Column

Hygiënisch

Het broodje onderweg wordt steeds vaker gesmeerd terwijl je erbij staat. Je kunt de smeerders dan van dichtbij op de vingers kijken, vaak denk ik: smeer nou eens door. De meeste smeerders dragen tijdens het werk plastic of latex handschoenen, alleen bij Bakker Bart hoeft dat niet. Het is geruststellend bedoeld, denk ik. Het compenseert het uiterlijk van de smeerder, door die handschoenen denk je dat jouw broodje in veilige handen is.

Ik vond die handschoenen soms ook wel een prettig idee.

Een paar dagen geleden, ik stond weer eens in een rij te wachten tot ze een broodje met brie voor me hadden gefabriceerd, haalde een man van een jaar of vijftig op wie ook wel wat aan te merken viel, dat hele idee keihard onderuit. Hij confronteerde een broodsmeerster ermee dat ze muntgeld had aangenomen met haar handschoenen nog aan.

„Sorry?!”, zei de smeerster, die van de generatie was die kritiek zeer persoonlijk neemt.

„Niet hygiënisch”, zei de man die eraan toevoegde dat het op een biljet of muntstuk barst van de bacteriën en dat je met die handschoenen ook niet op je hoofd moet krabben, wat hij haar ook had zien doen.

„Tenzij dat is afgedekt met een haarnetje.”

De man had natuurlijk gelijk.

Geld is vies, net als borrelnootjes op een feestje waaraan gemiddeld van twintig personen urinesporen zitten.

Wat me fascineerde was zijn onhandigheid, de overdreven manier van praten, het ergens een punt van maken terwijl er nog twintig wachtenden achter je staan.

De smeerster, die inmiddels ook al een paar keer had gezegd dat ze ‘niet vies’ was: „Moet ik de chef erbij halen?”

Hij: „Ja, graag!”

Iemand uit de rij: „Nee!”

De chef kwam, een jongen in een bedrijfsuniform die zich vooral druk maakte over het ‘vastlopen van de keten’. Hij vond die handschoenen ‘een hygiënisch gebaar’, maar die man bleef maar zeggen dat het op deze manier net zo goed zonder kon. Het eindigde ermee dat hij zonder broodje naar buiten liep, nagestaard door boze mensen met haast en boze smeerders met handschoenen aan.

De man liep naar een zilvergrijze middenklasser.

Ik was er net op tijd om hem te vragen naar het waarom van al deze commotie.

„Het zat me al langer dwars”, zei hij. „Als consument slik ik niks.”

Dat deed hij op zijn werk al genoeg.

Hij nam de stress niet mee naar huis, maar liet die onderweg achter bij het benzinestation.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.