De Amsterdam Fashion Week blijft een kweekvijver voor talent

Genoeg verrassingen en uitglijders tijdens deze mogelijk laatste editie. De Amsterdamse modeshow blijft de plek waar jong, onafhankelijk talent kan doorbreken.

Maison the Faux stal de show met een spectaculaire zonnebankshow. Foto Peter Stigter

Twaalf professionele zonnebanken, die steeds in een ander kleur oplichtten. Een speciaal voor de gelegenheid gecomponeerd housenummer. Mannelijke modellen die net zo hard op de hooggehakte slippertjes en lieslaarzen doorstapten als de vrouwelijke. Een sterke collectie van vrolijke, uitgesproken kledingstukken in contrasterende banen stof. En als klap op de vuurpijl de twee ontwerpers die, gekleed in badjes, onder een zonnebank gingen liggen.

Maison the Faux, het merk van Tessa de Boer en Joris Suk, is in een paar jaar uitgegroeid tot een van de grote Nederlandse modebeloftes. En niet vanwege hun mode; het duo is bijvoorbeeld ook verantwoordelijk voor de frisse inrichting van Uit de mode, de nieuwe modetentoonstelling in het Centraal Museum in Utrecht.

Normaal showt Maison the Faux in New York, maar op verzoek van Iris Ruisch, de creatief directeur van Amsterdam Fashion Week, kwamen ze eenmalig terug naar Amsterdam. De collectie die ze lieten zien zal worden uitgebreid voor de show die ze in september in New York geven.

Hun spectaculaire zonnebankshow was zondagavond een gedenkwaardige afsluiter van de Amsterdam Fashion Week. Het is niet ondenkbaar dat ’ie niet alleen de afsluiting zal zijn van deze editie: hoofdsponsor Mercedes-Benz heeft zich teruggetrokken. Bovendien valt de modeweek onder mediabedrijf TMG, dat net is verkocht aan het Belgische Mediahuis.

Het zou zonde zijn als er na dertien jaar een einde zou komen aan de modeweek. Sinds ervoor gekozen is om de nadruk te leggen op jong en onafhankelijk talent, heeft hij zijn bestaansrecht bewezen: het is een uitstekend platform voor ontwerpers om te experimenteren en te oefenen, voor de bijna onvermijdelijke stap naar het buitenland wordt gemaakt. Professionals en liefhebbers – de Amsterdamse modeweek is een openbaar evenement – zien er mode die je elders niet zo snel tegenkomt.

Modeshow van jong talent gaan uiteraard gepaard met de nodige uitglijders. Dit keer bijvoorbeeld bij het duo Trinhbecx, dat zich na twee aanstekelijke, kleine shows vertilde aan een grotere collectie die duidelijk serieus wilde zijn, maar daarvoor het raffinement miste. Of bij Schepers Bosman, eveneens een duo. Hun geassembleerde mannenoutfits van geruite katoen in vaak zachte kleuren was op zich mooi, en bovendien goed uitgevoerd, maar de snit was soms net niet modern genoeg. Ook de modellenkeuze – veel gespierde jongens, bij wie de broeken te strak om het bovenbeen zaten – was niet helemaal gelukkig.

Ontwerpers stelden de vraag: moet je als mode-ontwerper nog wel kleding maken, in een tijd dat er al zo ontzettend veel is?

Ook bij ervaren ontwerpers ging het ditmaal niet altijd helemaal goed. Bas Kosters gaf donderdagavond zoals hij zelf aankondigde zijn „grootste show ooit”. En inderdaad, nog nooit gebeurde er zoveel op zijn podium, waar een fictief dorpsfeest plaatsvond. Er waren straatvegers en zonnebloemverkopers, een zangeres, een komisch duo, wandkleden, een open ‘Bas-auto’ met feestelijke lichtjes, animaties met wortels en wolken, echte wortels, Kosters zelf die op een enorme berg aardappels zat te schillen, een compleet fanfare-orkest, wandkleden, sommige op een rijdend karretje. En oh ja, ook nog mode. Die was, uiteraard, verre van doorsnee: een kledingstuk in de vorm van een rode octopus, een uit honderden vrolijk gekleurde blaadjes opgebouwde jurk, heel veel uitbundig patchwork, bonte maskers. Maar tussen de carnavaleske drukte door was het moeilijk er genoeg aandacht voor op te brengen. Hoe vermakelijk de show op het moment ook was, er bleef weinig hangen.

