Cultuur

Interview

Interview

Cornelis Drijfhout kiest er voor om elke zomer drie weken in het donker te zitten. Als zijn vrouw en kinderen op vakantie gaan, plakt hij alle ramen van zijn huis af met zwart landbouwplastic. Hij komt in die periode niet buiten en leeft zijn eigen ritme, zonder te worden gehinderd door de klok of dag en nacht.

Foto Kees van de Veen

‘Licht is net als water, het komt overal doorheen’

Vakantietijd

Hij blindeert alle ramen, vult de provisiekasten en zwaait zijn gezin uit. Cornelis Drijfhout brengt zijn zomervakantie in het donker door.

‘Mensen zeggen altijd: de wereld is mooi. Ik vind dat niet. De kleuren in de natuur passen helemaal niet bij elkaar! Die grauwe takken, de bladeren die maar wat hangen.” In augustus zal het Cornelis Drijfhout weer extra opvallen.

Of dit: „Auto’s rijden door elkaar. Rood, groen, blauw, geel. Een stuk lawaai, ze toeteren, mensen zitten te telefoneren, ze schreeuwen. Er wordt gescholden, beledigd, geroddeld.” Met stemverheffing: „En wat je allemaal móét. Die reclames met ‘bel gauw’ of ‘wij zijn uw bank’ – dan denk ik: dat ís helemaal niet zo, ik bén helemaal niet bij jullie.”

Cornelis Drijfhout, een zestiger die zijn precieze leeftijd een nietszeggend getal vindt, heeft de wereld tijdelijk uitgezet. Zaterdag 15 juli heeft hij zich voor drie weken opgesloten in een donker huis. Die dag zwaaide hij ’s ochtends voor dag en dauw zijn familie uit. Zijn vrouw en kinderen vieren vakantie in Oostenrijk, Italië en Kroatië.

Mensen zeggen altijd: de wereld is mooi. Ik vind dat niet.

Theater à la Koot en Bie

Cornelis Drijfhout houdt niet van vakantie. Hij blijft thuis. In de eenvoudige boerderij aan een kanaal in het Groningse Oldekerk heeft hij alle ramen geblindeerd en elke kier afgedicht. Hij zet geen stap meer buiten. Hij heeft de klokken stilgezet en op alle apparaten met een tijdsaanduiding schilderstape geplakt . Hoe laat het is, of het dag is of nacht, en welke datum – hij wil het niet weten. Dit is zíjn zomerbreak.

Het is het paradijs, zegt hij kort voor zijn retraite. Weldadig, die totale leegte waarin niets lijkt te tellen of zwaar te wegen. Een tijdloos universum voor hem alleen.

Hij doet het al meer dan twintig jaar. De eerste jaren waren de kinderen klein en gingen zij met hun moeder hooguit vijf dagen naar een vakantiehuisje. Inmiddels is iedereen wel drie weken weg. En dan nog een weekje op wintersport in februari. Zo heeft hij elk jaar vier weken om zich terug te trekken in zijn zorgvuldig gesponnen cocon.

Voordat hij de laatste buitendeur vergrendelt en er een dik gordijn voor schuift zet hij bij wijze van ritueel met een krijtje de datum en de tijd op de gevel. Hij loopt nog één laatste afscheidsrondje om het huis en gaat dan snel naar binnen. Als een kind zo blij is hij dan, zegt de geboren Groninger. Is hij moe, dan gaat hij slapen. Soms zet hij een klok op 12 uur om te kunnen zien hoe lang hij op is. 24 uur achter elkaar wakker is geen uitzondering, zo fit voelt hij zich.

Licht is net water, het komt overal doorheen.

Is hij op, dan kijkt hij dvd’s met sprookjes en kluchten. Hij leest, en hij neemt een eigen show op. Cornelis Drijfhout maakt theater à la Koot en Bie, met zelfbedachte typetjes als K. Bouter of professor dr. Broekenhouwer. Alle rollen speelt hij zelf, compleet met schmink, kostuums en – op de speelvloer mag er licht zijn – toneellampen. Elke zomer resulteert in een dvd die hij graag vertoont aan wie wil. Maar het grote publiek opzoeken, dat past niet bij hem.

