Romero zorgde dat zombies je buren konden zijn

George A. Romero 1940-2017

Van levende doden op zoek naar mensenvlees maakt Romero zijn handelsmerk. Maar hij was kritisch over zijn vele navolgers. Televisieserie “The Walking Dead” vond hij „een soap met af en toe een zombie”.

George Romero Foto Amy Sancetta/AP

„Romero started it”, tweette regisseur Jordan Peele van horrorhit Get Out afgelopen nacht. Peele kaartte eerder dit jaar met wandelende hersendoden, opengespleten schedels en veel humor kwesties aan als geweld tegen Afro-Amerikanen en witte hypocrisie. Regisseur George A. Romero, Peeles voorbeeld, is zondag op 77-jarige leeftijd overleden in Toronto. Hij stierf aan de gevolgen van longkanker, zo liet zijn manager weten.

De in New York geboren Romero legde met zijn debuut Night of the Living Dead (1968) de basis voor de zombie zoals we die nu kennen. In zijn zwart-wit lowbudgetfilm volgen we een groep mensen, opgesloten in een boerderij in Pennsylvania, die worden aangevallen door levende doden op zoek naar menselijk vlees. Hoewel Romero ze geen zombies noemde, zijn de slaapwandelende wezens het prototype voor talloze tot leven gekomen lijken die sindsdien over bioscoop- en tv-schermen schuifelen. Hij maakte van zombies naar eigen zeggen „mensen die je buren zouden kunnen zijn”. Buren die alleen te doden zijn met een schot in het hoofd.

Night of the Living Dead. Still film

Night of the living dead viel behalve de expliciete bloederigheid in 1968 om nog een reden op. Het was de eerste horrorfilm met een Afro-Amerikaanse hoofdpersoon en dat in een periode van oplopende raciale spanningen in de Verenigde Staten. Dat jaar werd Martin Luther King in Memphis doodgeschoten.

Romero vertelde in 2014 in een interview met de Amerikaanse publieke radiozender NPR dat ze tijdens het draaien niet bewust maatschappelijke problemen aansneden. Hij noemde Duane Jones, die held Ben speelt in de film, „simpelweg de beste acteur in hun vriendenkring”. Pas later werd hij zich bewust van de relevantie van een Afro-Amerikaanse hoofdpersoon. Maar het is opvallend dat Ben die alle zombie-aanvallen weet te overleven, uiteindelijk wordt gedood door mensen. Night of the living dead, gemaakt voor amper 114.000 dollar, zou uiteindelijk 30 miljoen dollar opbrengen.

Lees ook de recensie van Land of the Dead: Zelfbewuste zombies als de onderklasse

In 1979 later scoorde Romero opnieuw een hit met de Dawn of the Dead, nu een zombieklassieker. Vier overlevers van een zombie-epidemie barricaderen zich in een winkelcentrum terwijl de rest van de wereld overspoeld wordt door levende doden. Sommigen critici verlieten walgend de zaal na het zien van het eerste gepeuzel op lichaamsdelen, maar de film werd ook meteen gelauwerd als originele satire op consumentisme. Romero’s zombies zijn net de gehersenspoelde shoppers die dagelijks door winkelcentra dwalen.

Hoewel Romero in interviews liet weten dat hij erg moest lachen om zombiefilmparodieën als Shaun of the Dead (Edgar Wright, 2004), was hij kritisch over hoe zijn favoriete monster door anderen is ingezet, zoals in The Walking Dead, dat hij een soapserie vond waarin af en toe een zombie voorbij komt. Zo vertelde hij in 2014 de Montreal Gazette: „Mijn eigen films zijn altijd satirisch en hebben op de een of andere manier een politieke lading. Ik geloof echt dat dat het doel van horror is. Dat zie ik niet vaak gebeuren.”

Still ‘Martin’

Zelf regisseerde Romero na Dawn of the Dead nog een tiental films, met wisselend succes. Zowel zonder zombies zoals Bruiser (2000), als met, zoals kassucces Land of the Dead (2005). Maar zijn favoriet was de geflopte vampierfilm Martin (1978) omdat hij er meer van zichzelf in kon leggen.

In 2014 en 2015 werkte George A. Romero voor Marvel ook aan een stripboekreeks met de titel The Empire of the Dead waarin zowel vampiers als zombies een rol hebben.

Romero bracht de laatste uren van zijn leven door in het bijzijn van zijn vrouw en dochter, die drie keer in een film van haar vader speelde. Volgens zijn manager stierf de zombieregisseur terwijl hij luisterde naar de soundtrack van zijn favoriete film, The quiet man uit 1952.