Column

‘The Anarchist Cookbook’ verban je niet uit je geheugen

Peter de Bruijn

Charlie Siskel sprak voor de documentaire ‘American Anarchist’ een week lang met William Powell, schrijver van het beruchte ‘The Anarchist Cookbook’, dat een handleiding voor terroristen is geworden. Powell worstelt in de film zichtbaar met zijn verleden.

Soms kan het raar lopen met een film. De documentaire American Anarchist kreeg na de première op het filmfestival van Venetië vorig jaar hier en daar lauwe recensies en zowel het documentairefestival IDFA als het Rotterdams filmfestival liet de film aan zich voorbijgaan. Volkomen ten onrechte, want de film van Charlie Siskel, een voormalig protegé van Michael Moore die eerder het fraaie kunstenaarsportret Finding Vivian Mayer maakte, legt een belangrijke geschiedenis bloot, die ook nog eens zeer relevant is voor de huidige, donkere tijd. Gelukkig krijgt de film nu een nieuwe kans op Netflix, dat als het om documentaires gaat kan bogen op een uitstekende staat van dienst.

Siskel sprak een week lang met William Powell, die als woedende en opstandige jongen van 19 in 1971 het beruchte The Anarchist Cookbook publiceerde: een praktische handleiding voor het maken van bommen en het plegen van aanslagen, gekruid met radicale retoriek: „Vrijheid is gebaseerd op respect, en respect moet verdiend worden met het verspillen van bloed.”

Sindsdien duikt dat onbekookte, revolutionaire geschrift voortdurend op: niet alleen bij komische filmpjes op YouTube, van jongens die een van de explosieve ‘recepten’ hebben uitgeprobeerd in hun achtertuin, maar ook bij afgrijselijke slachtpartijen, zoals de aanslag van Timothy McVeigh in Oklahoma in 1995, waarbij 168 mensen omkwamen.

„Ik heb nog nooit van mijn leven een bom gemaakt”, roept Powell lichtelijk wanhopig uit tegenover Siskel. De informatie in zijn kookboek had hij bij elkaar gesprokkeld in de bibliotheek, niet opgedaan in de praktijk. Zoals dat wel meer gaat bij geradicaliseerde jongeren: Powell kalmeerde toen hij zijn vrouw Ochan had ontmoet, die een mooie bijrol heeft in de film. Hij bekeerde zich tot het anglicaanse geloof, ging terug naar de universiteit en ontwikkelde zich tot een specialist in onderwijs aan kinderen met gedragsproblemen. Zelf had hij ook een moeizame, getroebleerde jeugd. De ironie dat uitgerekend hij werkte met jongeren die niet kunnen aarden, ontging ook Powell – die vorig jaar onverwacht overleed aan een hartstilstand – niet.

In zijn jeugd was hij een typische lone wolf, die radicaliseerde door de Amerikaanse oorlog in Vietnam. Hij uitte zijn woede en maatschappelijke vervreemding niet door zelf naar de wapens te grijpen, maar door – in een volstrekt isolement – zijn handleiding te fabriceren voor geweld. De parallellen met allerlei hedendaagse vormen van radicalisering worden door Siskel niet expliciet gemaakt, maar zijn evident.

Berouw

Een film lang zien we Powell worstelen met zijn verleden. Lang heeft hij geprobeerd om het boek te verbannen uit zijn geheugen. Hij had ook geen exemplaar van The Anarchist Cookbook meer in zijn bezit. Tegelijkertijd beseft hij dat hem dat nooit helemaal zal lukken, en hij betuigt ook berouw. Maar dat is volgens hem dan weer iets anders dan spijt. Hij had er decennia voor nodig, om publiekelijk afstand te nemen van zijn boek.

Daar kun je misschien een scherp moreel oordeel over hebben, maar zijn worsteling en halfslachtigheid zijn ook zeer invoelbaar. Want als Powell écht volledig tot zich zou hebben laten doordringen wat de gevolgen zijn geweest van zijn onbesuisde schrijverij, zou hij helemaal niet meer verder hebben gekund met zijn leven. In ieder geval heeft hij nog de kans gehad om mee te werken aan deze film, die wellicht nog een nuttige rol kan spelen in programma’s voor de-radicalisering.