Column

Chocola

Vorige week had ik voor het eerst in tijden weer eens met W. afgesproken. Ik kon toen ze in zicht kwam mijn ‘Hoe is het?’ net op tijd inslikken. Haar polsen, dunner dan twijgen, waren al antwoord genoeg. Ze gaf me een knuffel en ik durfde mijn armen nauwelijks om haar heen te sluiten, zo breekbaar leek ze. Een meisje van achttien met het gewicht van een twaalfjarige.

Ik vroeg hoe het met haar gedichten ging en ze antwoordde zacht dat ze dagelijks schreef, toonde trots een boekje waarin ze haar uitgetypte verzen bewaarde. Ik probeerde welwillend te knikken maar kon de gedachte niet van me af zetten dat het haar niet om letters gaat, maar om getallen. Hoe ze elke dag nog steeds uitrekent hoeveel calorieën ze van geluk af zit. Op een zeker moment kon ik geen mooi weer meer spelen en zei dat ze weer veel te dun is. Ze knikte slechts en zei dat ze er net een intake op had zitten. Ze zei dat het allemaal wel goed komt, dit keer, en praatte verder over haar gedichten, verzweeg hoeveel verdriet er achter een kledingmaat kan zitten.

Jaren geleden, toen ik net had gehoord dat ze was opgenomen, belde ik haar. Ze vertelde hoe moeilijk ze het had. Ze was als kind dol op chocolade, en toen ze door de ziekte niet meer van zichzelf mocht eten, miste ze dat het meest. Ze voegde daaraan toe dat ze gelukkig nog weleens lucide droomde. De meeste mensen die lucide dromen, gaan doen wat ze in hun wakkere leven vaak niet kunnen of mogen: vliegen als een superheld, vreemdgaan of een sigaret op steken. W. ging chocola eten, eindelijk, zonder zich schuldig te voelen.

Terwijl we verder praatten zag ik haar af en toe kijken naar mijn broodje. Ik probeerde het zo onopvallend mogelijk weg te stoppen en moest denken aan een artikel dat ik vorige week in de Volkskrant las, over hoe we voedsel tegenwoordig als religie beschouwen. Onze wereld is geobsedeerd door eten, er zijn profeten en heilige boeken. Je zou soms vergeten dat voor anderen voeding een straf is. Voor W. is iedere maaltijd iets waar ze tegen opziet als tegen een biecht. Liever zou ze vasten totdat ze zichzelf eindelijk de onvrede over haar uiterlijk kan vergeven.

Aan het einde van de sessie gaf ze me een pakje. „Pas openmaken als ik weg ben”, zei ze, en omhelsde me. Eenmaal thuis bleken er in het pakje twee grote repen chocola te zitten. Er zat een briefje bij. „Geniet ervan!” stond er.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.