Daartegenover stonden genoeg verrassingen, zoals een voor de Gemeente Amsterdam georganiseerde show, waarvoor ontwerpers nieuwe stukken hadden gemaakt uit kleding die overbleef na de vrijmarkt op Koningsdag: Amsterdam maakt er wat van. De patchwork leren jassen van Marije Seijn hoorden tot de beste kledingstukken van de week. Of de shows van de net aan de masteropleiding van ArtEZ afgestudeerde Lotte van Dijk en Klaudia Stavreva, die allebei met een kleine collectie een overtuigende show wisten neer te zetten. Goede vondst van die laatste was om haar hele groep modellen steeds naar voren te laten komen, waaruit dan een van hen naar voren kwam. Haar Macedonische vader, wiens Boss-pakken uit de jaren negentig een inspiratiebron voor de collectie waren, opende de show in precies zo’n pak.

De collectie van Atelier van Lotte van Dijk. Foto Peter Stigter

De casting was sowieso goed bij veel shows: prettig divers, en niet alleen wat betreft huidskleur. Maison the Faux was lang niet het enige merk dat mannen op een vanzelfsprekende manier op hakken of in een (trouw)jurk liet lopen. De bekende ‘gendervrije’ tweeling Anne en Lisa Bosveld liep mee in de show van Sunanda Koning, aan het einde slechts gekleed in een degelijke witte onderbroek. Niet vaak zie je modellen met zo’n sterke uitstraling - de redding van de show, want de collectie was nogal mager.

MAISON THE FAUX CATWALK AMSTERDAM FASHIONWEEK SS18
DAS LEBEN AM HAVERKAMP CATWALK AMSTERDAM FASHIONWEEK SS18
V.l.n.r: Anne Bosveld op de catwalk bij Sunanda Koning, Maison The Faux en Das Leben am Haverkamp .
Foto’s Peter Stigter

Witte (heren)onderbroeken waren ook de enige kledingstukken in de show van Das Leben am Haverkamp , een collectief van vier jonge mode-ontwerpers. Hun uit vier delen bestaande groepsshow was vorig seizoen een van de hits van de modeweek. Dit keer openden ze de modeweek met een gezamenlijke presentatie. Modellen van alle soorten, maten en leeftijden liepen, in een strakke choreografie, met voor zich een soort kunststof schilden in de vorm van kledingstukken: een piepklein badpak, een donsjack, een pak, lingerie, een boerka, een geruit pak. Als het licht erop viel zag je dat ze bijna allemaal doorzichtig waren.

De presentatie kwam voort uit een vraag die de ontwerpers zichzelf hadden gesteld: moet je als mode-ontwerper nog wel kleding maken, in een tijd dat er al zo ontzettend veel is? Je zou hem ook breder kunnen trekken: gaat mode überhaupt eigenlijk nog wel over kleren van textiel? Mode wordt tegenwoordig tenslotte vooral beleefd via de smartphone – tegenover het obsessieve volgen van bloggers staat een ongekend uniform en casual straatbeeld. In de tweedimensionale kunststof kleding zou je daar een verwijzing kleding op schermen kunnen zien. Niet alleen daardoor was de show sterk. Ondanks de witte onderbroeken en sokken in plastic teenslippers (!) behielden alle modellen, hoe oud of mollig ze ook waren, hun waardigheid, wat weer eens aantoonde dat niet alleen jong en slank een plek verdient op de catwalk.