Ergens halverwege de jaren negentig – het exacte jaar weet hij niet meer – ontdekte hij de weldaad van wegkruipen in de duisternis. Op het dak van de boerderij waren werklieden bezig. Met kleden voor de klapramen voorkwam hij dat de bouwvakkers naar binnen konden gluren.

Feestbril met lichtjes

Inmiddels heeft hij voor ieder venster een verduisteringspakketje. Eerst gordijnstof met een gezellig printje aan de buitenkant, het huis moet wel bewoond ogen. Dan landbouwplastic en nog een stuk gordijn, om zelf binnen tegenaan te kijken. Bakstenen en planken houden de blinden op hun plaats. De operatie staat minutieus beschreven in een draaiboek. Ook onder de deuren door mag geen licht schijnen. Alleen in het vertrek waar hij de meeste tijd doorbrengt mag een schemerlamp aan, om te voorkomen dat hij overal tegen opbotst. Koken doet hij met een feestbril met lichtjes van Action op zijn neus. Hij sloeg er twaalf in.

Het is zo stil, zo rustig, zo vredig. Alles is goed, niks hoeft.

Weken geleden nam hij de eerste vertrekken al onder handen. „Het is een drukte hoor, om het allemaal goed te krijgen. Licht is net water, het komt overal doorheen.” Op de brievenbus plakt hij het verzoek er geen huis-aan-huisbladen in te stoppen, anders moet hij naar buiten om de bus te legen. Hij heeft de krant opgezegd, gaat offline en is kortgeleden nog naar de tandarts geweest om de kans dat kiespijn roet in het eten gooit zo klein mogelijk te maken. Hij heeft voor drie weken eten in huis en een noodpakket met extra water, batterijen en zekeringen.

Tot de tweede week van augustus doet hij voor niemand open. „Mensen zeggen: ja, maar als ík op de stoep sta toch wel? Dan zeg ik: je bent een beste meid, of een leuke kerel, maar nee, ook voor jou niet.”

Zijn vrouw en kinderen bellen soms, op een oude mobiel waarvan verder niemand het nummer kent. Om te laten weten dat hij nog leeft, drukt hij ze meestal alleen weg. „Als ik opneem zou ik kunnen horen welk moment van de dag het ongeveer is. Dat wil ik niet.” Zijn gezin gunt hem zijn afzondering. Zelfs toen zijn schoonmoeder in de zomer van 2015 op sterven lag, lieten ze hem met rust. „Als zij in die drie weken was overleden, was ik uit het donker gekomen, natuurlijk. Maar ik heb wel gedacht: Als ze onverhoopt doodgaat, dan liever na de vakantie.”

Expeditie darkness

Dat in juli 2014 de MH17 neerkwam, hij hoorde het pas veel later. Hetzelfde geldt voor „die schieterij op dat eiland”, zoals hij de slachting in 2011 op het Noorse Utøya, door Anders Breivik, noemt. „Is het erg dat ik dat niet meekreeg?”

Foto Kees van de Veen

Een paar keer vraagt hij of de verslaggever en de fotograaf hem een malloot vinden. Hij zou het jammer vinden als dat zo was. Want hoewel hij naar eigen zeggen niet zo geschikt is voor de maatschappij, gek is hij niet. Hij is huisman. Helen, met wie hij in oktober 28 jaar getrouwd is, is IT’er en kostwinner. Hij drumt en zingt in een band, jureert bij zwemwedstrijden. Als hij onder de mensen is, praat hij honderduit. Tegelijkertijd, zegt hij, „ben ik graag alleen.”

Een mens is niet geboren voor de duisternis. Hij weet het. En zo begin augustus zijn de voedselvoorraden ook wel op. Maar als het zou kunnen zou hij veel langer doorgaan met zijn expeditie darkness. Voor hem is het de mooiste tijd van het jaar. „Het is zo stil, zo rustig, zo vredig. Alles is goed, niks hoeft.” Als hij de buitenwereld straks weer tegemoet treedt, draagt hij de eerste tijd een zonnebril. En huize Drijfhout wordt in gepast tempo weer teruggebracht in de oorspronkelijke de staat. „In mijn eigen kamer laat ik de verduistering soms wel tot oktober hangen.”