Klassenfotostrijd (1)

‘Moslimkind’ impliceert geen recht op zelfbeschikking

In vrijwel alle berichten in de Haagse klassenfotozaak worden de twee leerlingen ‘islamitische kinderen’ of ‘moslimscholieren’ genoemd. Dit labelen van kinderen op basis van de religie van hun ouders is onwenselijk.

Kinderen zijn geen kopie van hun ouders en hebben het recht op zelfbeschikking. Door ze expliciet in dezelfde ideologische hoek te plaatsen wordt die keuzevrijheid ontkend. Daarnaast kan niet verwacht worden dat basisschoolleerlingen voldoende ontwikkeld zijn om hun ouders’ ideologie te begrijpen. Wat betekent ‘een christelijk kind’ als zij of hij onvoldoende in staat is om de Bijbel te doorgronden? Bovendien accepteren we zulke labels ook niet bij andere ideologieën. Niemand spreekt van liberale, fascistische of seculier-humanistische kinderen, enkel omdat hun ouders dit gedachtengoed aanhangen. Terecht plaatsten veel kranten in de nasleep van de Turkse coup ‘Gülen-kinderen’ tussen aanhalingstekens. Bij een religieuze achtergrond worden deze aanhalingstekens echter nooit gebruikt. Taal verandert door de tijd ten behoeve van morele vooruitgang: zo werd ‘allochtoon’ een ‘persoon met een migratieachtergrond’. In een maatschappij waar vrijheid van het individu het hoogste goed is spreekt men niet van ‘moslimkinderen’ maar van ‘kinderen van islamitische ouders’.