaan ten onder. Het gevolg is dat lidmaatschap een bewuste keuze wordt.” Orkesten als Harmonieorkest St. Michaël Thorn, waarvan Meylemans chef is, trekken leden uit de verre omtrek.

Bovendien is de opleiding tegenwoordig beter. Meylemans – actief in beide werelden – durft de stelling aan dat het niveau van symfonie- en blaasorkesten elkaar amper nog ontloopt. Veel jonge componisten schrijven voor HaFaBra en er wordt heel fantasievol geprogrammeerd. Tegelijkertijd beseft hij dat een blaasorkest een zaal als Vredenburg vooralsnog nooit vol krijgt. „De vooroordelen bestaan nog steeds,” verzucht hij. „Het hoempapa-imago. Maar dat is echt achterhaald.”

Correctie: Een bijzin waarin stond dat Steve Bryant ook ex-breakdancer was, is aangepast. Hij is nooit breakdancer geweest, hij heeft alleen in zijn jeugd, gedwongen door zijn moeder, breakdance-les genomen. Dat schrijft hij in zijn biografie online.