Recensie

Ontroerend autobiografisch relaas van aids-wees

Drama

Regisseur Carla Simón vertelt invoelbaar het verhaal van haar eigen jeugd: hoe ze als jonge dochter van een aan aids overleden moeder werd geadopteerd door haar oom en tante.

Laia Artigas als de 6-jarige Frida in Summer 1993.

Een dorpsbewoonster die haar dochter wegtrekt als de geschaafde knie van het meisje bloedt, het is een van de weinige verwijzingen naar wat er is gebeurd met de moeder van de 6-jarige Frida. Kijkers komen er in Summer 1993 langzaam achter dat haar moeder stierf aan aids in Spanje tijdens de jaren negentig. Na de dictatuur van Franco volgde een wilde periode met meer vrijheid, én meer drugs en hiv-besmettingen. Maar echt over het probleem praten doet niemand, en al zeker niet met haar.

Carla Simón besliste om het verhaal van haar eigen jeugd te vertellen door de kijker onder te dompelen in de zomer waarin ze als jong meisje werd geadopteerd door haar oom en tante en verhuisde naar hun idyllische plattelandswoning. Ze doet dat zonder veel melodrama. Haar film is geen verhaal dat opbouwt naar een climax, maar een aaneenschakeling van zomerse kinderspelletjes tussen Frida en haar nichtje en bezoekjes aan de boerderij van de buurman. Simón weet via de intieme familiemomenten die af en toe worden verstoord door onaangepast gedrag van Frida, duidelijk te maken dat er geen simpele of juiste manieren zijn om dit soort situaties aan te pakken.

Summer 1993 maakt invoelbaar hoe complex, maar vooral hoe cruciaal het is om kinderen ‘met bagage’ een stabiel huis te bieden.