Recensie

Zelden zag een oorlog er zo aangeharkt uit als in Dunkirk

Oorlogsfilm

In Christopher Nolans ‘Dunkirk’ blijft de geromantiseerde herinnering aan de evacuatie van 300.000 Engelse en Franse manschappen in stand. En dat op een precair moment.

Harry Styles (links) speelt Alex in ‘Dunkirk’.

Regisseur Christopher Nolan buigt zich in zijn oorlogsfilm Dunkirk over een van de meest gemythologiseerde gebeurtenissen in de Britse geschiedenis: de evacuatie te elfder ure van ruim 300.000 Engelse en Franse manschappen vanaf de stranden van Duinkerken in mei en juni 1940. De soldaten werden achtervolgd door een Duitse overmacht die de militairen bestookte vanuit de lucht, vanaf zee en door een snel oprukkende landmacht.

De verwachting was dat hoogstens 50.000 soldaten gered zouden kunnen worden. Dat er zoveel meer soldaten uit handen van de Duitsers wisten te blijven, was voor de kersverse Britse premier Winston Churchill een uitgelezen kans om het moreel op te vijzelen middels een sterk staaltje ‘framing’. De terugtocht en evacuatie omschreef hij weliswaar als „een kolossale militaire ramp” maar ook als „de verlossing van Duinkerken”.

Christopher Nolans nieuwe oorlogsepos Dunkirk brengt de gebeurtenissen nu terug in de bioscoop. Hij vertelt het verhaal van een groep jonge soldaten die vanuit hun benarde positie terug naar Engeland moeten zien te komen, van gevechtspiloot Farrier (Tom Hardy) die gedurende de gehele film één gevechtsmissie uitvoert, en van burgerman mr. Dawson (Mark Rylance) die met zijn eigen bootje de gestrande soldaten te hulp komt.

Geromantiseerde herinnering

Veel vlees op de botten krijgen de personages niet, geen van hen krijgt veel achtergrond mee. De verhaallijnen zijn soms hinderlijk door elkaar gesneden waardoor een beetje gemakzuchtige cliffhangers ontstaan. De beelden van de Nederlandse cameraman Hoyte van Hoytema zijn knap en fraai, maar ook wel erg sereen en ‘bedacht’. Zelden zag een oorlog er zo aangeharkt uit als hier.

Dunkirk is een curieus geval: de film is net te afstandelijk en kunstmatig voor een meeslepend oorlogsdrama, maar voor een fijnzinnige auteursfilm bevat Dunkirk dan weer te weinig treffende ideeën en observaties. Van veel verhaal of plot is geen sprake, maar als ervaringscinema valt er aan Dunkirk ook niet zo gek veel te beleven.

Dunkirk komt uit op een precair moment voor de Britten. In het wereldbeeld van ‘Brexiteers’ zoals Boris Johnson, die een bestseller schreef over zijn politieke idool Churchill, speelt de – hevig geromantiseerde – herinnering aan de Tweede Wereldoorlog een fundamentele rol. Het Verenigd Koninkrijk vocht in 1940 na ‘Duinkerken’ en de val van Frankrijk als enige grote mogendheid door tegen nazi-Duitsland.

Tijdens hun ‘finest hour’ bewezen de Britten dat ze de wereld ook alleen aankunnen. BBC-journalist Jeremy Paxman omschreef het in zijn boek The English zo:

„Duinkerken liet de Britten opnieuw zien wat ze al eeuwen wisten; dat er niets dan ellende te verwachten viel van het Europese vasteland en dat ware veiligheid alleen te vinden was achter de duizenden kilometers van de onregelmatige kustlijn van hun eigen eiland.”

De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog is voor veel Europese landen eerder een bron van schaamte en verdriet dan van trots – zeker nadat de Holocaust een steeds centralere plaats had gekregen in het herdenken. Maar in het Verenigd Koninkrijk ligt dat heel anders. Dat voedt tot op de dag van vandaag de emoties rond Brexit, vooral aan conservatieve zijde.

