Demasqué van een straatvechter

Voetbal

Ángel María Villar, bijna dertig jaar voorzitter van de Spaanse voetbalbond, wordt verdacht van fraude. Zijn blazoen was door de jaren heen al beetje bij beetje meer besmet geraakt.

Ángel María Villar wordt door de politie meegenomen.Foto Pierre-Philippe Marcou

Als profvoetballer maakte Ángel María Villar Llona naam met de klap die hij op 24 maart 1974 uitdeelde aan Johan Cruijff. Het kwam de middenvelder van Athletic Bilbao op een rode kaart te staan, waarna een schorsing en boetes volgden. Nu, 43 jaar later, lijkt de langdurige bestuurlijke carrière van Villar gebrandmerkt door list en bedrog. ‘Rode kaart’, zo luidde de kop op de cover van de Spaanse sportkrant Marca op de dag na diens arrestatie.

Villar (67) werd op dinsdagmorgen samen met zijn zoon Gorka in zijn woonplaats even voorbij Madrid als crimineel opgepakt. Nadat de topman van het Spaanse voetbal een jaar was gevolgd, besloot de politie in actie te komen. De voorzitter van de Spaanse voetbalbond wordt door onderzoeksrechter Santiago Pedraz er onder meer van verdacht fraude te hebben gepleegd met inkomsten van wedstrijden van het nationale elftal. Ook vice-voorzitter Juan Padrón is gearresteerd.

De in Bilbao geboren Bask was een echte clubspeler. Villar speelde meer dan 350 keer in het rood-witte shirt van Athletic, totdat er in 1981 een einde kwam aan zijn loopbaan in de havenstad. Als bestuurder toonde hij aan eveneens zeer trouw te zijn aan één en dezelfde werkgever. Villar werd in 1988 aangewezen als voorzitter van de Spaanse bond. Afgelopen mei ging hij zijn achtste termijn in als presidente van de Real Federacíon Española de Fútbol (RFEF).

Geen vernieuwingsdrang

Villar was als bestuurder ook een ware straatvechter, die zich door niets en niemand liet stoppen. Na zijn aantreden bij de bond bouwde hij zijn machtspositie steeds een beetje verder uit. Vanaf 1992 bezette hij een zetel in het bestuur van de UEFA en in 1998 kwam daar de FIFA bij. Zo werd Villar na Juan Antonio Samaranch, de voormalige voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), de bekendste sportbestuurder uit Spanje. Villar bleek wel iemand van de oude stempel en maakte geen naam met een grootse vernieuwingsdrang.

Het blazoen van Villar raakte in de loop van de tijd steeds een meer besmet. Zijn naam kwam in verschillende onderzoeken ter sprake, waardoor zijn reputatie werd aangetast, maar tot een val bij één van de voetbalfederaties kwam het nooit. De Spaanse krant El Mundo noemt Villar een bestuurder die er bij het opsteken van een storm in slaagde „in het oog van de orkaan te blijven”.

Dios mío, tiene cojones

Tijdens de zogenoemde FIFA-gate vielen in 2015 een groot aantal bestuurders van de wereldvoetbalfederatie van hun voetstuk. Terwijl voorzitters als Sepp Blatter (FIFA) en Michel Platini (UEFA) en aantal anderen het veld moesten ruimen, mocht Villar op zijn posten blijven. De ethische commissie van de FIFA legde hem een boete van 23.000 euro op, omdat hij geweigerd had mee te werken aan een onderzoek naar de toewijzing van de WK’s in Rusland (2018) en Qatar (2022). Daarnaast zou Villar de Amerikaanse onderzoeker Michael García beledigd hebben met de woorden: ‘Dios mío, tiene cojones’, oftewel: „mijn god, hij heeft ballen.” De straf betekende slechts een kleine morele tik voor Villar.

Sterker nog; Villar dacht zijn macht zelfs nog verder uit te kunnen breiden. Nadat hij door de schorsing van Platini even interim-voorzitter van de UEFA was geworden maakte Villar bekend zich kandidaat te willen stellen als definitieve opvolger van de voormalige Franse stervoetballer. Een verkiezing waarbij hij onder anderen de Nederlander Michael van Praag als tegenstander had. Al snel bleek dat Villar zijn eigen populariteit buiten Spanje schromelijk had overschat. Bij gebrek aan steun trok hij zich voor de stemming terug. De Sloveen Aleksander Ceferin moet de UEFA van nieuw elan voorzien. En de Spaanse bond moet na bijna dertig jaar Villar nu waarschijnlijk toch nog sneller dan gedacht een opvolger zoeken.