Maar er bestaat ook een progressieve variant op het geromantiseerde beeld van de geschiedenis. De linkse Britse filmmaker Ken Loach trok twee jaar geleden volle bioscoopzalen met zijn documentaire The Spirit of 45: een nostalgische lofzang op de saamhorigheid en solidariteit van de oorlogsjaren, waarin de basis is gelegd van de Britse verzorgingsstaat.

De jonge Britse historicus Daniel Todman, die met Britain’s War. Into Battle 1937-1941 een voortreffelijke nieuwe geschiedenis schreef over de periode, waarschuwde onlangs in The Guardian dat de ‘emotionele aantrekkingskracht’ van een mythisch, geromantiseerd beeld van de Tweede Wereloorlog de Britse geesten rond Brexit vertroebelt.

Daarbij gaat het niet zozeer om de herinneringen aan de oorlog zelf, maar om de ‘gemediatiseerde’ versies daarvan, die in films en televisieprogramma’s steeds verder zijn gesimplificeerd en meer en meer fictieve trekken hebben gekregen.

Todman herinnert er nog maar eens aan dat het Verenigd Koninkrijk geen stand hield tegenover Hitlers oorlogsmachine vanwege zijn vermeende, uitmuntende nationale karakter, maar omdat de Britten konden beschikken over de middelen van een groot en machtig wereldrijk dat inmiddels niet meer bestaat.

Hoe navigeert Christopher Nolan door dit ideologische mijnenveld? Vooral door steeds de nodige afstand in acht te blijven nemen. Zijn blik op de gebeurtenissen is in Dunkirk – zoals zo vaak in zijn films – tamelijk klinisch en gedistantieerd. Hij ontdoet het verhaal in zijn film voor een belangrijk deel van de historische context. Hij richt zich uitsluitend op de taferelen op het strijdtoneel zelf en laat de politiek buiten beschouwing. Churchill en het War Cabinet blijven buiten beeld. Maar in grote lijnen laat Nolan de mythe van Duinkerken ongemoeid.

Onweerstaanbare symboliek

Daarin verschilt de nieuwe film niet zo heel veel van Dunkirk uit 1958, de speelfilm die regisseur Leslie Norman maakte voor de legendarische Ealing Studios. De fameuze ‘kleine bootjes’ die de Britse marine had gevorderd van burgers om de troepen uit Duinkerken weg te halen, kregen ook in die film al een prominente rol. Die vaartuigen werden slechts bij hoge uitzondering door Britse burgers zelf bestuurd – in veruit de meeste gevallen nam de marine die taak op zich. Maar in de beeldvorming van destijds – en in de films die volgden – kregen de burgers te water die de soldaten te hulp komen een prominente rol. De symboliek is onweerstaanbaar: burger en soldaat die gezamenlijk optrekken, verenigd in de strijd tegen het kwaad.

De BBC koos in 2004 voor een aanzienlijk realistischer aanpak in de driedelige miniserie Dunkirk. De makers daarvan benadrukten – veel sterker dan Nolan nu aandurft – ook de wanhoop en de angst van de Britse soldaten in hun hopeloze situatie. Dat doet niet per se af aan de heroïek. Integendeel: hoe realistischer het beeld van oorlog, hoe sterker de moed en de vasthoudendheid van de militairen daartegen afsteekt.

Trailer van de BBC-miniserie.

Nolan durfde in ieder geval één personage op te voeren dat niet tegen de angst bestand blijkt en lijdt aan shellshock. Daar staan dan de te verwachten grote, emotionele momenten tegenover, als het vaderland dichterbij komt. De film blijft zo ongemakkelijk zweven tussen een ietwat sentimentele publieksfilm – al is het publiciteitsmateriaal nog een stuk ronkender dan de film zelf – een tamelijk realistisch oorlogsdrama en hyper-zelfbewuste mooifilmerij.